De PVP-krant zet in ieder nummer interessante rechtspraak, klachtzaken en andere juridische ontwikkelingen in de psychiatrie
op een rij.
Najaar 2006
(Piket)advocatuur in de psychiatrie
Het werk van de piketadvocaat is maar een
klein deel van wat een advocaat in de psychiatrie doet. Het
piketwerk bestaat niet alleen uit bijstand bij de inbewaringstelling (ibs). Maar de advocaat doet naast het piketwerk nog veel meer in
de psychiatrie.
Want ook bij alle vormen van een
rechterlijke machtiging (rm) heeft de cliënt recht op kosteloze
rechtsbijstand van een advocaat. De advocaat ontvangt een vaste
vergoeding voor het bezoek bij een ibs en daarna per zitting. De
advocaat wordt door de rechtbank aangezocht of, in geval van ibs,
door de Raad voor Rechtsbijstand. Verder heeft de advocaat
bemoeienis met ontslagzaken en klachtzaken. Maar ook word hij of
zij wel betrokken bij vragen over huisuitzetting, financiële
benadeling en strafzaken.
ibs
Na een spoedopname met ibs moet de
burgemeester er voor zorgen dat de cliënt binnen 24 uur door een
advocaat wordt bijgestaan. De burgemeester doet dit door de ibs te
melden aan de Raad voor Rechtsbijstand die weet welke advocaat op
die dag bereikbaar is volgens het piketrooster. De Raad voor
Rechtsbijstand faxt de melding aan de advocaat. De advocaat
bezoekt de cliënt nog dezelfde dag waarop hij de melding heeft
ontvangen. Toch worden cliënten vaak niet binnen 24 uur bezocht.
Dit komt omdat een melding meestal pas de volgende dag de advocaat
bereikt. In het weekend gaf de Raad voor Rechtsbijstand tot april
dit jaar geen meldingen door. Onder de oude regeling kon het
gebeuren dat de advocaat pas de maandag erop wist dat een cliënt
op donderdag was opgenomen. Een overijverige burgemeester belt nog
wel eens midden in de nacht naar de dienstdoende advocaat om deze
direct rechtstreeks van de inbewaringstelling op de hoogte te
stellen. Dat is mooi, maar er is geen advocaat die dan
onmiddellijk in zijn auto stapt om de cliënt te bezoeken. Maar
beter in de nacht gebeld, dan de spoedopname helemaal niet gemeld,
wat ook nog wel eens gebeurt. Daar komt de advocaat dan pas achter
als de rechtbank de advocaat, vaak pas een dag tevoren, van de
zitting over de voortzetting van de inbewaringstelling op de
hoogte brengt. De cliënt is dan al bijna een week opgenomen en
heeft nog geen advocaat gezien. Dat is niet zoals het hoort te
gaan.
(Voor) de zitting
Anders dan bij spoedopnames wordt de
behandeling van voorlopige machtigingen door de rechtbank ruim van
tevoren gepland. Dan is de advocaat vaak al een of twee weken voor
de zitting op de hoogte gesteld. Een advocaat begint met de
stukken (= het dossier) te bestuderen. Het dossier bevat het
verzoekschrift, dat officieel van de officier van justitie komt,
en de geneeskundige verklaring. Is een cliënt al enige tijd
opgenomen in het psychiatrisch ziekenhuis, dan zit het
behandelplan en de staat van uitvoering ook in het dossier.
Vervolgens maakt de advocaat op korte termijn een afspraak voor
bezoek aan de cliënt. Het verhaal van de cliënt is uitgangspunt,
en samen met de cliënt wordt de aanpak voor de zitting besproken.
Als de advocaat informatie nodig heeft uit het behandeldossier of
van anderen, dan wint hij deze alleen in met toestemming van de
cliënt. Daarom is het belangrijk dat de cliënt ruim voor de
zitting door de advocaat wordt bezocht.
Kwaliteit?
Aan de kwaliteit van de advocaat worden
eisen gesteld. De advocaat in Bopz-zaken moet
-
een speciale cursus hebben gevolgd;
eerst kennis hebben gemaakt met de praktijk van een collega;
jaarlijks een minimum aantal Bopz-zaken behandelen;
deelnemen aan de werkgroep psychiatrie, als er een is in de
regio, waar jurisprudentie en veranderingen in de wet worden
besproken.
En elk jaar wordt hem een bijscholingscursus
geboden. Als je als cliënt vindt dat je advocaat zijn werk niet
goed doet, en zijn reactie jouw bezwaren niet heeft weggenomen,
dan kun je gebruik maken van de klachtenregeling van de advocaat.
