|
Stichting PVP, vertrouwenspersonen in de zorg
12e jaargang nummer 4 winter 2002
Inhoudsopgave
In het ziekenhuis is onaangepast gedrag niet welkom
Drempel in de psychiatrie
Hulpvrager en hulpverlener overleggen als gelijkwaardige partners over de
behandeling, volgens de wet. Na een goede voorlichting door de hulpverlener, geeft de
patiënt toestemming voor alle verrichtingen. In de praktijk wordt dit principe echter
uitgehold. Nogal wat instellingen en behandelaars stellen voorwaarden aan een behandeling
of een opname, zo ondervinden patiëntenvertrouwenspersonen (pvpen). De cliënt
wordt bij opname onder druk gezet om met de gestelde voorwaarden akkoord te gaan.
Wilt u opgenomen worden? Dat kan. Mits u akkoord gaat met separatie, bepaalde
medicijnen aanvaardt, geen alcohol of drugs gebruikt, niet aan automutilatie doet en geen
suïcidepogingen onderneemt. Cliënten die opgenomen willen worden, krijgen nogal eens te
horen dat dit alleen onder bepaalde voorwaarden mogelijk is. Zo stelt de behandelaar vaak
vooraf een tijdslimiet, bijvoorbeeld dat de opname hooguit een week zal duren. Vervolgens
wordt de cliënt aan deze afspraak gehouden. Hij dient na die week weer te
vertrekken, want afspraak is afspraak. Bij andere cliënten worden aan het gedrag
voorwaarden gesteld. Zo moet iemand uitdrukkelijk beloven zich aan de huisregels te
houden, of akkoord gaan met plaatsing op een gesloten afdeling of in een separeer.
Er zijn ook cliënten die uitsluitend met een in bewaring stelling (ibs) of een
rechterlijke machtiging (rm) opgenomen worden. Of men stelt voorwaarden aan de inhoud van
de behandeling. Deze kunnen voor de cliënt erg moeilijk zijn.
Een vrouw meldde zich bijvoorbeeld voor opname aan bij een open afdeling. Ze voelde
zich somber en vond het leven zwaar. Er volgde een tweede intakegesprek omdat de arts
twijfelde of het ziekenhuis de goede zorg kon bieden. Mevrouw woog 35 kilo en had
bijzonder veel problemen met eten. De arts stelde als voorwaarde voor behandeling door het
ziekenhuis, dat mevrouw vier weken later drie kilo meer moest wegen. Anders zou ze
ontslagen worden. Na drie weken was de cliënt niet aangekomen maar zelfs twee kilo
afgevallen. Ze was ongerust over het verloop en wilde met de pvp een gesprek met haar
behandelaar. De arts bevestigde tijdens dit gesprek dat, aangezien de cliënt onmogelijk
binnen vijf dagen vijf kilo kon aankomen, zij komende maandag werd weggestuurd. De pvp
stelde dat de situatie slechter was geworden en dat een behandeling juist nog belangrijker
was. De behandelaar vond dat de situatie juist verslechterd was omdat de huidige
behandeling ongeschikt was. Bovendien was de afdeling niet gespecialiseerd in
eetproblemen. De cliënt besloot na het gesprek meteen uit het ziekenhuis te vertrekken.
Ze had er absoluut geen vertrouwen meer in dat verder onderhandelen nog iets zou
opleveren.
Eenzijdig
De beleidsnotities van ggz-instellingen gaan uit van vraagsturing en een
patiëntgerichte zorgverlening. Zij volgen daarmee onder andere de Wet geneeskundige
behandelingsovereenkomst (Wgbo) die uitgaat van een gelijkwaardige relatie tussen
hulpvrager en hulpverlener. Eerst nadat de indicatiestelling en de opname heeft
plaatsgevonden, volgt de onderhandeling over het behandelplan. Het ziekenhuis en de
cliënt gaan samen een overeenkomst aan en overleggen over de behandeling. Nadat de
cliënt voldoende is geïnformeerd door de hulpverlener geeft de cliënt toestemming voor
(delen van) de voorgestelde behandeling. Dit is het informed consent-principe. De praktijk
laat echter zien dat er vaak geen sprake is van een gelijkwaardige relatie. De voorwaarden
worden immers eenzijdig vastgesteld. Dergelijke voorwaarden staan op gespannen voet met de
zorgplicht van de instelling en met de eis van een verantwoorde zorg. De zorg moet worden
afgestemd op de zorg die de patiënt nodig heeft. Bovendien ondermijnen voorwaarden vooraf
en de mogelijke sanctie van een gedwongen ontslag het beginsel van het informed consent.
De hulpverlener kan de behandelovereenkomst niet opzeggen zonder toestemming van de
cliënt. De cliënt kan zijn gegeven toestemming altijd intrekken zonder dat dit ertoe
leidt dat de hulpverlener de hulp zonder meer beëindigt (Memorie van toelichting Wgbo).
Ontslagreden
Er kleven ook enkele praktische bezwaren aan de gestelde voorwaarden. Een tijdslimiet
is van te voren moeilijk vast te stellen. Het is moeilijk te voorspellen wanneer de
indicatie zal vervallen. Men kan daarover alleen bepaalde verwachtingen uitspreken. De
praktijk echter zal moeten uitwijzen op welk moment het doel van de opname bereikt is. Dat
de cliënt zich aan de huisregels dient te houden spreekt voor zich. De huisregels zijn er
voor om van het psychiatrische ziekenhuis een geordende samenleving te maken. Deze
verplichting hoort dan ook niet thuis in een individueel behandelingsplan. Over de inhoud
van de behandeling kunnen van te voren bepaalde afspraken of doelstellingen geformuleerd
worden, maar dan wel in onderling overleg. Bij een zorgvuldige behandeling behoren verder
een regelmatige toetsing en evaluatie. Gedurende de behandeling kunnen zich immers de
omstandigheden wijzigen of kan de patiënt van mening veranderen.
