|
Stichting PVP, vertrouwenspersonen in de zorg
12e jaargang nummer 3 najaar 2002
Inhoudsopgave
De sterke arm
Politie en beveiligingsbeambten zouden geen taken moeten uitvoeren die door een
hulpverlener moeten worden verricht. Daar is iedereen het eigenlijk wel over eens. Toch
roepen afdelingsmedewerkers regelmatig de hulp in van politie of beveiligingsbeambten.
Wanneer gebeurt dat precies? En hoe kijkt men daar tegenaan? Enkele pvpen
inventariseerden hoe het in hun instelling geregeld is.
Alleen in noodsituaties waarbij sprake is van extreme dreiging of agressie gaan
we over tot de inzet van politie en beveiligingsbeambten, zeggen de meeste
ziekenhuizen. Maar in de praktijk blijkt die scheidslijn niet altijd even duidelijk. Want
wat is precies een noodsituatie?
Alle partijen blijken het erover eens te zijn dat politie en beveiligingsbeambten geen
taken moeten uitvoeren die eigenlijk door een hulpverlener moeten worden verricht. Enkele
artikelen in de wet staven deze mening. Artikel 453 van de Wgbo zegt: de
hulpverlener moet bij zijn werkzaamheden de zorg van een goed hulpverlener in acht nemen
en handelt daarbij in overeenstemming met de op hem rustende verantwoordelijkheid,
voortvloeiende uit de voor de hulpverleners geldende professionele standaard. Het
goed hulpverlenerschap en het bewaken van de professionele standaard sluit het inzetten
van niet-gekwalificeerd (personen niet opgeleid tot hulpverlener) personeel uit. Juist de
voor de cliënt zeer ingrijpende dwangbehandeling is een van de meest ingewikkelde taak
van een hulpverlener. De uitvoering hiervan vraagt om bijzonder bekwaam personeel.
Artikel 2 van de Kwaliteitswet stelt dat de zorgaanbieder verantwoorde zorg aanbiedt.
Onder verantwoorde zorg wordt verstaan zorg van goed niveau, die in ieder geval
doeltreffend, doelmatig en patiëntgericht wordt verleend en die is afgestemd op de reële
behoefte van de patiënt. Het inzetten van politie en beveiligingsbeambten lijkt zich niet
te verdragen met verantwoorde zorg, c.q. zorg van een goed niveau.
Toch ontvangen pvpen regelmatig klachten met betrekking tot de inzet van politie
en beveiligingspersoneel bij het overbrengen van cliënten van de afdeling naar de
separeer. Zo schreef een pvp een brief naar de directie van een ziekenhuis toen hij
verschillende klachten ontving omdat de politie daarbij enige keren cliënten hardhandig
in de handboeien had geslagen. In een ander geval achtte de klachtencommissie een klacht
gegrond waarbij een cliënt naar de separeer gebracht was door maar liefst tien mensen
waaronder politie en beveiligingspersoneel.
Assisteren
In het gebouw van het psychiatrisch centrum van het AMC/de Meren zit minimaal één
beveiligingsbeambte, de portier psychiatrie. Hij of zij geeft sleutels af,
beantwoordt de telefoon, staat medewerkers en bezoekers te woord en verzorgt de post. In
AMC/de Meren worden beveiligingsbeambten daarnaast ook wekelijks gevraagd om te assisteren
of in elk geval op een afdeling aanwezig te zijn. Meestal is louter de aanwezigheid van de
beveiligingsmedewerkers voldoende. Maar soms assisteren ze ook bij verpleegkundige
handelingen, bijvoorbeeld separatie of toedienen van dwangmedicatie.
Volgens de assistent-bedrijfsleider van het beveiligingsbedrijf moet de inzet van
beveiligingsbeambten proportioneel zijn. Indien alleen de aanwezigheid voldoende is, dan
heeft dat zeker de voorkeur.
Als de beambten assisteren krijgen ze van de verpleging enige relevante informatie. De
geheimhouding van de informatie over cliënten die de beveiligingsbeambten ter ore komt
tijdens de uitoefening van zijn functie, ligt onder andere verankerd in de CAO Academische
Ziekenhuizen. Voor alle medewerkers van het ziekenhuis geldt dat ontslag kan volgen op het
doorgeven van vertrouwelijke informatie aan derden die niet bij de werkzaamheden betrokken
zijn.
Van de beveiligingsbeambte worden specifieke vaardigheden en eigenschappen op MBO+
niveau verlangd. Zodra iemand is aangenomen volgt een opleiding van achttien weken waarbij
onder meer CFB-training, communicatietrainingen en een cursus conflicthantering worden
aangeboden. De medewerker blijft elk jaar cursussen volgen.
Soms schakelen een afdeling of de beveiligingsbeambten de politie in, met name in
situaties waarbij zich strafbare feiten voordoen. Het kan dan gaan om zaken zoals
wapenbezit of drugsbezit. Wordt de politie gevraagd op een afdeling te komen, dan wordt
bij binnenkomst verzocht om de wapens (pistool en wapenstok) af te geven. Het is echter
aan de politie of zij op dit verzoek ingaat of niet.
Personeelstekort
Verschillende ziekenhuizen geven aan dat de inzet van politie wordt ingeroepen wanneer
bij een crisissituatie een tekort aan personeel op de afdeling is waardoor de situatie
niet intern kan worden opgelost. Dit speelt vooral in de weekenden en s avonds, of
wanneer er onervaren personeel aanwezig is. Door de deconcentratie is het aantal
verpleegkundigen per locatie afgenomen. Als er zich dan een crisissituatie voordoet, zijn
er domweg te weinig sterke armen aanwezig om de crisis door een getalsmatige
overmacht te stoppen.
Vertrouwen
Dat het voor cliënten niet altijd even duidelijk is wat precies de rol van de
beveiligingsbeambte is, blijkt uit de klachten die de pvp hierover krijgt.
Zo klaagde een cliënte bij de pvp dat ze in de separeer in het bijzijn van een
beveiligingsbeambte werd ontkleed. Ze vond het erg vervelend dat iemand die geen
verpleegkundige is, haar naakt heeft gezien. Een andere cliënt liet de pvp verschillende
malen weten de aanwezigheid van al die politie op het terrein van het
ziekenhuis als zeer bedreigend te ervaren.
Privacy en vertrouwen zijn bij de behandeling van cliënten erg belangrijk. Bij de
inzet van politie en beveiligingsbeambten staan deze zaken echter op het spel. Zo klaagde
een cliënt bij de pvp dat de politie hem aantrof in een zeer onwenselijk situatie en dat
op deze wijze zijn naam en problematiek onnodig bij de politie bekend raakt. En dat
terwijl er geen sprake was van het plegen van misdaden. Ook een verpleegkundige vertelde
dat ze weinig opgetogen is over politie-optreden. Volgens haar is het mogelijk dat de
politie hardhandig met cliënten omgaat. Zij is er van overtuigd dat de kneuzingen en
verwondingen die twee cliënten lieten zien, inderdaad waren opgelopen bij een
confrontatie met de politie.
Een pvp nam contact op met een klachtenfunctionaris politie-optreden, nadat een
cliënte bij die functionaris op onbegrip was gestuit voor haar klacht. Haar achtjarige
zoon had gezien hoe zijn moeder werd toegetakeld. De klachtenfunctionaris kon echter
weinig begrip opbrengen voor de klacht. Indien politie-agenten zoveel geweld hebben
gebruikt, dan zou dat wel aan het gedrag van de cliënte hebben gelegen, was zijn
commentaar.
Zelf zijn ook niet alle politiecorpsen even gelukkig met het feit dat ze af en toe
moeten optreden in ziekenhuizen en psychiatrische klinieken. Sommige corpsen hanteren
zelfs het standpunt dat ze er zijn voor het vangen van boeven en niet om op te treden in
de hulpverlening. In een poging om de contacten tussen ziekenhuis en politie te
verbeteren, heeft een enkel ziekenhuis met de politie een convenant afgesloten. Hierin
wordt ook geregeld op welke wijze de politie met de privacy van cliënten dient om te
gaan.
BB/AD
Terug naar de harde psychiatrie
Zijn hart ligt bij de kinderen en jeugd, maar ook over de volwassen psychiatrie
heeft hij een duidelijke mening. Sip Stulp, beleidsmedewerker bij de LPR, spreekt op
persoonlijke titel over de toename van dwang in de ggz. LPR staat voor Stichting
Landelijke Patiënten- en Bewonersraden in de Geestelijke Gezondheidszorg. Voor meer
informatie over de LPR kunt u bellen met 030-2933233 of kijken op www.lpr.nl
Wordt er meer dwang toegepast in de ggz?