AdG/WW
Opneming in een psychiatrisch
ziekenhuis
In onderstaande juridische bespreking
wordt ingegaan op rechtspraak met betrekking tot opneming in een
psychiatrisch ziekenhuis, al dan niet vrijwillig. Ook komen
jurisprudentie over de geneeskundige verklaring en ontwikkelingen
in wetgeving ten aanzien van dwangbehandeling aan bod.
De bedoeling van de voorwaardelijke
machtiging is dat de betrokkene niet wordt opgenomen in een
psychiatrisch ziekenhuis: de patiënt verblijft thuis of elders in
de maatschappij. Mocht het daar echter onverhoopt mis gaan, dan
kan de geneesheerdirecteur op basis van die voorwaardelijke
machtiging tot dwangopneming besluiten. In dat geval wordt de
voorwaardelijke machtiging omgezet in een voorlopige machtiging.
Onduidelijk gepaard kan gaan met een vrijwillige opneming, maar
die onduidelijkheid lijkt nu weggenomen. Verschillende rechtbanken
hebben namelijk aangegeven dat zo'n vrijwillige opneming mogelijk
is. De Rechtbank Amsterdam geeft aan dat het zelfs voor de hand
ligt dat een vrijwillige opneming plaats kan vinden. De rechtbank
overweegt daartoe dat aan de invoering van de voorwaardelijke
machtiging de notie van een zo groot mogelijke zelfbeschikking van
psychiatrische patiëntenten grondslag ligt (Rechtbank Amsterdam
16 juni 2005, BJ 2006/10).
Vrijwillige opneming bij gevaar
Bij de Rechtbank Zutphen ligt een verzoek om
een machtiging voor een man die met een strafrechtelijke last al
een jaar in het psychiatrisch ziekenhuis verblijft. Op grond van
artikel 51 Bopz is het mogelijk aansluitend hierop een machtiging
tot voortgezet verblijf te verlenen.
De man lijdt aan een waanstoornis, heeft geen ziektebesef en geen
ziekte-inzicht. Hij weigert optimale medicatie en hij wil ook niet
leren om met zijn angsten om te gaan. Het gevaar bestaat (nog
steeds) dat de man een ander van het leven zal beroven of ernstig
letsel zal toebrengen.
De rechtbank is op grond van de overlegde stukken, de inlichtingen
ter zitting en de verhoren ervan overtuigd dat de stoornis van de
geestvermogens een gevaar doet veroorzaken dat niet buiten het
ziekenhuis kan worden afgewend. De man durft echter niet buiten de
muren van de afdeling te komen en hij blijkt bereid vrijwillig in
het ziekenhuis te blijven. De behandelaar vertrouwt de man daarin.
De rechtbank verleent daarom geen machtiging. (Rechtbank Zutphen
27 oktober 2005, BJ 2006/19).
Bij de Rechtbank Utrecht ligt een verzoek
tot het verlenen van een machtiging tot voortgezet verblijf. De
advocaat van betrokkene concludeert dat de psychiater die de
geneeskundige verklaring heeft opgemaakt, niet onbevooroordeeld
is. De psychiater maakte namelijk een maand eerder deel uit van de
klachtencommissie die een klacht van betrokkene beoordeelde. De
rechtbank deelt de conclusie van de advocaat niet. Wel is het
volgens de rechtbank zo dat door de deelname aan de
klachtencommissie de schijn van vooringenomenheid zou kunnen
bestaan. Om deze schijn te vermijden wordt de officier van
justitie verzocht met een nieuwe geneeskundige verklaring te
komen, opgemaakt door een onafhankelijke psychiater (Rechtbank
Utrecht 7 september 2005, BJ 2006/18).
Dwangbehandeling en gevaar buiten het ziekenhuis
Bij de Tweede Kamer ligt een wetsvoorstel om
dwangbehandeling eerder mogelijk te maken: de bedoeling is dat
dwangbehandeling kan worden toegepast om de dwangopneming te
beëindigen (zie de vorige PVP-krant, pagina 9). Maar zover is het
niet; over het wetsvoorstel is het debat nog gaande. Nu en dan
wordt bij de rechter al geklaagd over vormen van dwangbehandeling
die geïnspireerd lijken door regels van het wetsvoorstel. In twee
recente uitspraken haalt de Rechtbank Den Haag er een streep door.
In de ene zaak werd door het ziekenhuis gemeld dat men met
dwangmedicatie wilde starten omdat men dat een adequate
behandeling achtte voor de ernstig geesteszieke klager.
In de andere zaak werd de dwangmedicatie eveneens een adequate
behandeling genoemd, waaraan werd toegevoegd dat klager zich
zonder medicatie niet buiten het ziekenhuis kan handhaven en
sociaal (verder) zal afglijden.