Verder zou de aanleiding voor de opname niet de reden voor het ontslag mogen zijn. De
cliënt komt bijvoorbeeld met een alcoholprobleem, is suïcidaal of heeft de onbedwingbare
neiging zich te snijden, te krassen of zichzelf anderszins ernstige schade te berokkenen.
De cliënt wordt soms alleen opgenomen als hij dit niet meer doet, anders wordt hij weer
ontslagen. Als voorwaarde stelt het ziekenhuis dan dat de patiënt het problematische
gedrag achterwege laat, waarvoor hij nu juist behandeld wil worden. Het is mogelijk dat
het stellen van een dergelijke voorwaarde therapeutisch werkt, maar de noodzakelijke
gerichte instemming ontbreekt. Wordt de cliënt daadwerkelijk met ontslag gestuurd op het
moment dat hij het problematisch gedrag vertoont, dan is het gedrag dat de
opname-indicatie was vervolgens de reden voor ontslag geworden.
Onduidelijk
Een cliënt had geen vaste woon- of verblijfplaats en stond nummer 20 op de wachtlijst
voor een sociaal pension. Hij verbleef vier nachten per week op de afdeling en moest de
rest zelf regelen. Hij wendde zich tot de klachtencommissie met het verzoek om geheel te
worden opgenomen. Hij meende dat zijn huidige leefomstandigheden slecht waren voor zijn
psychische toestand. Aan zijn huidige opname waren voorwaarden verbonden. De pvp stelde
dat de opname onder voorwaarden vooraf, op gespannen voet stond met de Wgbo. De
klachtencommissie volgde deze mening en schreef het volgende:
De klachtencommissie constateert dat de instelling in deze casus op twee
gedachten hinkt. Hoewel de klachtencommissie gezien de situatie waarin klager zich bevindt
begrip heeft voor de gekozen constructie, is zij van mening dat de constructie van
partiële opname onder voorwaarde aanleiding geeft tot onduidelijkheid voor met name de
rechtspositie van klager. Blijkbaar is er in geval van klager een indicatie voor opname.
In dat geval is het regime van de Wet geneeskundige behandelovereenkomst onverkort van
toepassing. Dat wil zeggen dat de instelling en cliënt het eens moeten worden over de te
volgen behandeling en de afspraken daarover vast dienen te leggen in de
behandelovereenkomst. De opname onder voorwaarden vooraf staat op gespannen voet met de
Wet geneeskundige behandelovereenkomst. In principe is de gestelde indicatie de basis
voor het besluit tot het al of niet opnemen van een cliënt. Uiteraard dient cliënt zich
na opname te houden aan de gemaakte afspraken in het behandelplan en de geldende
huisregels. Indien de instelling van mening is dat overgegaan kan worden tot ontslag van
een cliënt en de cliënt zich daartegen verzet, is er sprake van gedwongen ontslag en zal
de daarop van toepassing zijnde richtlijn van de instelling moeten worden gevolgd.
Uiteraard dient aan de criteria van gedwongen ontslag te worden voldaan. In principe kan
worden besloten tot gedwongen ontslag als de indicatie voor de behandeling is vervallen,
als de cliënt behandeling weigert en als cliënt de huisregels overtreedt.
Zo blijken, ondanks alle recente ontwikkelingen binnen de ggz, waarbij de patiënt
steeds mondiger is geworden en zijn rechtspositie is verbeterd, oude mechanismen in een
nieuwe vorm terug te komen. Het oude de dokter weet wat goed voor u is wordt
vervangen door u doet wat de dokter zegt, anders kan de dokter u niet helpen.
EvdM
Vereniging voor manisch depressieven op de bres voor verbetering van
de positie van patiënten en hun naasten
Als stemmingen te extreem zijn
.
Dit jaar bestaat de Vereniging voor Manisch Depressieven en Betrokkenen (VMDB) 15 jaar.
In die periode groeide het aantal leden tot zon 3100. Het unieke van de VMDB
is dat we er niet alleen zijn voor mensen met MDS, maar ook voor de mensen die bij hen
betrokken zijn: partner, familie, vrienden. Dat zie je zelden bij een
patiëntenvereniging, aldus de vice-voorzitter.
Het jubileum is een goede aanleiding voor ons bezoek aan het landelijke bureau te
Utrecht. Het lijkt een soort zenuwcentrum, volgestouwd met mappen, voorlichtingsmateriaal,
prikborden, en een telefoon die regelmatig rinkelt en beantwoord wordt door de
secretaresse, de enige betaalde kracht van de VMDB. Wij zitten aan een grote vergadertafel
te praten met twee gedreven bestuursleden, Marijke Bakhuijsen, voorzitter en betrokkene,
en Klaus de Jong, vice-voorzitter en zelf manisch-depressief.