Dat vínd ik niet alleen, het blijkt ook uit cijfers en signalen van bijvoorbeeld
cliëntenraden en pvpen. Er wordt meer inbreuk gemaakt op rechten van cliënten. Een
voorbeeld hiervan is het schrappen van het woordje ernstig. (recent is een
amendement aangenomen om het criterium voor dwangbehandeling te wijzigen van ernstig
gevaar in gevaar red.). Ik ben daar niet blij mee. De Bopz is een
opnamewet, bedoeld om het gevaar tijdelijk weg te nemen. Door het criterium voor opname
gelijk te stellen aan het criterium voor dwangbehandeling, maak je van de Bopz een
behandelingswet. Ik vraag me af of politici weten wat de consequenties daarvan zijn. De
ontwikkelingen lijken ingegeven door een roep om veiligheid. Terug naar de harde
psychiatrie.
De straten schoon, maar tegelijkertijd moeten mensen die worden opgenomen ook weer
snel de straat op.
Ja, snel resultaat is waar het om gaat. En nu het makkelijker wordt om mensen
gedwongen te behandelen, zal het aantal dwangbehandelingen toenemen. Een zorgelijke
ontwikkeling.
Kunnen organisaties als de LPR tegenwicht bieden aan deze ontwikkeling?
Ik ben daar pessimistisch over. Dat heeft te maken met het feit dat
cliëntenorganisaties erg op zichzelf gericht zijn en weinig samen optrekken. Jammer, want
er glippen allerlei zaken door onze vingers. Bovendien zijn er helaas organisaties waar
het meer gaat om scoren bij politici en subsidiegevers. Daar zit ik hier niet voor. Het is
primair mijn taak om zo goed mogelijk op te komen voor de belangen van de achterban, niet
om Den Haag te behagen.
Meer dwang lijkt onvermijdelijk, maar wordt de huidige wet voldoende gebruikt?
Ik vind dat lastig te beoordelen. Blijkbaar is de ene psychiater in staat om te
overtuigen en de andere niet. Er zijn genoeg mensen die prima overweg kunnen met de wet.
Bovendien is controle mogelijk vanwege de registratie.
Psychiaters klagen juist over het feit dat ze meer bezig zijn met het invullen van
formulieren dan met hun eigenlijke werk.
Ik kan dit soort gelegenheidsargumenten niet meer horen. Schandalig dat men zich
daar nog steeds achter verschuilt. Behandelaren moeten zich realiseren dat ze inbreuk
maken op iemands integriteit. Zet dat af tegen het invullen van een formulier, of
misschien tien formulieren, en dan denk ik echt: waar heb je het over?
Net zoals personeelstekort en een hoge werkdruk worden aangevoerd als reden voor het
toepassen van dwang?
Ja, ook dat argument is voor mij zeker niet meer doorslaggevend. Elk ziekenhuis
kampt al jaren met personeelstekort, maar er zijn ook ziekenhuizen waar men wél op een
doordachte manier met dwang omgaat. Het heeft te maken met wat je het personeel
leert.
Hoe staat het met de kennis van de wet?
De wetgever geeft de behandelaar veel verantwoordelijkheden en bevoegdheden maar
tegelijkertijd moet je constateren dat diezelfde behandelaar slecht op de hoogte is van de
wet- en regelgeving. Scholing is nodig, maar dat alleen is onvoldoende. Er is een omslag
in denken noodzakelijk. Neem nou bijvoorbeeld separatie. Niemand zal ontkennen dat het
aanbod de vraag creëert. Als er separeers zijn, worden ze gebruikt. Het omgekeerde geldt
ook, als er bijvoorbeeld tijdelijk geen separeers zijn. Dan worden ze niet gemist. Toch
wordt bij nieuwbouw altijd, afhankelijk van het aantal bedden, een aantal separeers
gebouwd. Misschien uit angst of gewoonte. Ik ben zelf verpleeghulp geweest en weet dat er
vaak om praktische redenen wordt gesepareerd. De wet staat dat niet toe. Je zou moeten
toewerken naar een wenselijke situatie. Nu is men vooral bezig met maximale haalbaarheid
en neemt niet meer de vrijheid om voorbij die grens te kijken.
Helpen nieuwe regels en richtlijnen over kwaliteit dan niet?
De dagelijkse praktijk doorbreek je niet met kwaliteitsrichtlijnen. Ik denk ook
dat de mensen die aan het bed werken gek worden. Iedereen komt met zijn eigen
regels en protocollen, maar wat moet je ermee op de werkvloer? Het is ook tegenstrijdig.
Een aantal organisaties die hun best doen om er nieuwe vormen van dwang door te krijgen,
organiseerden een congres over opgestelde kwaliteitscriteria voor dwang. De LPR heeft de
uitnodiging voor dit congres dan ook afgeslagen. Laten we eerst kijken hoe we dwang kunnen
inperken, zodat je kan spreken van goed hulpverlenerschap.
Moeten we misschien ons licht laten schijnen op het buitenland?
Laten we eerst kijken en vergelijken in eigen land. Er was een directeur van een
verpleeghuis die - in reactie op een stelling over toenemende fixatie in die sector- zei
nooit gebruik te maken van het middel fixatie. Ik zou als directeur meteen de telefoon
pakken en vragen: Man, hoe doe je dat?. Iedereen heeft te veel zijn eigen
winkeltje.
Wet- en regelgeving, is dat iets van juristen of ook van medici?
Ik vind het opvallend dat juristen meer bezig zijn met dwang dan degenen die het
uitvoeren, de psychiaters. Je zou denken dat degene die het toepast, er ook over nadenkt.
Méér dan degenen die de wet maken. Opmerkelijk ook dat vooral juristen signalen geven
dat het niet goed gaat. Er is geen psychiater die zegt: Laten we eens een congres
organiseren over dwang. Ze werken wel mee, maar slechts weinigen nemen initiatief.
Ik vind het onbegrijpelijk dat in een vakgebied waar zoveel dwang wordt toegepast, er zo
weinig over wordt nagedacht.
JWvD/FSC
Juridische ontwikkelingen en de Stichting PVP
NIEUWE MACHTIGINGEN, NIEUWE DWANG
Uitbreiding van de Wet Bopz
Vorig jaar stond de Wet Bopz op de politieke agenda. In de Tweede Kamer werd een
wetsontwerp behandeld met als doel een nieuwe machtiging aan de wet toe te voegen: de
voorwaardelijke machtiging. Die heeft tot doel dwangopneming te voorkomen. Het wetsontwerp
kreeg door amendering echter forse wijzigingen: niet alleen werd er een andere
machtigingsvariant aan toegevoegd, ook werd het criterium voor dwangbehandeling aangepast.
Voorwaardelijke machtiging
De bedoeling van de voorwaardelijke machtiging is dat er drang op de patiënt wordt
uitgeoefend om een behandeling te accepteren, en om zodoende een gedwongen opname te
voorkomen. De nieuwe maatregel moet de zogenaamde paraplumachtiging gaan vervangen.
Een eerste voorwaardelijke machtiging heeft een looptijd van maximaal zes maanden;
vervolgens zijn opvolgende machtigingen mogelijk met een looptijd van maximaal één jaar.
De maatregel wordt verzocht door het Openbaar Ministerie. Bij dit verzoek moet een
geneeskundige verklaring van een onafhankelijk psychiater worden bijgevoegd en daarnaast
een behandelingsplan waar de patiënt het mee eens is. In dit plan moet bovendien het
psychiatrisch ziekenhuis vermeld staan waar de patiënt terecht kan als de ambulante
behandeling niet voldoende blijkt.
De rechter stelt bij het verlenen van de machtiging de voorwaarden vast. Eén
voorwaarde is in ieder geval dat de patiënt zich onder behandeling stelt van een met name
genoemde behandelaar (psychiater), zoals overeengekomen in het behandelingsplan.
Dit behandelingsplan kan vervolgens zonder tussenkomst van de rechter gewijzigd worden
als de patiënt dit goed vindt. Als echter de voorwaarden die de rechter heeft gesteld
veranderd moeten worden (bijvoorbeeld op wens van de behandelaar of de patiënt) of er
moet een andere behandelaar komen dan is dit uitsluitend mogelijk via de rechter.
Als de voorwaarden die gesteld zijn niet worden nageleefd of als er een toename is van
het gevaar, dan kan de patiënt eventueel met dwang opgenomen worden. De voorwaardelijke
machtiging geldt dan de rest van de looptijd als een voorlopige machtiging.