De rechtbank geeft aan dat op basis van de huidige wet alleen
gevaar binnen het ziekenhuis grond voor dwangbehandeling kan zijn.
De klachten worden gegrond verklaard (Rechtbank Den Haag 1 mei en
29 juni 2006, niet gepubliceerd).
GK
(On)gegrond
In de rubriek (On)gegrond bespreekt de
redactie zaken die cliënten aan de klachtencommissie hebben
voorgelegd. In deze krant een klacht over het ontbreken van een
rookruimte en een klacht over slecht geldbeheer door een
casemanager.
Rookruimte vereist
Cliënte is in behandeling bij een afdeling
die verandert van een open in een besloten afdeling. Eerst kon ze
altijd naar buiten lopen om een sigaret te roken. Sinds het een
besloten afdeling is, kan dat niet meer. Dat is al vervelend. Nog
vervelender vindt ze het wanneer ze niet meer de vrijheid heeft de
afdeling te verlaten. Aangezien de afdeling niet beschikt over een
rookruimte zijn haar mogelijkheden om te roken beperkt. Ze kan
alleen onder begeleiding van een verpleegkundige naar buiten om te
roken. Dat gebeurt eens per uur. Dat vindt ze te weinig. Ze voelt
zich namelijk erg gespannen, wat maakt dat ze juist behoefte heeft
aan een extra sigaret. De klachtencommissie begrijpt dat het voor
de instelling moeilijk was om bij de verandering van de afdeling
van open naar besloten, gelijk een goede oplossing voor de rokers
te hebben. Er was onvoldoende ruimte beschikbaar om een goede
rookruimte te creëren. Zij vindt verder dat de gekozen oplossing
de toets der kritiek kan doorstaan. Zij verklaart de klacht ongegrond.
Wel vindt de commissie dat de gekozen oplossing een tijdelijke
oplossing moet zijn. Zij is er erg voorstander van dat er bij elke
gesloten en besloten afdeling van de instelling een rookruimte is.
Cliënten die geen vrijheden hebben krijgen hierdoor toch de
mogelijkheid te roken. Zonder rookruimte zouden zij in veel
gevallen die mogelijkheid niet hebben. In het geheel niet in de
gelegenheid zijn om te roken acht de commissie onnodig belastend
voor veel cliënten. Hoewel de commissie de klacht ongegrond
verklaart, oordeelt ze daarom ook dat er bij de afdeling binnen
een half jaar een rookruimte gecreëerd moet zijn.
Geld slecht beheerd door casemanager
Omdat het niet goed met hem gaat, spreekt
een cliënt met zijn casemanager af dat hij niet meer zelf zijn
financiën beheert. Zijn casemanager neemt dat beheer over. Op
advies van die casemanager stort de cliënt vervolgens een deel
van zijn maandinkomen op de rekening van de instelling waar hij in
behandeling is. Het doel hiervan is geleidelijk wat geld te sparen
om bestaande schulden op termijn te kunnen saneren. Er wordt
echter zo'n groot deel van het maandinkomen op die rekening
gestort, dat er op de eigen rekening van de cliënt onvoldoende
geld blijft staan om aan de maandelijkse vaste verplichtingen te
voldoen. Cliënt komt daar pas veel later achter, namelijk wanneer
hij na tweeënhalve maand thuis de post ophaalt. Hij vertelt de
klachtencommissie erover dat zijn begrafenispolis is opgezegd
evenals zijn abonnement voor kabeltelevisie. Ook zijn er
betalingsachterstanden ontstaan. Hierdoor heeft de cliënt
aanmaningen ontvangen waardoor hij extra administratiekosten en
deurwaarderskosten moet betalen.
De klachtencommissie vindt dat als een casemanager ervoor kiest
het financiële beheer van een cliënt voor zijn rekening te
nemen, die cliënt ervan uit mag gaan dat er sprake is van
deugdelijk beheer. In dit geval hoort daarbij dat de casemanager
had moeten onderzoeken of de cliënt nog wel aan de maandelijkse
vaste verplichtingen kon voldoen. Ook had de post opgehaald dienen
te worden of hadden daar afspraken over gemaakt moeten zijn. De
commissie benadrukt dat het bij het overnemen van het beheer van
financiën belangrijk is dat betrokkenen daar goede afspraken over
maken. De commissie vindt dat bij deze zaak geen goede afspraken
zijn gemaakt. Ook is er niets vastgelegd op papier. Verder vindt
de commissie dat de casemanager zich had moeten realiseren dat
hijzelf onvoldoende in staat was het beheer op een goede manier
vorm te geven. Hij had de hulp van derden in moeten roepen. De
commissie verklaart de klacht dan ook gegrond.
AdM