In Nederland leven naar schatting zon 150.000 tot 200.000 mensen met een
manisch-depressieve stoornis (MDS). Klaus de Jong: Hiervan hebben ongeveer 30.000
mensen op enigerlei wijze contact met de geestelijke gezondheidszorg. Onze vereniging
heeft nu zon 3100 leden. Dat is behoorlijk wat voor een patiëntenvereniging, maar
kijkend naar de totale hoeveelheid mensen met MDS, bereiken wij nog steeds te weinig
mensen.
De vereniging timmert behoorlijk aan de weg met voorlichting, lotgenotencontact en
belangenbehartiging. Hiervoor zijn meer dan 100 vrijwilligers in het hele land actief. Zij
zijn betrokken bij psycho-educatiecursussen in de ziekenhuizen, bemensen de
lotgenotentelefoon, organiseren regiobijeenkomsten en huiskamer-groepen en komen
zon 5 keer per jaar naar de landelijke vergadering die de VMDB voor al haar leden en
andere belangstellenden organiseert.
Verder verschijnt vier keer per jaar het tijdschrift PLUSminus en is er een
internetsite (www.vmdb.nl) met onder andere een discussieforum waar patiënten en
betrokkenen elkaar 24 uur per dag kunnen ontmoeten.
De Jong: De manisch-depressieve mens zou ik beschrijven als een onverwoestbaar
optimist, die ondanks alles toch steeds weer probeert overeind te krabbelen. Het hoort bij
deze ziekte dat als het de kop opsteekt, je de controle over jezelf verliest. Dat kan
extreem zwaar zijn. Je bent jezelf kwijt. Maar voor elke MD-er is dat weer anders. Je hebt
manisch-depressiviteit in gradaties. (Zie kader.)
Richtlijn
Eind 2001 is de nieuwe Richtlijn bipolaire stoornissen gepresenteerd. Deze richtlijn is
ontwikkeld door een aantal topspecialisten op het gebied van manisch-depressiviteit. De
VMDB is daar intensief bij betrokken geweest. Een belangrijk actiepunt voor de komende
jaren is dat alle patiënten volgens deze richtlijn worden behandeld. Artsen moeten op de
hoogte zijn van deze richtlijn, die niet alleen aandacht heeft voor behandeling met
medicijnen maar ook voor de organisatie van de zorg en de psycho-educatiecursus als
onderdeel van het basispakket.
We proberen onze leden te mobiliseren om actief te worden om deze Richtlijn onder
de aandacht te brengen, ten behoeve van de verbetering van de behandeling en de
sociaal-maatschappelijke positie van de manisch-depressieve mens.
De VMDB signaleert regelmatig, dat mensen te lang onbehandeld rondlopen en soms grote
schade aanrichten in hun eigen leven en hun omgeving. Marijke Bakhuijsen: Het
is een typisch kenmerk van deze ziekte, dat wanneer iemand manisch wordt, hij of zij
steeds harder gaat roepen: O nee, met mij is niets aan de hand, jullie zijn
gek! Ziekte-inzicht is helemaal weg. Daarom is de VMDB grote voorstander van een
noodplan waarin de patiënt samen met zijn omgeving en zijn arts heeft vastgelegd wat er
moet gebeuren als de ziekte de kop opsteekt. En als dat dan niet werkt, dan vinden
we het erg goed dat de mogelijkheid van een zelfbindingsmachtiging bestaat: als ik
niet meer aanspreekbaar ben, mag je me daar en daar opnemen en met die medicatie
behandelen. En dan wel vóórdat er sprake is van een gevaarscriterium. Daarmee zal
zoveel leed voorkomen kunnen worden! Beiden zien nadrukkelijk de behandelaars in de
psychiatrie als partners in de strijd tegen MDS, en niet als vijand die bestreden moet
worden.
De toekomst
Het jubileum werd dit jaar gevierd met een grote taart voor alle 380 bezoekers van een
landelijke bijeenkomst, en met een jubileumuitgave Over uitersten geschreven,
een bundel met ervaringen van lotgenoten. Elk lid van de VMDB heeft deze bundel gekregen.
En de toekomst? Gewoon zo doorgaan, met al onze activiteiten, zeggen beide
bestuursleden. En daarnaast willen we als vereniging meer professionaliseren,
sterker worden. Zodat we onze vrijwilligers goed kunnen ondersteunen om zo de positie van
de manisch-depressieve mens steviger te maken. Dat is een belangrijk speerpunt in ons
beleid.
CPA/JWvD
Voor meer informatie, het aanvragen van folders voor het informatierek in uw ziekenhuis
of posters van de lotgenotenlijn:
Bureau VMDB, Postbus 24076, 3502 MB Utrecht
T 030 2803030, F 030 2802880, vmdb@nsmd.nl
Wat is een manisch-depressieve stoornis (MDS)?
Iemand met MDS kan afwisselend last hebben van manie een té opgewekte stemming
of van depressie een té sombere stemming. Bij het signaleren van een
opkomende manie of depressie gaat het altijd om veranderingen en om uitingen en gevoelens
die ongewoon heftig zijn.
Een aantal signalen van manie: toenemende prikkelbaarheid, ongeduld, chaotisch
zijn, versnelde gedachten, impulsiviteit, ondoordachte beslissingen/aankopen, minder
slapen, verhoging van creativiteit (bijv. veel schrijven), fantastische ideeën, toenemend
zelfvertrouwen.
Een aantal signalen van depressie: piekeren, verdrietig, huilen, afnemend
zelfvertrouwen, gevoel van afwijzing, eenzaamheid, ontwijken/vermijden van contacten, niet
kunnen uiten van gevoel, besluiteloosheid, minder initiatief nemen, moeilijk uit bed
komen, moeheid, vroeg wakker worden.