Geven de omstandigheden aanleiding voor een dwangopneming, dan kan de
geneesheer-directeur van het ziekenhuis genoemd in het behandelingsplan, daar toe
besluiten. Het is dan wel nodig dat hij de patiënt onderzoekt of heeft laten onderzoeken
door een onafhankelijke psychiater. Als de patiënt het niet eens is met de dwangopneming,
dan kan hij achteraf over die beslissing het oordeel van de rechter vragen. De procedure
is te vergelijken met de ontslagprocedure bij de overige machtigingen die de Wet Bopz
kent.
De voorwaardelijke machtiging is vrij geruisloos de Tweede Kamer gepasseerd. Wel was er
enige discussie over de persoon die de beslissingsbevoegdheid heeft over een eventuele
opname onder dwang als de ambulante begeleiding niet voldoet. Het voorstel van de regering
was dat deze bevoegdheid bij de ambulante behandelaar zou liggen. Bij amendement heeft de
Tweede Kamer dit gewijzigd in de geneesheer-directeur van het ziekenhuis dat voor
eventuele opneming moet zorgdragen. Ook is bij amendement aangenomen dat de patiënt voor
wie een voorwaardelijke machtiging is verleend, recht heeft op bijstand van een
patiëntenvertrouwenspersoon. Voor deze beide punten heeft de Stichting PVP zich indertijd
sterk gemaakt, zoals in de vorige jaarkrant reeds was vermeld.
Observatiemachtiging
Tijdens de parlementaire behandeling van het wetsontwerp ging de meeste aandacht uit
naar een andere machtigingsvariant die via amendement werd ingebracht: de
observatiemachtiging. Deze door de VVD en PvdA bedachte maatregel bracht een langdurig en
heftig debat op gang en vertraagde de besluitvorming aanzienlijk. De regering was tegen en
de Raad van State werd om advies gevraagd in verband met vermeende strijd met het Europees
Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens. Uiteindelijk kwam het volgende
compromis uit de bus: binnen twee jaar na inwerkingtreding van de regeling komt er een
evaluatie van de doeltreffendheid en de effecten van de maatregel. Een jaar daarna vervalt
de observatiemachtiging, tenzij de regering anders bepaalt.
De observatiemachtiging is bedoeld voor zorgmijdende psychiatrische patiënten. Via
deze machtiging kunnen patiënten drie weken lang worden geobserveerd in een psychiatrisch
ziekenhuis. Daar wordt onderzocht of een gewone machtiging nodig is.
De regeling ziet er als volgt uit: op verzoek van de officier van justitie kan de
rechter een observatiemachtiging verlenen als er sprake is van een ernstig vermoeden van
een geestesstoornis die de persoon in kwestie gevaar brengt. De bedoeling van de
machtiging is te onderzoeken of dit vermoeden klopt of niet. Tijdens de duur van de
observatie kan, indien daar aanleiding toe bestaat een aansluitende machtiging worden
verzocht. Gedurende de observatiemachtiging is dwangbehandeling, het toepassen van
middelen of maatregelen en het opleggen van vrijheidsbeperkingen niet mogelijk. Is
dergelijke dwang onverhoopt toch onvermijdelijk dan moet er gehandeld worden conform het
gewone Bopz-regime en behoort er een inbewaringstelling aangevraagd te worden.
Dwangbehandeling
Een ander opmerkelijk amendement had tot doel het criterium voor dwangbehandeling te
verruimen. In de toelichting wordt gemeld dat door de bestaande stringente regeling een
patiënt soms nodeloos lang in een inrichting verblijft. Nu is dwangbehandeling
uitsluitend mogelijk als dit volstrekt noodzakelijk is om ernstig gevaar voor de patiënt
of anderen, veroorzaakt door de geestesstoornis, te af te wenden. Het voorstel was om het
woord ernstig te schrappen. Het onderwerp kreeg weinig aandacht in de
debatten; slechts één fractie stemde tegen.
Anno 2002
Inmiddels is het veelvuldig geamendeerde wetsvoorstel ook door de Eerste Kamer
aangenomen. Wel is er een belangwekkende motie aangenomen die verlangt dat de regeling van
de observatiemachtiging niet in werking treedt voordat onderzoek uitwijst dat daar in de
praktijk ook behoefte aan is. De Stichting PVP heeft zich bij verscheidene gelegenheden in
de discussie over de observatiemachtiging en de verruiming van het criterium voor
dwangbehandeling gemengd. Het moge duidelijk zijn dat wij nadrukkelijk bedenkingen hebben
bij ontwikkelingen die een toename van dwang impliceren. Wanneer de voorwaardelijke
machtiging en de verandering van het dwangbehandelcriterium in werking treden, is op dit
moment niet bekend.
Een casus
De dood van Reinie
Reinie was een bekende voor me. Ze kwam minstens één keer in de week bij me langs.
Meestal om een kopje koffie te drinken. Maar soms had ze ook een echte klacht.
Reinie heeft het allemaal meegemaakt. Gedwongen opgenomen, dwangbehandeling, geen
vrijheden, langdurige separatie, de afgelopen twintig jaar verbleef ze op een tiental
verschillende afdelingen in het psychiatrisch ziekenhuis. Het laatste jaar ging het
eigenlijk best goed met Reinie. Ze had weliswaar een rechterlijke machtiging en verbleef
op een gesloten afdeling, ze had ook vrijheden op afspraak en kon min of meer doen en
laten wat ze wilde. Over één ding waren Reinie en het behandelteam het echter niet eens.
Een pilsje en blowtje op zijn tijd, daar kreeg ze geen toestemming voor. En daarom wilde
ze daar nu dan toch echt over klagen.
Ik legde haar uit dat het ziekenhuis beperkingen mocht opleggen als het gaat om alcohol
en drugsgebruik. Na enig nadenken had Reinie een ander plan. Kon ze niet gewoon helemaal
weg uit het ziekenhuis, dan had ze van al die beperkingen geen last meer. Bovendien vond
ze twintig jaar psychiatrie wel genoeg. Ik zag wel mogelijkheden om haar verzoek
(juridisch) te onderbouwen. De behandelend psychiater verklaarde mij echter voor gek. Ja,
het ging goed met Reinie maar dat kwam nou juist door de gedwongen opname en de daarbij
behorende structuur. Wanneer die structuur zou wegvallen, zou ze zich te buiten gaan aan
alcohol en drugs en dan zag hij de toekomst somber in. Het was duidelijk dat híj er alles
aan zou doen om haar ontslag te voorkomen. Reinie nam er geen genoegen mee en verzocht mij
om het hogerop te zoeken.
Uiteindelijk werd het de rechtbank die zich uitsprak over het verzoek om ontslag.
Reinie mocht gaan, er was geen sprake van gevaar en het was onvoldoende aannemelijk
gemaakt dat het vermeende alcohol en drugsgebruik zijn oorzaak vond in een psychiatrische
stoornis. Ik kreeg bloemen van Reinie en een gebakje. Volgens de gedragsregels mag een pvp
geen geschenken aannemen, maar ik kon het niet over mijn hart verkrijgen om deze
presentjes af te slaan. Met Reinie was ik erg blij met het behaalde resultaat.
Een maand later kreeg ik via een cliënt te horen dat Reinie dood was. Ze was
doodgevroren gevonden op een bankje in de stad. Ik kon het nauwelijks bevatten. Het beeld
van een dode Reinie kreeg ik maar niet uit mijn hoofd. Diezelfde week lag er in mijn
postvakje een brief van het voormalige behandelteam van Reinie. De inhoud was schokkend
voor mij. De afdeling hield mij, als pvp, verantwoordelijk voor haar dood. Ik had er
immers voor gezorgd dat ze met ontslag mocht. Zonder ondersteuning van mij, was dat Reinie
nooit gelukt en de psychiater had me nog zo voor deze afloop gewaarschuwd.
Een tijdje zat ik met de brief in mijn hand voor me uit te staren. Hadden ze gelijk,
wás de dood van Reinie mijn schuld? Rationeel was ik er snel uit. Nee, ik had Reinie
ondersteund bij het voor elkaar krijgen van haar liefste wens. En niet ik maar de réchter
had besloten dat er geen grond meer was om haar gedwongen in het ziekenhuis te houden.
Bovendien wist ik niet of de instelling alle mogelijkheden had gebruikt om de nazorg goed
te regelen. Twintig jaar opname kun je natuurlijk niet zomaar beëindigen.
Emotioneel was het een ander verhaal. Ook ik zag wel in dat Reinie zonder hulp van de
pvp waarschijnlijk nog in het ziekenhuis, en in leven, zou zijn. Ik pakte mijn spullen en
reed naar mijn leidinggevende in Utrecht. Daar heb ik het hele verhaal verteld.
