De PVP-krant zet in ieder nummer interessante rechtspraak, klachtzaken en andere juridische ontwikkelingen in de psychiatrie
op een rij.
Zomer 2006
(On)gegrond
In de rubriek (On)gegrond bespreekt de
redactie zaken die cliënten aan de klachtencommissie hebben
voorgelegd. Deze keer een klacht over rookverbod en een klacht
over bejegening.
Een cliënte is het niet eens met het
rookbeleid van de instelling. Het is haar niet langer toegestaan
te roken op haar eigen kamer vanwege de brandveiligheid en vanwege
de Tabakswet. Die wet bepaalt dat het roken in ggz-instellingen
alleen in zogenoemde rookruimten mag plaats vinden om de
schadelijke gevolgen van het roken voor cliënten en medewerkers
te beperken. Cliënte vindt dat de instelling haar zou moeten
toestaan om op haar eigen kamer te roken. Haar kamer is naar haar
idee geen openbare ruimte. Het is haar privé ruimte. Als zij daar
rookt, hebben andere cliënten en medewerkers daar geen last van.
Daarnaast is haar kamer de enige plek die zij als een prikkelarme
ruimte ervaart. Het roken op die plek brengt haar tot rust. Haar
toestemming geven om op haar kamer te mogen roken, zou getuigen
van goede en verantwoorde zorg.
De klachtencommissie is van oordeel dat het algemene belang het
individuele belang van de cliënte overschaduwt. De
brandveiligheid brengt met zich mee dat er alleen in de daartoe
bestemde rookruimten gerookt mag worden. Met alle begrip voor de
klaagster verklaart de commissie de klacht ongegrond.
Zij doet de aanbeveling aan de Raad van Bestuur van de instelling
om te onderzoeken of er voor de cliënte een prikkelarme ruimte
valt te creëren waar zij kan roken.
Een cliënte heeft pas een nieuwe
hoofdbehandelaar en een nieuwe psychiater. Wanneer zij probeert
een afspraak te maken met de psychiater lukt dit in eerste
instantie niet. Wanneer er uiteindelijk een afspraak komt, voelt
cliënte zich tijdens het gesprek onheus bejegend. Over de moeite
om een afspraak met de psychiater te krijgen en de bejegening door
de psychiater tijdens de afspraak, klaagt zij bij de
klachtencommissie. Tijdens de zitting van de commissie komt aan de
orde dat de cliënte wanneer dat nodig was, kon bellen. In de
praktijk betekende dit dat cliënte belde met het
afdelingssecretariaat. Indien de secretariaatsmedewerker het
noodzakelijke achtte, volgde een gesprek met de hoofdbehandelaar.
Via de hoofdbehandelaar was vervolgens zo nodig de psychiater te
bereiken. De psychiater had wel vernomen dat cliënte haar wilde
spreken. Zij wist niet dat het dringend was. Vandaar dat pas na
ongeveer een maand een gesprek plaats vond. Tijdens het
uiteindelijke gesprek had de psychiater niet alle gegevens om de
medicatie goed in lijn te zetten. Zo diende eerst nog een
behandelend cardioloog geconsulteerd te worden. Daarover was
cliënte teleurgesteld.
Over de bejegening vertelt cliënte tijdens de zitting dat de
moeilijke bereikbaarheid wel aan de orde is geweest tijdens het
gesprek. De psychiater zou daar op gereageerd hebben met de
mededeling dat zij het druk heeft en niet iedereen kan
terugbellen. Om die reden heeft cliënte om een andere psychiater
gevraagd. Inmiddels heeft zij die gekregen. Volgens de commissie
was de bereikbaarheid van de hulpverlening voor cliënte van groot
belang. Ook was bij de cliënte de suggestie gewekt dat de
hoofdbehandelaar en de psychiater goed bereikbaar waren. Dit is
niet goed uitgepakt. De commissie vindt dit mede te wijten aan
onvoldoende heldere interne communicatie met de daarbij horende
spelregels en gedrag. Er is volgens de commissie onvoldoende
sprake geweest betrokkenheid. De handelswijze past niet bij een
cliëntgerichte benadering van de zorg. De commissie verklaart de
klacht over de slechte bereikbaarheid van de psychiater gegrond.
Over de bejegeningklacht heeft de commissie de indruk dat hier
irritaties een rol hebben gespeeld. Dat is niet prettig, maar
irritaties zijn niet te vermijden. Het is dan wel belangrijk dat
een en ander rechtgezet wordt. Door de toewijzing van een andere
psychiater was de mogelijkheid om daarover te spreken in een
vervolggesprek volgens de commissie afwezig. De klacht over de
onheuse bejegening verklaart de commissie ongegrond.
De commissie doet verder de aanbeveling om
goede afspraken te maken over de telefoontjes die bij de
secretariaten binnenkomen: hoe daarmee wordt omgegaan en hoe
telefoontjes worden vastgelegd.
De Raad van Bestuur biedt de cliënte haar
verontschuldigingen aan en zet het onderwerp bereikbaarheid op de
agenda bij het management.
AdM