Om verder te lezen:
Over uitersten geschreven, Jubileumuitgave 2002.
Zelfzorg bij de manisch-depressieve stoornis, door Jos La Poutré.
Ik houd van mijzelf
en dat is wederzijds, door Pieter Overduin.
Richtlijn bipolaire stoornissen, Ned. Ver. voor Psychiatrie, 2001.
Deze boeken zijn te bestellen bij de VMDB, of verkrijgbaar in de boekhandel.
Hulpverleners en cliënten om hun mening gevraagd
Een verbod op automutilatie of suïcidepogingen als voorwaarde voor opname,
kan dat?
Theo Meulman, afdelingshoofd crisisinterventie langdurig zorgafhankelijken:
Op onze afdeling hebben we vaak te maken met moeilijke mensen die elders binnen het
langdurige circuit al in zorg zijn (klinisch of transmuraal) en voor crisis tijdelijk bij
ons komen. Bij een dergelijke crisis stellen we geen voorwaarden voor opname. Dat zou de
werkrelatie kunnen vertroebelen. Het zou mogelijk leiden tot meer in plaats van minder
acting-out-gedrag. Wij proberen juist door het accent op de werkrelatie te
leggen, uit de strijd te blijven. Als je teveel wilt beheersen kun je vervolgens terecht
komen in een neerwaartse spiraal. Zo laat je mensen meer in hun waarde, zonder daarbij je
professionele grenzen als verpleegkundige te overschrijden.
Robert van Montfoort, psychiater:
Die voorwaarde is niet te stellen voor elke cliënt die automutileert, maar voor een
bepaalde groep kun je zon voorwaarde zeker in een behandelingsplan opnemen. Je doet
dat natuurlijk niet als iemand net vanwege een crisis met een inbewaringstelling is
opgenomen. Maar wanneer het beter gaat, vind ik het prima om in het behandelingsplan de
afspraak op te nemen dat na automutilatie ontslag volgt. Het is belangrijk uit te leggen
waarom deze interventie nodig is: de maatregel is niet als straf bedoeld, maar dient de
autonomie/afhankelijkheidsbalans te herstellen. Voordat je dat doet, moet je overigens
als behandelaar wel eerst onderzoeken of je cliënt ergens onderdak heeft voor het geval
het nodig is hem te ontslaan. Je moet zeker weten dat je cliënt niet op straat belandt.
Anders kan je óf je afspraak niet houden - en dat is uiterst belangrijk - óf het middel
wordt erger dan de kwaal. Als je iemand vanwege automutilatie ontslaat, is dat niet einde
verhaal. Je kunt iemand dan niet aan zijn lot overlaten. Het is erg belangrijk dat de
cliënt beseft dat het beëindigen van een opname niet het einde van de behandeling
betekent. In het behandelingsplan moet daarover ook iets worden vastgelegd. Je kunt
bijvoorbeeld afspreken dat ontslag volgt na automutilatie en dat 24 uur later een afspraak
volgt met de behandelaar. Tijdens die afspraak de volgende dag spreek je over de verdere
behandeling. Het is heel goed mogelijk dat je besluit om de cliënt weer op te nemen. Je
maakt dan gezamenlijk een nieuwe start.
Marlieke de Jonge, Cliëntdeskundige Stichting GGZ Groningen:
Nee, natuurlijk kan dit niet! Een psychiatrisch ziekenhuis, of een opnamekliniek,
moet mensen opnemen zonder dergelijke voorwaarden. Het is je werk als hulpverlener om
mensen met dergelijk gedrag te begeleiden. Daarvoor ben je opgeleid en ingehuurd. Als je
dit niet kunt, dan moet niet de klant, maar jij eruit! Bovendien, als iemand zichzelf
beschadigt of een zelfmoordpoging doet, heb ik dit als hulpverlener het liefst zo dicht
mogelijk bij me, dan kan ik tenminste zorg bieden. Alleen indien bepaalde woonsettingen
hierop niet berekend zijn, kan men vinden dat opname niet wenselijk is. Maar dan moet je
wel vertellen, waar een cliënt wél opgevangen kan worden. Verder is het in
verslavingsklinieken voorstelbaar dat verslavingsgedrag binnen de kliniek niet toegestaan
wordt in verband met het in gevaar en verleiding brengen van de andere cliënten.
Sander van de Wetering, cliënt:
Ik zat zo met mezelf in de knoop, kon de neiging mezelf iets aan te doen nauwelijks
onderdrukken. Aan mijn ambulante behandelaar vroeg ik om opname. Hij was niet erg
enthousiast, was bang dat het juist averechts zou werken. Na overleg met de psychiater
kwam er een behandelplan dat ik voor opname moest ondertekenen. Automutilatie en/of vragen
om de separeer werden in het plan verboden. Deed ik dat toch, dan moest ik direct met
ontslag. Ik wilde zo graag opgenomen worden dat ik alles wel had willen ondertekenen. Pas
tijdens de opname realiseerde ik me waar ik mee had ingestemd. Mijn reden voor opname werd
- bizar genoeg - ook de reden waarom ik werd ontslagen. Op de vijfde dag heb ik mij in
mijn pols gesneden, een uur later stond ik op straat. Aan deze opname heb ik niet veel
gehad.
(de naam van de cliënt is op verzoek gefingeerd)
Tuchtschoolgedoe
Uit de aantekeningen van een 61-jarige cliënte, tijdens een separatie die een week
duurde, in de zomer van 2002.