Uiteindelijk besloten we dat ik een gesprek zou aangaan met het afdelingshoofd die mij de
brief geschreven had. Dat was niet gemakkelijk. Ik probeerde de rol en positie van de pvp
nog eens uit te leggen en ondanks dat hij dat kon volgen, bleef hij erbij dat je ook als
pvp het belang van de cliënt moet dienen en dat dit in het geval van Reinie niet was
gebeurd.
Het belang van de cliënt, wie bepaalt dat? De pvp komt op voor de belangen van de
cliënt zoals de cliënt die zelf ziet. Ik sta daar als pvp maar zeker ook als persoon
helemaal achter. Het is één van mijn drijfveren om dit werk te doen. Er zijn rondom
cliënten al zoveel mensen die bepalen wat goed en niet goed is voor hen. De pvp is bij
uitstek iemand die de cliënt volgt en daar waar hij kan, ondersteunt bij vragen en
klachten. Natuurlijk vraag ik me af hoe Reinie haar belang heeft gezien. Ik kan me bij
haar voorstellen dat een (korte) periode van leven in vrijheid haar veel waard was.
Misschien wel meer dan het vooruitzicht van nog twintig jaar achter gesloten deuren. Heeft
zij echter kunnen overzien hoe haar leven er buiten de instelling uit zou zien? En wie
heeft haar daar op moeten voorbereiden? Niet ik als pvp, concludeer ik nadat ik er met
veel collegas over heb gesproken.
Na Reinie heb ik een dergelijke situatie niet meer meegemaakt. Toch moet ik nog vaak
aan haar denken. Vooral als ik weer een cliënt ondersteun bij een klacht die volgens het
behandelteam schadelijk is voor hem of haar. Ik bemiddel niet anders en kan met dezelfde
inzet achter de cliënt staan. Maar bellen voor overleg met collegas of
leidinggevende doe ik wel sneller, ik heb toch een zekere bevestiging nodig dat ik op de
goede weg zit. De weg die ik volg als pvp is voor een groot deel de weg van de cliënt.
Ook na Reinie weet ik dat dát de goede weg is voor mij.
(de naam van Reinie is verzonnen en de casus iets gewijzigd om herkenbaarheid te
voorkomen)
FSC
Nieuwe Richtlijn fysieke inperking in de kinderpsychiatrie
NOOIT MEER ONDOORDACHT IN DE HOUDGREEP
Het werd hoog tijd. Want tot dusver bestond er nauwelijks wet- en regelgeving over
de fysieke inperking bij kinderen onder de twaalf jaar in de kinder- en jeugdpsychiatrie.
Opmerkelijk, omdat het gaat om gevoelige problematiek en ingrijpende maatregelen voor
kinderen in een afhankelijke positie. Een werkgroep, onder verantwoordelijkheid van GGZ
Nederland, presenteerde onlangs de eerste richtlijn op dit gebied. Met als doel de
kwaliteit van zorg voor kinderen te verbeteren.
Een angstig leeg juridisch terrein. Zo omschrijft de heer G. van Gemert van
GGZ Nederland de leemte die tot nu toe bestaat in de wet- en regelgeving rond fysieke
inperking bij kinderen onder de twaalf jaar. Neem bijvoorbeeld de Wet op de Geneeskundige
behandelingsovereenkomst (Wgbo), die de juridische relatie tussen hulpverlener en cliënt
regelt. Over fysieke inperking wordt met geen woord gerept. Ook de Wet bijzondere
opnemingen psychiatrische ziekenhuizen (Wet Bopz) biedt geen houvast. Deze wet is niet van
toepassing op kinderen jonger dan twaalf jaar, zeldzame gevallen daargelaten.
Hard nodig
Wat overblijft is dus een hiaat in de regelgeving, waardoor ook over registratie en
toetsing niets is vastgelegd. Terwijl hulpverleners juist bij deze groep kinderen
veelvuldig gebruik maken van verschillende vormen van fysieke inperking. Een richtlijn die
helder omschrijft wat men onder fysieke inperking verstaat en wanneer en hoe die toegepast
en geregistreerd moet worden, is dus hard nodig. Ook al is een richtlijn nog lang geen
wet, maar een advies. Of, zoals de werkgroep het omschrijft: een samenbundeling van
algemeen aanvaarde aanwijzingen voor het handelen op een bepaald onderdeel van de zorg.
Kortom: beter iets dan niets als leidraad voor dit onderdeel van de kinderzorg.
Het opstellen en implementeren van richtlijnen hoort bij het huidige streven naar meer
kwaliteitsbeleid. Daarnaast is het zo dat richtlijnen ook in de rechtspraak een grotere
rol gaan spelen. Mevrouw J. De Graaf, die tijdens een bijeenkomst het eerste exemplaar van
de richtlijn in ontvangst nam, beaamde dat namens de inspectie. Zij ziet de richtlijn als
toetsingsmiddel voor de inspectie. Bij bezoeken in instellingen voor Kinder- en
jeugdpsychiatrie zal de inspecteur informeren naar de wijze waarop de richtlijn wordt
toegepast in het instellingsbeleid, om vervolgens dit beleid te kunnen toetsen. Met andere
woorden, hoe worden mooie woorden in de praktijk gebracht.
Voor de inspectie is de richtlijn ook een mogelijkheid om, naast het intensiveren van
de instellingsbezoeken, ook een duidelijker gezicht te tonen.
Definitie fysieke inperking
De werkgroep onderscheidt twee vormen van fysieke inperking. De eerste vorm is dat
één of meer hulpverleners een kind bij de pols, arm of andere delen van het lichaam
vasthouden. De andere inperking betreft mechanische vormen van fixatie zoals het
vastbinden van een kind op bed of stoel. In de richtlijn heeft de werkgroep zich met de
eerste vorm van fysieke inperking beziggehouden. De algemene opvatting is dat mechanische
vormen van fixeren niet bij kinderen jonger dan twaalf jaar horen te worden toegepast.
De werkgroep formuleert de volgende definitie: elke fysieke inperking in
bewegingsvrijheid, los van de intentie (zoals maatregelen voor het handhaven van de orde,
de behandeling aangaande of een pedagogische maatregel) waarmee de beperking wordt
toegepast. Bij deze definitie blijken een scala aan maatregelen en interventies
mogelijk, variërend van eenvoudig tot zeer ingrijpend. De werkgroep heeft langdurig
gediscussieerd over welke handelingen nu precies onder de noemer fysieke inperking
vallen, aldus Johan Legemaate, voorzitter van de werkgroep, die een toelichting gaf
op de richtlijn. Uiteindelijk is men tot een opsomming van voorbeelden van fysieke
inperking gekomen, die varieert van een kind de helpende hand bieden om hem of haar naar
zijn kamer te brengen tot een kind plat op de grond te leggen en belemmeren op te staan.
Maar ook alle technieken gericht op controle en fysieke beheersing horen daarbij. De
werkgroep erkent dat er een groot verschil zit in de ernst en ingrijpendheid van de
verschillende vormen van fysieke inperking, maar dat die verschillen niet dusdanig zijn
dat voor elk ervan aparte criteria opgesteld dienen te worden.
Straf vermijden
Iedere toepassing van dwang vereist een grote mate van zorgvuldigheid in het denken en
handelen van de hulpverlener. De Graaf van de inspectie: Hoe ingrijpender de
maatregel voor het kind, hoe nauwlettender de eisen van zorgvuldigheid gehanteerd moeten
worden. Kinderen brengen het ondergaan van een fysieke inperking al snel in verband
met straf. De werkgroep stelt dan ook in de uitgangspunten dat de hulpverlener de schijn
van strafoplegging moet vermijden. Daarnaast moet hij professioneel handelen, zoals
omschreven in de Wgbo en terughoudend omgaan met risicovolle interventies.
Uiteraard is vooral preventie belangrijk. Het op orde hebben van goede personele en
materiële toerusting binnen een instelling is al een vorm van preventie. Daarnaast is ook
aandacht voor communicatie en het geven van voorlichting aan het kind en zijn
vertegenwoordigers belangrijk. Evaluatie van incidenten en, periodiek, van het afdelings-
en instellingsbeleid zijn ronduit onmisbaar.
Verder moet helder worden vastgelegd bij welk gedrag fysieke inperking onafwendbaar is.
De werkgroep noemt bijvoorbeeld ernstige agressie tegenover anderen, ernstige
impulsiviteit en zelfverwonding en destructief gedrag. Maar ook een ernstige vorm van
zelfverwaarlozing, zoals bijvoorbeeld niet willen eten, wordt als indicatie genoemd.
Primair gaat het bij fysieke inperking dus om het afwenden van onheil. En voor alles om
verantwoorde zorg. Zoals omschreven in de Kwaliteitswet: zorg die doelmatig en
patiëntgericht is.
