De PVP-krant zet in ieder nummer interessante rechtspraak, klachtzaken en andere juridische ontwikkelingen in de psychiatrie
op een rij.
Winter 2006
Klachtzaken
Gegrond of ongegrond: zo
luiden beslissingen van een klachtencommissie. In deze rubriek
worden klachten besproken die aan klachtencommissies zijn
voorgelegd. Wat besliste de commissie, en wat was de redenering
daarbij?
Op een jeugdafdeling gelden
kledingvoorschriften. Jongeren mogen geen aanstootgevende kleding
dragen. Om die reden is het niet toegestaan kleding van het merk
Lonsdale te dragen. Volgens de afdelingsleiding wordt dit merk te
veel met racisme geassocieerd. Het werkt daardoor provocerend. Een
tweetal cliënten is het niet eens met het verbod. Ze vinden dat
de afdeling geen kledingregels mag opleggen. Op andere afdelingen
zijn er namelijk ook geen kledingregels en hun ouders vinden het
goed dat zij de kleding dragen. Tegen het verbod gaan ze in beklag
bij de klachtencommissie. Tijdens de zitting vertellen ze dat ze
de kleding niet dragen om te provoceren. Ze vinden de kleding
gewoon mooi en het zit lekker. Verder vragen zij zich af waarom er
wel kleding van het merk Pitbull gedragen mag worden. Die kleding
kan toch ook als provocerend opgevat worden? Volgens de
klachtencommissie heeft de afdeling de bevoegdheid om regels te
stellen. Ook mag de afdeling kledingvoorschriften opstellen. De
bewuste kledingregel is echter bedoeld als richtlijn en van een
richtlijn kan men in voorkomende gevallen afwijken. De commissie
vindt dat het dragen van Lonsdale-kleding provocerend kan werken,
maar ze vindt ook dat niet aangetoond is dat de jongeren uit zijn
op provocatie. Zij verklaart de klacht gegrond. Daarnaast
doet zij de aanbeveling om de toepassing van de
kledingvoorschriften te individualiseren. Wanneer daar aanleiding
voor is kan daarover iets opgenomen worden in het behandelplan.
Daarmee heeft de afdelingsleiding de mogelijkheid om zonodig in te
grijpen. Het geeft jongeren de mogelijkheid te dragen wat ze
willen, zolang ze maar niet uit zijn op provoceren en de teksten
op de kleding in hun aard niet provocerend zijn.
Een cliënt met een rechtelijke machtiging
mag met voorwaardelijk ontslag. Hij mag naar huis, maar dan moet
hij wel akkoord gaan met een tweetal voorwaarden: hij dient de
voorgeschreven medicatie te gebruiken en hij dient wekelijks een
medewerker van de instelling thuis te ontvangen. De cliënt vindt
dit niet het stellen van voorwaarden, maar het onterecht toepassen
van dwang. Met de inhoud van de voorwaarden is hij het oneens.
Omdat het goed met hem gaat vindt hij het niet nodig medicatie te
gebruiken. Daarbij heeft hij veel last van vervelende
bijwerkingen. Huisbezoek door een medewerker van de instelling
ziet hij ook niet zitten. Hij is wel bereid wekelijks naar de
instelling komen. Hij besluit te klagen bij de klachtencommissie
over dwangtoepassing en de inhoud van de gestelde voorwaarden.
Tijdens de zitting van de commissie stelt de behandelaar dat
gebleken is dat de cliënt medicatie nodig heeft. Het team heeft
een aantal keren met hem onderhandeld over de hoeveelheid
medicatie. Ook is er een second opinion uitgevoerd. Daaruit kwam
volgens de behandelaar het advies medicatie te gebruiken. De
behandelaar is bereid om samen met de cliënt en het behandelteam
opnieuw naar de medicatie te kijken. De commissie oordeelt dat er
geen sprake is van dwangbehandeling. De cliënt kan ervoor kiezen
de behandeling te weigeren. Verder concludeert de commissie dat de
gestelde diagnose door andere deskundigen dan de behandelaar is
bevestigd en dat er regelmatig met de cliënt is onderhandeld over
de medicatie. Bij het stellen van de diagnose en bij de keuze van
de medicatie heeft de behandelaar volgens de commissie dan ook
niet klachtwaardig gehandeld. Zij verklaart de klacht ongegrond.
Over de voorwaarde van het thuis moeten ontvangen van bezoek doet
de commissie geen uitspraak. Is zij dat vergeten?
AdM