Het is hier stervenskoud, laat ze eens beter stoken, ik ben een koukleum,
altijd al geweest. De radio is nu uit en de bel doet het niet. Ik heb al op de deur
gebonsd. Ik zit nu een week in deze dodencel en ik moet nodig een frisse neus. Ik ben al
een week niet gelucht. Wat zal ik stinken. Ik ben erg nerveus ondanks dat ik mn best
doe. Ik heb zin om met dingen te gaan smijten, net of ik teveel tabletten op heb, want dan
ben ik ook boos. Nu zit ik ontelbaar veel uur in deze cel en ik ben het spuugzat om een
hele week opgesloten te zitten. De tijd duurt eeuwig, op de paar keer na dat ik er nu uit
mag, even de afdeling op, even bellen, even roken. Over tien minuten mag ik eruit,
eindelijk gewoon naar de wc hoewel mn darmen nu grommen, maar alles is beter dan die
hoed, nog vijf minuten.
(
) Als een beest zo zn behoefte moest doen, zou-ie ook kwaadwillig worden.
Moet nu plassen, weer een hoed vol, er blijft niks van me over. Het gaat me al beter af
dan in het begin; ik ben zeker drie keer door die hoed gezakt, stel je voor wat voor troep
dat geeft. Mn rug geeft het op door de te kleine oude matras in de separeer. Ik heb
een prop in mn keel, kan het bijna niet wegslikken.
Dat tuchtschoolgedoe hier, zo zijn wij niet grootgebracht. Eten bestellen, anders krijg
ik weer geen vitamines binnen, behalve het fruit, dat X (bezoek, red.) meebrengt. Als ik
hem niet had was ik er al lang niet meer geweest. Hij blijft er wel rustig onder,
gelukkig. Ha, de mooie van Beethoven, daar kikker ik helemaal van op. Als ik geen muziek
had, hield ik het helemaal niet uit. De dag des heren duurt hier wel eeuwig, ik zal eens
bidden voor al mijn geliefden, word ik rustig van. Straks even een kwartier de afdeling
op, kan ik even x bellen en dan om 20.30 uur koffie drinken in de voorruimte met de
laatste sigaret van vandaag.. dan nog die verrekte medicijnen, ah weer een mooie plaat, ik
geloof Tsaikovsky. (
)
6.15. maandagochtend. Kan geen rust vinden, de rug doet me te zeer, heb een vieze smaak
in de mond terwijl ik de tanden wel heb gepoetst. Wil van de wereld weg, teveel jacht.
Mn rug breekt bijna en ik heb het koud zonder schoenen, doe straks een paar sokken
erbij aan. Straks komt x, voor een kwartier bezoek moet hij twee uur rijden, belachelijk.
Ik wil de zonwering dicht hebben, misschien helpt dat tegen de kou. Ik wil de cel uit en
de wereld in. Ik hou het niet meer uit. Voel me misselijk van ellende, wil roken tot ik
erbij neerval. Waarom wordt roken verboden? Zet de verwarming hoger, directeuren en geef
mij een stoffen stoeltje met een goede zit. Ik kan ze allemaal wel een klap geven die mij
zo geestelijk mishandelen, ik ben het zat, poepzat. Het is nog maar 7.30 uur. Ik wou dat
ik er niet meer was. Doe mn muts op en ga slapen. (
)
Middag. Ik ga kapot van irritatie. De hele dag maar opgesloten te zitten, geen
verzetje, donder allemaal op, de tijd kruipt voorbij. Begin nu van narigheid te krijsen,
probeer me te beheersen. Moest net weer poepen op de hoed omdat ze de bel niet hoorden, in
de Middeleeuwen kon het er niet slechter aan toegaan. Eerst rustig ademen zegt verpleging
x, lekker makkelijk praten als je zelf niet in die cel hoeft. Nota bene mijn breiwerk ook
nog afgepakt. Inspraak heb je hier duidelijk niet, je bent net een gevaarlijk dier in
zn hok. (
).
X is weer geweest, gejaagd koffiedrinken, geen puf. Ik schaam me voor die
tabletten, een minderwaardigheidsgevoel kreeg ik al toen ik die rm kreeg. Iedereen zegt
wel je ziet er niks van. De gedachten vliegen me van hier naar ginder, ik heb
zin, veel zin om rustig te worden, maar ik ben prikkelbaar door de cel en de tucht.
(
) Nu doet de bel het goddank weer en andere muziek uit de jaren zestig. Zo voel ik
me iets beter in het hok of de kerker. Ik heb nu overal lak aan, behalve aan X, mn
kinderen en kleinkinderen.
(Met toestemming van de schrijfster overgenomen.)
AdG
Signalen
Soms komt een patiëntenvertrouwenspersoon tekortkomingen tegen in een ziekenhuis. Als
die tekortkomingen afbreuk doen aan de rechten van cliënten schrijft de pvp er in een
brief een zogenoemd signaal over, in overleg met de cliëntenraad. De pvp
vraagt daarin aan de instelling de situatie te verbeteren. In deze rubriek komen een
drietal van die signalen en de rol van de pvp aan de orde.
Klachtencommissie leeft regels niet na
Een pvp is niet tevreden over het functioneren van een klachtencommissie. Er staat een
keurige klachtenregeling op papier, maar de commissie houdt zich daar vaak niet aan. In de
regeling staat bijvoorbeeld dat hoor en wederhoor wordt toegepast. De pvp constateert dat
deze regel regelmatig niet wordt nageleefd. Nog een voorbeeld: het komt voor dat de
commissie een uitspraak doet zonder dat zij een motivatie voor de uitspraak geeft. Zij zou
dat wel moeten doen.