Als regel geldt dat de minst ingrijpende maatregel dient te worden toegepast. Johan
Legemaate voegt er in zijn toelichting aan toe dat de drempel hoog moet liggen voor
men overgaat tot het toepassen van fysieke dwang. Hoe hoog, moet van tevoren uitvoerig
besproken zijn op team- en instellingsniveau.
Registratie
Het ligt voor de hand dat, volgens de dossierplicht van de Wgbo, alle relevante
gegevens rond de toegepaste fysieke inperking in het dossier worden aangetekend.
Opmerkelijk is dat de werkgroep ervoor pleit om deze informatie daarnaast apart te gaan
registreren, waarbij de kerngegevens op een gestandaardiseerd formulier worden ingevuld.
Dit laatste om dubbele registratie -en dus onnodig werk- te voorkomen. De werkgroep geeft
hiermee de toepassing van fysieke inperking een zelfde status als alle andere wijzen van
dwangtoepassing. Terwijl daar nog geen wettelijk vereiste van registratieplicht aan ten
grondslag ligt. Daarnaast adviseert de groep om de instellingsgegevens over fysieke
inperking op basis van vrijwilligheid - want er ligt geen wettelijke plicht zoals bij de
Wet Bopz - te melden bij de inspectie. De gegevens moeten toetsbaar en controleerbaar
zijn. Een cruciaal aspect van deze richtlijn, aldus voorzitter Legemaate. Hij
pleit ervoor dat instellingen hun eigen registratiesysteem ontwikkelen, eventueel in
overleg met de inspectie.
Een overzicht hiervan zou in het kwaliteitsjaarverslag ondergebracht kunnen worden. Dit
past ook binnen de huidige tendens dat een toenemende kwaliteit in de zorg samen gaat met
een grotere transparantie.
Verantwoordelijk
Implementatie van kwaliteitseisen die niet verankerd liggen in de wet, valt moeilijk af
te dwingen. En wie is verantwoordelijk voor die implementatie? De hulpverlening,
toezichthouders of de brancheorganisatie? Het lijkt een uitgemaakte zaak, maar op de
bijeenkomst werd hier uitvoerig door de verschillende vertegenwoordigers over gesproken.
Hoe dan ook, de rechter zal deze richtlijn zeker als belangrijke leidraad laten fungeren
in de rechtspraak. Zeker zolang er geen ander goed omschreven document voor handen is.
Niet voor niets nemen branche-organisaties als GGZ Nederland en de KNMG de laatste
jaren vaker het initiatief tot het opstellen van richtlijnen. Ook de inspectie lijkt
serieus van plan scherper toe te zien op de implementatie van, onder andere, deze
richtlijn. Mede naar aanleiding van het inspectierapport Kwaliteit van zorg in de
Kinder- en Jeugdpsychiatrie.
Tot slot zijn patiëntenvertrouwenspersonen altijd geïnteresseerd in richtlijnen.
Alleen al gezien hun taak om structurele tekortkomingen binnen de organisatie van een
instelling aan de orde te stellen. Een terechte vraag van een vertrouwenspersoon op de
bijeenkomst was dan ook hoeveel tijd de instellingen gegund moest worden om de richtlijn
tot beleid te maken. Een paar maanden lijkt mij redelijk, aldus Johan
Legemaate. Bij het verschijnen van deze jaarkrant is dat tijdstip ruim bereikt.
De Richtlijn fysieke inperking is verkrijgbaar bij GGZ Nederland, 030- 2873333.
AdG
Het complot
Weet je al hoelang ik hier kom? Wil je weten hoelang dit complot duurt? Twintig
jaar! De helft van mijn leven ben ik al in handen van de geestelijke gezondheidszorg.
Schizofreen, paranoïde, antisociaal. Het zal je maar gezegd worden. Het werd netjes
opgeschreven, en als in een estafette, keer op keer, arts na arts herhaald. Natuurlijk is
er wel wat ten goede veranderd; vroeger werd het in het dossier vermeld, maar zeker niet
aan mij verteld. Nu word ik er ook bij betrokken. Psycho-educatie heet dat. Als ik hun
diagnose accepteer, dan vertellen ze mij wat ik tegen zal komen in mijn leven en hoe ik
ermee moet omgaan. Vind je het cynisch? Ja, ik ben door schade en schande wel wat
realistischer geworden.
Jelle Veneman is alweer vier maanden opgenomen met een rechterlijke machtiging op de
gesloten opnameafdeling. Het jaar hiervoor woonde hij in het centrum van de stad op een
tweekamerflatje. Iedere week haalde hij in het ziekenhuis zijn depotinjectie en had soms
een gesprekje met zijn case-manager. Dit ging prima. Tot vijf maanden geleden. Jelle begon
in toenemende mate hasj te gebruiken, betwijfelde het nut van zijn injectie en
veroorzaakte s nachts overlast voor zijn buren. Uiteindelijk werd hij onder dwang
weer opgenomen.
Honderd procent dwang, zo zie ik het: psychiatrie is synoniem voor dwang. Ik mag
meepraten zolang we het eens blijven met elkaar. Zolang wordt mijn autonomie
gerespecteerd. Ik mag alleen niet kiezen voor mijn eigen ongeluk. Heel veel mensen
daarbuiten mogen dat wel; ze scheiden, ze werken te hard, krijgen burn-out, zijn zogenaamd
sociale drinkers. Maar ik; als ik wat hasj rook om van die ellendige gedachten af te
komen, als ik klaag over mijn depotversuffing, en als ik s nachts wat later naar bed
ga omdat ik nu eenmaal niet zon ochtendmens ben, dan ben ik opeens een gevaar voor
mezelf en voor mijn buren. Eenmaal gek, altijd vogelvrij dus.
Binnen de muren van deze instelling werken ze heel professioneel met dwang. Om
mij te breken mocht ik eerst drie weken doorbrengen in een separeercel. Ik was agressief
geweest tegen de politie. Ja, vind je het gek, als jij midden in de nacht ineens van je
bed wordt gelicht? Net Kafka, toch? Ik heb tijdens mijn opnames nog nooit met iemand
gevochten. Ze gaven me de keus, als ik mijn pillen zou slikken dan mocht ik er even uit.
Je reinste chantage toch, deze koppelverkoop. De pvp hier stelde het voor me aan de orde.
Hij heeft in ieder geval meer autoriteit dan ik, naar hem luisterden ze. Hoewel ik mijn
vrijheden pas terugkreeg toen ik er een klachtzaak van dreigde te maken. Ja, die taal
begrijpen ze.
Nadat ik uit de separeercel was, dwongen ze mij vervolgens om via allerlei fases
mijn vrijheden buiten de afdeling terug te verdienen. Eerst zo vaag als de pest
geformuleerd; op geleide van beeld. Ja, het verpleegkundig beeld, niet het
beeld dat ík van mijzelf heb, daar waren ze niet zozeer in geïnteresseerd. Via de pvp
gaven ze verduidelijking; ik moest braaf zijn, dan kwam er een nieuwe fase. Nu was dat ook
toevallig het beeld dat ik van mezelf had, dus werden we het snel eens.
Drie maal tien minuten per dag mocht ik naar buiten. Ook dit natuurlijk weer
aangekaart met de pvp; bij Gods gratie mocht ik wat stapjes overslaan van hun model, zodat
ik een wandelingetje kon maken zonder dat ik moest haasten en jakkeren om op tijd terug te
zijn.
Enfin, ik ben nu weer bijna zover dat ik naar huis ga. Natuurlijk weer met een
machtiging als paraplu boven het hoofd. En de voorwaarden thuis hebben mijn toestemming.
Ja, afgedwongen natuurlijk!
(de naam van de cliënt is verzonnen en de casus iets gewijzigd om herkenbaarheid te
voorkomen)
JWvD
Signalen
Moet een arts een gesepareerde patiënt echt elke dag bezoeken of niet? En op hoeveel
verzorgingsmomenten heeft een cliënt nou eigenlijk recht? Soms komt een
patiëntenvertrouwenspersoon (pvp) tekortkomingen tegen in een instelling. Als die afbreuk
doen aan de rechten van cliënten vraagt de pvp in een zogenaamd signaal aan
de instelling om de situatie te verbeteren. In 2001 schreven pvpen in totaal 87
signalen. Geri Koelewijn, juriste bij de Stichting PVP, geeft op een aantal van deze
signalen commentaar.
Verzorgingsmomenten
Een aantal gesepareerde cliënten klaagden dat er te weinig verzorgingsmomenten zijn.
In een signaal pleitte de pvp er bij de afdelingsleiding voor om het aantal
verzorgingsmomenten uit te breiden. Die vond echter dat er minimaal drie
verzorgingsmomenten per dag moeten zijn en zoveel meer als mogelijk.