De pvp schrijft over de problemen met de klachtencommissie een brief aan de Raad van
Bestuur. Die gaat vervolgens een gesprek aan met de voorzitter van de commissie.
Na dat gesprek merkt de pvp verbetering: Het toepassen van hoor en wederhoor en
het motiveren van een uitspraak gebeuren nu wel. Toch gaan er nog steeds zaken mis:
Een cliënt meldt bijvoorbeeld schriftelijk aan de klachtencommissie dat hij bij de
behandeling van zijn klacht bijgestaan wil worden door de pvp. De commissie organiseert
een bijeenkomst waar de klacht besproken wordt, maar de pvp wordt daar niet voor
uitgenodigd. De commissie behandelt de klacht zonder dat ik de cliënt daarbij kan
ondersteunen. Dat kan toch niet! De pvp geeft nog een voorbeeld: Een cliënt
klaagt dat de zitting van de klachtencommissie op een cassette is opgenomen. Voorafgaande
aan de zitting is die cliënt niet gevraagd of hij dat goed vond. Dat vind ik vreemd.
Daarom heb ik daarover met de ambtelijk secretaris van de commissie gesproken. Hij
vertelde dat de commissie voor het opnemen van de zitting nooit toestemming vraagt en dat
zij dat ook niet hoeft te doen. De secretaris zei ook nog dat de commissie een klacht niet
behandelt als zij geen bandopname mag maken van een klachtzitting. Daar is de pvp
het niet mee eens. Het is een te drastische maatregel. Het signaal is nog niet afgerond.
Er is een nieuwe brief over het functioneren van de commissie onderweg naar de Raad van
Bestuur. De pvp: Ik geef de moed niet op. Ik ga door.
Stroperige bedrijfscultuur aangepakt
Een pvp heeft last van de stroperige bedrijfscultuur van een instelling en
kan haar werk voor cliënten niet optimaal doen. De klachtafhandeling op afdelingen en bij
de klachtencommissie verloopt te traag. Zo reageren behandelaars niet of laat op
e-mailberichten en de procedures voor de klachtenafhandeling verlopen langzaam en bepaald
niet soepel. De pvp: Het leek wel of niemand de verantwoordelijkheid voor een
beslissing durfde te nemen. Legde ik een klacht voor aan een arts, verwees de arts mij
door naar de psychiater en die verwees mij terug naar de arts of naar weer iemand anders.
Ik ben overigens niet de eerste pvp bij deze instelling. Mijn voorgangers liepen tegen
hetzelfde probleem aan. Ook bij hen duurde het afhandelen van klachten te lang.
Volgens de pvp hebben de problemen niet zozeer te maken met een cultuur van pvptje
pesten. Zij was niet de enige binnen de instelling die tegen traagheid en stroperigheid
aanliep. In de wandelgangen vertelden werknemers van de instelling haar dat zij ook vonden
dat belangrijke zaken te traag verliepen.
De pvp besluit een signaal te schrijven aan de directie. De directeur was blij met het
signaal: Ik denk dat we binnen onze instelling nog niet gewend zijn aan het goed
werken met de pvp. Daardoor zullen een aantal medewerkers defensief op haar gereageerd
hebben. Misschien vatte een aantal behandelaars een klacht te snel te persoonlijk op. Ik
hoop dat het probleem zich niet meer voordoet. Klantgerichtheid en resultaatgerichtheid
hebben wij namelijk hoog in het vaandel en het goed omgaan met klachten levert daar een
bijdrage in.
Het signaal heeft geleid tot een verbetering van de situatie. E-mail wordt snel
beantwoord en behandelaars zijn eerder bereid over klachten van cliënten te
spreken. De pvp: Het is nog niet optimaal, maar het gaat duidelijk beter.
De instelling draagt bij in te hoge telefoonkosten patiënten
Bij een pvp klagen patiënten regelmatig over problemen met de telefoon: Als ik
buiten het terrein vanuit een telefooncel bel, kost een minuut bellen mij 30 eurocent. Als
ik van de afdeling bel, kost mij dat 60 eurocent.
Instellingen erkennen vaak de problemen met de telefoons, maar zeggen deze niet te
kunnen oplossen. Zij hebben namelijk geen zeggenschap over de telefooncel op de afdeling.
De KPN is verantwoordelijk voor de plaatsing, service en de exploitatie van die
telefoons.
Een pvp besluit over de hoge telefoonkosten toch een signaal te sturen aan de Raad van
Bestuur van de instelling, omdat ik het de verantwoordelijkheid vind van het
ziekenhuis om ervoor te zorgen dat patiënten tegen een redelijk tarief kunnen bellen
vanaf de afdeling. Wanneer hij als reactie te horen had gekregen: sorry, maar wij
gaan niet over de telefoonkosten, had hij dat niet geaccepteerd. Gelukkig reageerde de
directie anders. De pvp zegt hierover: De KPN wil de toestellen alleen exploiteren
wanneer het ziekenhuis een minimale opbrengst per toestel garandeert. Om die opbrengst te
kunnen halen, was het telefoneren duurder dan die 30 cent per minuut. De Raad van Bestuur
vindt dat de extra kosten niet op patiënten verhaald moeten worden. Daarom heeft zij
besloten een bijdrage in de kosten te leveren. Voor nog geen 3000 euro per jaar is het
probleem opgelost. Patiënten kunnen nu bellen tegen een normaal tarief.
AdM
Biechtvader
Uit de praktijk van een pvp
Ja pvp, je spreekt weer met Rita. Ik heb je hulp echt weer nodig. Ik kom er niet
uit, naar mij luisteren ze toch niet. Ik betrap mezelf erop dat ik niet sta te
popelen om haar verhaal te horen. In de afgelopen drie maanden had ik samen met Rita
driegesprekken gevoerd met behandelaars, managers en verpleegkundigen. Ik had
klachtbrieven voor haar geschreven en haar veelvuldig gesproken en geadviseerd. Elke keer
bracht ze haar klachten kritisch en duidelijk naar voren; er deugde niets aan
hulpverleners. Dat maakte ze in de driegesprekken en brieven in niet mis te verstane en
soms grove bewoordingen duidelijk. Een strategie hoe de klacht het beste kon worden
opgelost, bleef meestal theorie. En emotionele, niet-professionele reacties van de
betrokkenen waren op het laatst dan ook eerder regel dan uitzondering.
Tijdens haar opname was Rita ontevreden over het gebrek aan aandacht op de afdeling.
Over de onvriendelijke houding van het personeel, het bedroevende niveau van de
gym- en hobbyclub. Ze had geklaagd over de totstandkoming van haar
diagnose: borderlinestoornis, en het gebrek aan behandelvisie van haar arts.
Een week geleden ging ze met ontslag. Nu maakt Rita me duidelijk hoe slecht het met
haar gaat. Zaterdag heeft ze zich uit wanhoop in haar pols gesneden en zich bezopen. Het
was ernstig, ze hadden haar zelfs gehecht in het ziekenhuis. Ze had dit niet gewild, dat
begreep ik toch wel. Ze stuiterde alleen van de spanning. Daarom had ze perse een gesprek
willen hebben met haar behandelaar of plaatsvervangend arts. Maar omdat de
ggz-winkel alleen ingaat op doordeweekse - van negen tot vijf - problemen,
kreeg ze geen adequate hulp. Ook niet van de pvp-winkel, voegt ze er
bits aan toe. Vandaag wil ze opgenomen worden, maar dat is door haar ambulante behandelaar
geweigerd. Ze kan pas over twee dagen bij hem terecht.
Op verzoek van Rita bel ik hem. Hij en zijn teamgenoten zien op dit moment geen
indicatie voor opname. Integendeel: zoals het nu met Rita gaat, helpt een opname haar niet
verder. Hij vindt haar niet suïcidaal. Haar agitatie staat veel meer voorop, ze moet echt
op een andere manier leren omgaan met spanningen. Op de afdeling zou haar verblijf echter
alleen maar tot conflicten leiden die noch voor haar, noch voor andere cliënten goed
zijn.
Nu hij mij toch aan de lijn heeft, wil hij wel opbiechten dat hij wat kortaf tegen haar
is geweest, dat spijt hem. En o ja, haar nieuwe behandelplan met ambulante
Linehan-behandeling, heel soms met een bed-op-recept en telefonische ondersteuning vanuit
de afdeling voor in de weekends, zal hij overmorgen met haar bespreken. Nee, nog beter,
hij bespreekt het vandaag nog met haar, want ja, hij kent zijn wetten ook. Ze moet immers
toestemming geven voor de behandeling. En nu hij erover nadenkt lijkt het hem sowieso
beter haar in levenden lijve te zien. Een telefonische beoordeling zou mij als pvp
wellicht wat onzorgvuldig lijken. En hij moet niet denken aan nóg een klacht van haar.
Ik sta versteld, zo kan het ook. De pvp als biechtvader. Mij maakt het niet uit; als
het maar werkt. Of dit zo is, hoor ik ongetwijfeld morgen van Rita.
(De naam van de cliënt is op verzoek gefingeerd)
JWvD
(On)gegrond
(On)gegrond is een rubriek waarin u uitspraken van klachtencommissies van
ggz-instellingen kunt lezen. In deze PVP-krant onder andere over onprofessioneel handelen,
en over de moeite die een cliënt soms moet doen om een andere behandelaar te krijgen. Ook
een antwoord op de vraag of bij overplaatsing ook gegevens van gezinsleden van de cliënt
mogen worden doorgegeven.
Grens van professioneel handelen overschreden
Kees dient een klacht in bij de klachtencommissie omdat een verpleegkundige hem in
het gezicht heeft geslagen. Op een dinsdag wordt Kees, volgens daarover in zijn
behandelplan gemaakte afspraken, gesepareerd en gefixeerd door drie verpleegkundigen,
waaronder Jan. Terwijl Kees al vastgebonden op bed ligt, blijft Jan hem stevig bij zijn
rechterarm vasthouden. Kees vraagt de verpleegkundige een aantal keer zijn arm los te
laten, maar daar wordt niet op gereageerd. Het enige wat Kees kan bedenken om zijn verzoek
kracht bij te zetten - hij is immers vastgebonden - is te spugen naar Jan. Als reactie
slaat Jan hem vol in het gezicht waardoor een aantal tanden door zijn lippen schiet. Kees
concludeert dat Jan de grenzen van zijn professionele handelen uit het oog is verloren.