Geri Koelewijn: Drie verzorgingsmomenten is het absolute minimum. In een protocol
kun je vast leggen dat het er bijvoorbeeld vijf moeten zijn, maar je moet natuurlijk
vooral kijken naar de situatie van de individuele cliënt. Misschien heeft die meer dan
vijf verzorgingsmomenten nodig. Of juist minder. Een behandelaar moet de beslissing om af
te wijken van het protocol wel kunnen onderbouwen en het hoe en waarom van die beslissing
vastleggen in het dossier. Een cliënt moet ook kunnen klagen over de beslissing. Een
protocol is een richtlijn, niet meer maar ook niet minder. Indien nodig kan er gemotiveerd
van afgeweken worden.Je moet het in ieder geval niet blind volgen.
Voortgang
Dagelijks behoort een arts te beoordelen of een separatie voortgezet moet worden. In
twee signalen schrijven pvpen dat die dagelijkse beoordeling niet altijd plaats
vindt. Vooral in de weekeinden gebeurt het niet. Moet een arts wel elke dag over de
voortgang van een separatie oordelen?
Geri Koelewijn: In principe moet dat wel. Ook in het weekeinde. Of hij ook elke
dag de cliënt in de separeer moet bezoeken om op die manier een goed oordeel te kunnen
vellen, vraag ik mij af. Dat hangt weer af van de individuele cliënt en de situatie.
Wanneer een psychiater te maken heeft met een ervaren, goed draaiend verpleegkundig team,
zal hij meer op de mening van dat team kunnen varen dan wanneer hij te maken heeft met een
onervaren team. In het eerste geval kan ik mij voorstellen dat hij de cliënt niet
dagelijks bezoekt. Ook als het gaat om een hem bekende cliënt, kan ik mij voorstellen dat
hij van dagelijks separeerbezoek afziet. Overigens kan het ook zo zijn dat hij niet één
keer, maar meerdere keren per dag een cliënt in de separeer moet bezoeken. Hij behoort
dat net zo vaak te doen als nodig is. Bovendien behoort een arts zich te realiseren dat
het gaat om een ernstige vorm van dwangtoepassing. Alleen daarom al dient hij het zeer
frequent en zorgvuldig te beoordelen.
Overdracht
Op een jongerenafdeling moeten de jongeren gedurende de verpleegkundige overdracht op
hun kamer verblijven. De afspraak is dat de overdracht een half uur duurt. De jongeren
klagen bij de pvp dat de overdracht regelmatig langer duurt; soms langer dan een uur. In
een signaal stelt de pvp dat het verplicht op de kamer verblijven een vrijheidsbeperkende
maatregel is en dat er geen juridisch kader is voor het toepassen van die maatregel. Hij
verzoekt de instelling om de regel aan te passen. De instelling laat de pvp weten dat ze
er naar zullen streven de overdracht niet langer dan 20 minuten te laten duren. Ook is
besloten dat regelmatig geëvalueerd wordt of het de afdeling lukt zich aan het voornemen
te houden.
Geri Koelewijn: Bij het lezen van dit signaal krijg ik het idee dat medewerkers
van die afdeling niet lijken te beseffen waar ze mee bezig zijn. Ze vinden het blijkbaar
de gewoonste zaak van de wereld dat rond de overdracht alle cliënten op hun kamer zitten.
Ze zouden echter ook kunnen ook besluiten dat een, of desnoods twee
verpleegkundigen niet meedoen aan de overdracht. Dat gaat ook zo op andere afdelingen.
Misschien ben ik naïef, maar ik begrijp niet waarom het niet anders kan. Volgens de
huidige wettelijke regels zijn zulke vrijheidsbeperkende regels in ieder geval hoogst
problematisch.
Futiliteit
Dit signaal bestaat uit slechts een paar regels. Het antwoord van de instelling is niet
veel langer. Het gaat over de bel in de separeer. Die doet het niet. De pvp verzoekt het
probleem op te lossen. Van de instelling krijgt de pvp de toezegging dat de bel zo spoedig
mogelijk hersteld wordt.
Geri Koelewijn: Het lijkt misschien een futiliteit, maar je zult maar gesepareerd
zijn en niemand kunnen bereiken. Ik zou mij in zon situatie verschrikkelijk voelen.
Eigenlijk zou de separeer niet gebruikt mogen worden totdat de bel gemaakt is. Een
gesepareerde cliënt moet contact kunnen leggen met de verpleging. Wanneer de separatie op
vrijwillige basis plaat vindt, kan ik me overigens wel voorstellen dat de separeer wordt
gebruikt ondanks de kapotte bel. Ik denk dat je in sommige situaties met een individuele
cliënt de afspraak kunt maken dat je om de 5 á 10 minuten kijkt hoe het ermee gaat
zolang de bel het niet doet. Bij een onvrijwillige separatie vind ik het onverantwoord om
die separeer nog te gebruiken.
Onduidelijkheid
Een pvp signaleert bij de Raad van Bestuur van een instelling, dat bij medewerkers
onduidelijkheid bestaat over de regels en procedures bij dwangbehandeling. Cliënten
worden ook vaak onvoldoende geïnformeerd. De beslissing om een cliënt onder dwang te
gaan behandelen heeft voor die cliënt ingrijpende gevolgen, stelt de pvp. Het is daarom
van belang dat die beslissing zorgvuldig wordt genomen met inachtneming van wet- en
regelgeving. De pvp denkt dat een goed protocol Dwangbehandeling kan helpen bij het
verduidelijken van allerlei zaken rondom dwangbehandeling bij zowel medewerkers als
cliënten. Zij verzoekt de raad van bestuur een protocol te ontwikkelen. Als voorbeeld
stuurt ze een protocol van een andere instelling mee.
Geri Koelewijn: Ik vind het schokkend dat er nog steeds ziekenhuizen zijn
waarbinnen onvoldoende kennis bestaat over dwangbehandeling. Al langer dan acht jaar
werken we met de Wet Bopz. De criteria en procedure voor dwangbehandeling staan daarin
beschreven. Het moet toch binnen psychiatrische instellingen bekend zijn wanneer een
separatie overgaat in dwangbehandeling en wanneer niet. Bovendien mag je van elke arts
werkzaam in de psychiatrie verwachten dat hij weet wat de criteria voor het toepassen van
dwangbehandeling zijn. Ze hoeven het niet met die criteria eens te zijn, maar ze moeten ze
wel kennen.
Geïrriteerd
Het komt voor dat medewerkers van een instelling geïrriteerd of gepikeerd reageren op
een signaal van een pvp.
Geri Koelewijn: Het lijkt mij als verpleegkundige niet leuk om van een pvp te
horen te krijgen dat je iets niet goed doet of iets niet goed geregeld hebt. Maar
het is natuurlijk beter om analytisch naar het signaal te kijken, in plaats van
geïrriteerd te reageren. Het is belangrijk dat pvp'en de ruimte krijgen om signalen te
schrijven. Op die manier leveren ze een bijdrage aan het oplossen van eventuele
tekortkomingen.
AdM
Het is onvermijdelijk dat de ggz de politie vaker inschakelt.
George Witte, voorzitter raad van bestuur van de Rijngeestgroep:
Je ziet overal een toename van geweld, ook in de ggz. Gelukkig neemt de deskundigheid van
het personeel ook toe. Binnen onze instelling is een lichte stijging van het aantal
geweldsincidenten. Maar we schakelen niet vaker de politie in. Gemiddeld doen wij dat eens
in de twee á drie maanden. Het geweld van buitenaf neemt wel explosief toe. Op het
terrein van de Rijngeestgroep groeit het vandalisme en veroorzaken jongeren problemen. Ook
lopen meer drugsdealers op het terrein rond. De instelling beschermen tegen de
buitenwereld wordt belangrijker. Er is sprake van groeiende grenzeloosheid. Je moet mensen
opnieuw grenzen opleggen en normen bijbrengen. Dat kost tijd. Ik vrees daarom dat we in de
toekomst vaker een beroep moeten doen op beveiligingsbeambten of politie. Want ik vind het
ontoelaatbaar wanneer verpleegkundigen angstig op hun werkplek verschijnen. De beste
oplossing blijft om met deskundig verpleegkundig personeel de geweldspiraal te doorbreken.
Is dat niet mogelijk, dan is de aanpak van een aantal andere landen het beste alternatief.
Daar worden bij geweldsincidenten speciaal opgeleide beveiligingsbeambten ingezet. Naast
natuurlijk verpleegkundigen met specifieke ggz-kunde.
Sip Stulp, beleidsmedewerker bij stichting LPR:
De nadruk ligt meer en meer op beveiliging en niet op behandeling. Zorg en
behandeling moeten vooropstaan. Je kunt je afvragen wat de politie in een zorginstelling
te zoeken heeft. Die mensen horen überhaupt niet op een afdeling. Heel simpel: omdat er
zorg wordt verleend, er moet behandeld worden en agressie moet met eigen methodieken
worden bestreden. Dat is altijd zo geweest en moet zo blijven. Een verpleegkundige moet
juist leren omgaan met gedrag dat cliënten vertonen. Het mag niet zo zijn dat wanneer dat
agressief gedrag is, we een beroep doen op de ordehandhavers. Je moet kijken naar de
cliënt als iemand met psychiatrische problematiek en ervoor zorgen dat die problematiek
vermindert. De oplossing voor agressie ligt niet in het inschakelen van politie of
beveiligingsbeambten.
Anneke de Meer, cliënt:
Je verwacht in een ziekenhuis geen mensen met blauwe uniformen. Het is erg genoeg om
gesepareerd te worden. Als er ook nog eens agenten bijstaan, kan je wel door de grond
zakken. Kijk, verpleegkundigen die je naar een separeer brengen en je laten uitkleden, dat
is ook niet fijn, maar daarvan heb je in ieder geval nog het idee dat het hulpverleners
zijn. Zij zijn opgeleid om te zórgen, dat is bij de politie anders, die zijn opgeleid om
met criminelen om te gaan en dat ben je als psychiatrisch patiënt toch echt niet.
(de naam van de cliënt is verzonnen, om herkenbaarheid te voorkomen)
Geri Koelewijn, juriste Stichting PVP:
Verpleegkundigen zijn opgeleid om met patiënten om te gaan in ingewikkelde en
dreigende situaties. De politie is dat niet. Alleen al om die reden zou de politie niet
bij bijvoorbeeld separaties betrokken moeten worden. Ik kan me wel voorstellen dat het in
een hoogst explosieve situatie een keer gebeurt, wanneer het echt noodzakelijk is. Ik
krijg echter de indruk dat het steeds vaker gebeurt. Het lijkt een nieuwe trend te
worden.
FSC
Helpdesk PVP
Beter bereikbaar, prima aanvulling
Het installeren van een helpdesk, om met name ambulante cliënten van dienst te
zijn, stond al heel lang op het verlanglijstje van de Stichting PVP. In september 2001
ging hij dan eindelijk van start. Nu, een jaar later, blijkt dat de Helpdesk PVP in ruime
mate aan een behoefte voldoet. Er komen zoveel telefoontjes binnen dat de bereikbaarheid
binnenkort wordt uitgebreid.
Met de helpdesk, zegt u het maar... De vrouw aan de andere kant van de lijn
vertelt dat ze ooit, vier jaar geleden, korte tijd gedwongen opgenomen is geweest. Daarna
ging ze jarenlang eens in de twee weken voor gesprekken naar de poli. Binnenkort wordt
haar behandeling definitief beëindigd. Ze wil nu heel graag met een schone lei beginnen.
En daarom wil ze dat haar dossier vernietigd wordt. Hoe moet ze dat aanpakken?
Je dossier van je gedwongen opname kan helaas pas na vijf jaar vernietigd
worden, vertelt de pvp van de helpdesk. Je kunt die procedure dus pas volgend
jaar starten. Maar jouw andere dossier moeten ze in beginsel wel vernietigen als jij
daarom verzoekt. Tenzij er door vernietiging schade wordt toebedeeld aan derden. De
pvp legt uit hoe dat zit en hoe de procedure tot vernietiging in elkaar zit. En als
het niet lukt, kun je gewoon opnieuw contact met ons opnemen.
Hij is met een rechterlijke machtiging voorwaardelijk ontslagen, vertelt een man als de
telefoon opnieuw gaat. Nu pakt hij langzaam zijn leven weer op. Hij is weer aan het werk
en dat gaat allemaal best goed. Maar het nadeel is dat hij per se iedere week op gesprek
moet bij zijn casemanager. En het is zo verschrikkelijk vervelend dat hij daar iedere keer
weer opnieuw vrij van zijn werk voor moet nemen. Eigenlijk zou hij best van die gesprekken
af willen, vertelt hij aan de pvp van de helpdesk. Het gaat nu toch prima met hem? Omdat
zijn vaste pvp ziek is, belt hij met de helpdesk.
De pvp hoort hem rustig aan en maakt aantekeningen. Ze belooft hem dat ze contact op
zal nemen met zijn casemanager en hem daarna zal terugbellen. De casemanager bereikt ze
pas de volgende dag. Die gesprekken zijn dwingend, die zijn onderdeel van het
voorwaardelijk ontslag, vertelt de casemanager aan de pvp. Maar natuurlijk snapt zij
best dat de tijdstippen van de gesprekken lastig te combineren zijn met een baan. Ze stelt
de pvp voor dat de man daarom voortaan de keuze heeft om zijn gesprek te laten
plaatsvinden aan het begin, het eind van de dag of tijdens zijn lunchpauze. En wanneer die
gesprekken kunnen stoppen, hangt af van de behandelend arts. Maar die is met vakantie. De
pvp belt de man terug en vertelt hem de uitkomst van het gesprek. Hij besluit om voortaan
aan het eind van de dag met zijn casemanager af te spreken.
Voorzichtig
Een kamer met twee telefoonlijnen in het souterrain van het landelijk kantoor van de
Stichting PVP. Meer is het eigenlijk niet. Iedere dag tussen tien en vier zit er in
principe één pvp achter de telefoon. Soms is het rustig en kunnen ze zich bezig houden
met het lezen van achterstallige stukken of met het behandelen van kwesties die de
helpdesk per email bereiken. Op andere dagen staat de telefoon roodgloeiend. Dan zijn 25
gesprekken per dag of zon 700 in een maand geen uitzondering.
Voor ons als Stichting PVP was het installeren van de helpdesk eigenlijk een
logische ontwikkeling, vertelt directeur Gijs Heres Hoogerkamp. Ooit
concentreerden we ons werk vooral op de APZen. Dat verbreedde zich langzaam naar de
PAAZen. Vervolgens, aansluitend op ontwikkelingen in de ggz, is het voor ons een
logische volgende stap om te zoeken naar manieren waarop we cliënten uit de hele ggz
kunnen bedienen. In 2001 kregen we van het Ministerie ook voor het eerst geld om die
verbreding naar de ambulante zorg neer te zetten. De komende vier jaar, tot en met 2004,
krijgen we iedere jaar extra geld van het Ministerie van WVC om onze plannen te
realiseren. Het is de bedoeling dat daarmee ook uitbreiding van formatieplaatsen
gerealiseerd gaat worden. We denken niet direct aan speciale telefoon-pvpen.
Tot nu toe is de ervaring dat het combineren van pvp-werk met één dag per week
telefoondienst, heel aantrekkelijk is. Het gaat tenslotte ook om vaardigheden die elkaar
in hoge mate overlappen.
De helpdesk ging voorzichtig van start. In september 2001 werd het telefoonnummer
opengesteld voor ambulante cliënten in de regios Amsterdam, Oost-Brabant en
Friesland. Met folders werd het nieuwe telefoonnummer gecommuniceerd met de cliënten van
de verschillende ggz-instellingen in die regios. Dit bleek onvoldoende om de
ambulante cliënten te bereiken. Begin 2002 werd daarom de informatiecampagne uitgebreid
naar alle voorzieningen waarvan de cliënten gebruik zouden kunnen maken. Dat had
duidelijk meer effect.
Bereikbaarheid
De Helpdesk PVP is primair bedoeld voor mensen in instellingen, met een
instellingsverleden en voor mensen die opgenomen dreigen te worden. Eigenlijk, zegt Heres
Hoogerkamp, had die helpdesk er al veel eerder geweest moeten zijn. Ook vanwege onze
eigen bereikbaarheid. Pvpen zijn solisten in de instellingen waar ze werken.
Bovendien bedienen ze vaak meerdere locaties. Ze zijn wel mobiel bereikbaar, maar ook
pvpen zijn wel eens ziek of met vakantie, of om andere redenen niet bereikbaar. In
die gevallen moet je als stichting dus een vangnet hebben, een telefoonnummer waar een
cliënt met dringende vragen en klachten terecht kan.
Momenteel is de Helpdesk PVP alleen overdag bereikbaar op werkdagen, tussen tien en
vier. Maar als het aan de directeur ligt wordt die bereikbaarheid dit jaar nog uitgebreid.
Met een paar avonden, ook in het weekend. Dat kan qua techniek vrij gemakkelijk.
Telefoontjes kunnen zo doorgeschakeld worden, dat betekent dat een pvp hem gewoon thuis
kan beantwoorden. En met vijftig pvpen praat je over hooguit één weekenddienst per
jaar. Het moet echt tot het verleden gaan horen dat je met feestdagen als stichting drie
dagen achter elkaar onbereikbaar bent. Juist met feestdagen moet je op enige wijze
bereikbaar zijn vind ik, omdat er op dat soort momenten juist vaak met cliënten van alles
gebeurt.
Op avonden en in weekenden is de bezetting in ziekenhuizen minimaal. Behandelaars zijn
vaak afwezig. Met als gevolg dat je als pvp nauwelijks concreet kunt handelen voor een
cliënt. Juist als de bezetting in zon ziekenhuis minimaal is, wordt er met de
cliënt ook nog al eens op minimale wijze omgesprongen. Als iemand dan tenminste ergens
terecht kan met zijn verhaal, dan ben je al een heel eind. Verder is het niet per se nodig
om altijd precies contact te krijgen met de juiste behandelaar. Soms zet je voor een
cliënt al voldoende in gang als een pvp met een ander persoon in zon ziekenhuis
heeft gesproken, is jouw signaal als pvp naar zon ziekenhuis dan al voldoende.
Efficiënt
De opstartfase van de helpdesk verliep binnen de Stichting PVP niet zonder slag of
stoot.
Er waren wat aanloopproblemen en het was in het begin even lastig om voldoende
capaciteit voor de helpdesk vrij te maken. Uiteindelijk groeien we nu langzaam in het
gevoel dat het eigenlijk omgedraaid moet zijn, zegt Heres Hoogerkamp. Dat die
helpdesk moet doordraaien, zelfs al zou de hele stichting stilvallen. Uiteindelijk
leidde de helpdesk ertoe dat de toegankelijkheid van de werkschemas en de
bereikbaarheid van collegas ook is verbeterd.
PVPen zijn bij uitstek solisten en niet gewend om op de vingers gekeken te
worden. Dat was soms even wennen aan de helpdesk. Dat mensen opeens van elkaar horen
hoe ze dingen aanpakken.
Theo van Veldhuizen, bijna zeven jaar bij de stichting in dienst als pvp, is een van de
vijf pvpen die zich na een dringende oproep aanmeldde om één dag per week de
helpdesk te bedienen. Het lijkt hem helemaal niets om binnenkort het souterrain te delen
met een collega. Vanwege de drukte is het noodzakelijk dat er meer menskracht komt,
maar met zn tweeën telefoneren in één ruimte, dat gaat niet. Dat stoort alleen
maar.
Gerry Cornelissen, ruim tien jaar pvp, lijkt dat minder vervelend. Ikzelf kan
heel goed telefoneren terwijl iemand anders erbij zit. Ik vind het een prettig idee dat ik
iemand anders kan aankijken.
Het werken aan de telefoon, zo ervaren beiden, is absoluut anders dan wanneer je een
cliënt in levende lijve naast je hebt zitten. Het werkt beperkender, maar soms
juist ook heel functioneel, zegt Van Veldhuizen. Het is zakelijker. Je kunt
niet meer iemand vriendelijk toeknikken, een kopje koffie halen of juist wat naar achter
gaan zitten als het contact dat nodig lijkt te hebben. Dat zakelijke is soms ook prettig,
het is leuk om praktische dingen uit te zoeken voor mensen.
Gerry Cornelissen valt het op dat zon gesprek aan de telefoon al van begin af aan
heel anders verloopt dan wanneer je op locatie werkt. Je vraagt meteen naar een
aantal gegevens, dus breek je af en toe in als mensen aan hun verhaal bezig zijn. Dat komt
ook omdat je weet dat mensen tien cent per minuut betalen en dat het voor sommige
cliënten lastig is om te bellen. Dus ga je ook een beetje efficiënt te werk. Het
voordeel daarvan is trouwens dat je zon gesprek meteen structureert en dat kan heel
prettig zijn voor mensen die een beetje over de rooie zijn.
Veel bellers zijn onbekenden voor de Helpdesk PVP. Ook dat is een wezenlijk verschil
met het werken op locatie. Daarbij bellen ook relatief veel mensen vanuit huis. Maar of je
nu op locatie of aan de telefoon werkt, er zijn altijd momenten dat je als pvp mensen
niets meer te bieden hebt. Cornelissen: Vandaag nog had ik een man die in de
separeer zat en die werkelijk heel erg in de war was, heel psychotisch, bedreigend en
gevaarlijk. Ik had gewoon geen argumenten, zeker niet telefonisch, om hem eruit te
krijgen. Als ik nou in het ziekenhuis was geweest, dan had ik naar hem toe gekund, had ik
toch meer contact gehad. Op zon moment werkt de telefoon heel beperkend. Je kent de
omstandigheden niet, de cliënt niet, de behandelaar niet. Je weet niet eens precies wat
er gebeurd is.
Juist voor de cliënten die zelf nog redelijk alert zijn en nog redelijk kunnen
onderhandelen vervult de helpdesk een heel goede functie, concludeert Cornelissen.
Bijvoorbeeld als het gaat om vragen over verplichte medicatie of het dossier.
Mag ik het inzien, mag iemand een brief zus of zo sturen. Met de
informatie die je geeft over de wet en de manier waarop je ook uitlegt dat de wet daarover
bedoeld is om de cliënt te helpen, kun je iemand echt ondersteunen, ze ruggegraat geven
als ze gaan onderhandelen.
JO/RH
Financiële verantwoording
De werkzaamheden van de Stichting PVP worden gefinancierd uit een opslag op de
verpleegprijs van de algemene en categoriale psychiatrische ziekenhuizen. De bijdrage per
toegelaten bed wordt jaarlijks vastgelegd in een beleidsregel van het College Tarieven
Gezondheidszorg. De stichting brengt deze bijdrage in rekening bij de ziekenhuizen, die om
de bijdrage te kunnen voldoen een opslag ontvangen op de verpleegprijs. In 2001 bedroeg de
bijdrage 123,43 per toegelaten bed.
Rekening van baten en lasten in euros over 2001
| Baten
|
2001
|
2000
|
| Gedeclareerde
bijdragen |
3.174.180 |
2.824.573 |
| Ontvangen
-/- betaalde interest |
26.900 |
29.873 |
| Reservering
project |
24.774 |
- |
| Overige
baten |
25.743 |
- |
| TOTAAL
|
3.251.597 |
2.854.446 |
| Lasten
|
2001
|
2000
|
| Personeelskosten
|
2.675.010 |
2.653.510 |
| Huisvestingskosten
|
65.806 |
55.661 |
| Bureaukosten
|
118.477 |
116.260 |
| Reis-
en verblijfskosten |
74.238 |
60.611 |
| Algemene
kosten |
69.231 |
61.853 |
| Afschrijvingskosten
|
6.489 |
1.374 |
| TOTAAL
|
3.009.251 |
2.949.269 |
|
|
2001
|
2000
|
| Exploitatieresultaat
|
242.346 |
-
94.823 |
Balans per ultimo 2001
| Activa
|
2001
|
2000
|
| Materiële
vaste activa |
29.906 |
11.196 |
| Vorderingen
|
44.355 |
21.413 |
| Liquide
middelen |
557.559 |
332.836 |
| TOTAAL
|
631.820 |
365.445 |
| Passiva
|
2001
|
2000
|
| Vermogen
|
276.111 |
28.971 |
| Schulden
op korte termijn |
355.709 |
336.474 |
| TOTAAL
|
631.820 |
365.445 |
Ernst & Young Accountants hebben op 1 mei 2002 een goedkeurende
accountantsverklaring bij de Jaarrekening 2001 verstrekt.
Klachtencommissie Patiëntenvertrouwenspersonen
Sinds 1988 beschikt de Stichting PVP over een onafhankelijke klachtencommissie, de
Klachtencommissie Patiëntenvertrouwenspersonen. Belanghebbenden kunnen zich tot deze
commissie wenden met klachten over de wijze waarop een pvp zijn taak vervult. De commissie
gaat vervolgens na of de betreffende pvp in strijd met de voor zijn beroepsuitoefening
geldende regels heeft gehandeld. Zij toetst het handelen van de pvp daarbij aan de
gedragsregels van de stichting en aan de taakomschrijving patiëntenvertrouwenspersoon. In
2001 zijn er geen klachten aan de commissie voorgelegd.
Het secretariaat van de klachtencommissie wordt gevoerd door mw. mr. R. Talma van de
Stichting Ondersteuning Klachtopvang Gezondheidszorg, Postbus 9445, 3506 GK Utrecht,
telefoon (030) 2610604. Informatie over het indienen van een klacht en de wijze waarop de
commissie de klacht zal behandelen, is bij het secretariaat verkrijgbaar.
|