De klachtencommissie is het met Kees eens en stelt dat de reactie van Jan
onprofessioneel was. Van een verpleegkundige mag verwacht worden dat deze te allen
tijde voldoende professionele afstand behoudt naar de cliënt om zodoende situaties op de
juiste waarde te kunnen inschatten. De klacht wordt gegrond verklaard.
s Avonds met ontslag
Voor Petra is het erg moeilijk om haar klacht bij de klachtencommissie ontvankelijk te
krijgen. De klachtencommissie vindt haar klacht namelijk geen klacht maar een misverstand.
Na wat heen en weer geschrijf, wordt haar geadviseerd dat als ze er een formele klacht van
wil maken, ze naar de pvp moet gaan. Petra gaat naar de pvp; ze is namelijk van mening dat
ze gegijzeld is. Tijdens een vrijwillig verblijf wil Petra namelijk op een avond met
ontslag. De dienstdoende arts laat haar echter niet gaan. Er wordt geen inbewaringstelling
aangevraagd, Petra moet de volgende ochtend maar contact opnemen met haar eigen
behandelaar. Omdat Petra volhoudt dat ze weg wil, geeft de arts nog een andere reden
waarom dit niet kan. Ontslag buiten kantoortijden is om organisatorische redenen niet
mogelijk.
Naar het oordeel van de klachtencommissie kan het niet van de afdeling laten
gaan niet als gijzeling worden beschouwd. Er is sprake van gijzeling als men iemand
opzettelijk wederrechtelijk van zijn vrijheid berooft. In de situatie van Petra was er
geen kwade opzet in het spel. De commissie vindt zelfs dat het tegenhouden van Petra mede
in haar eigen belang kan worden geacht. Had het ziekenhuis haar inmiddels midden in
de nacht laten gaan, dan was het niet ondenkbaar dat het ziekenhuis achteraf
onzorgvuldigheid verweten had kunnen worden. De klacht wordt ongegrond verklaard.
De betrokken pvp stelt zich op het standpunt dat Petra niet tegengehouden had mogen
worden. De goede bedoelingen van de dienstdoende arts ten spijt. Ze beroept zich onder
andere op het Handboek voor Opneming en Verblijf (artikel 20-supplement 3, augustus 1996).
Daarin staat dat de vrijheid van een vrijwillig in het ziekenhuis verblijvende patiënt in
beginsel volstrekt gerespecteerd dient te worden. Ook staat in hetzelfde handboek dat er
weliswaar een zeker nadeel voor de patiënt verondersteld mag worden bij het uitblijven
van hulp, als echter de ernst van het nadeel betrekkelijk is, dient de hulpverlener zich
van interventie te onthouden. De zorg van een goed hulpverlener (7:453 BW, Wgbo) welke
uitnodigt tot helpen, legt het hier af tegen het te betrachten respect voor de autonomie
van de patiënt. Dat de papieren afwikkeling van het ontslag alleen binnen kantoortijden
kan gebeuren, staat het feitelijk ontslag in de avonduren niet in de weg, aldus de pvp.
Etiket gestoord
De 13-jarige dochter van mevrouw De Boer verblijft in een ggz-instelling. Dezelfde
instelling waar mevrouw De Boer zelf jaren geleden ook onder behandeling is geweest.
Wanneer de dochter wordt overgeplaatst naar een gespecialiseerde kliniek geven zij én
haar moeder toestemming voor de gegevensoverdracht naar de kliniek. Samen vragen zij om
inzage in het dossier. Tot haar schrik leest mevrouw De Boer in de rapportage een aantal
passages over de vermeende psychiatrische stoornis van haarzelf. Ten tijde van haar
behandeling in de ggz-instelling is de diagnose persoonlijkheidsstoornis
gesteld. Geheel ten onrechte, want er was namelijk geen enkel onderzoek aan voorafgegaan.
Uiteraard heeft mevrouw De Boer destijds - met succes - verzocht deze diagnose te
schrappen. Het is zeer kwetsend voor haar dat nu blijkt dat dit niet is gebeurd en dat de
kliniek waar haar dochter verblijft ook over deze informatie beschikt. Het voelt alsof ze
het etiket gestoord opgeplakt heeft gekregen. Wanneer mevrouw De Boer om
opheldering vraagt, verklaart de instelling dat er wel degelijk een nieuwe versie zonder
de diagnose persoonlijkheidsstoornis gemaakt is en dat per abuis de verouderde
versie is verstuurd. Mevrouw De Boer laat het er niet bij zitten en legt de
klachtencommissie twee klachten voor: over de onjuiste wijze waarop er inzage is gegeven
in het dossier (mevrouw De Boer heeft de indruk dat er sprake is van een schaduwdossier)
en over het feit dat er zonder toestemming informatie is verstrekt aan derden.
Wat betreft de eerste klacht oordeelt de commissie dat er sprake is geweest van
een ongelukkige samenloop van omstandigheden, waardoor er op een bepaald moment twee
versies van een brief waren. De commissie vindt het begrijpelijk dat hierdoor bij klager
verwarring is ontstaan, maar acht onvoldoende gronden aanwezig om te kunnen constateren
dat er sprake is van een schaduwdossier. De klacht is ongegrond.
De tweede klacht is gegrond. Informatie verzamelen over gezinsleden van een kind dat
onder behandeling is, kan heel belangrijk zijn. De betreffende gezinsleden moeten daar wel
toestemming voor geven. Niet alleen voor het opvragen van de informatie maar ook over het
doorgeven van informatie aan derden, bijvoorbeeld bij overplaatsing zoals in deze situatie
aan de hand was.
Nieuwe start
Pieter is 18 jaar. Hij heeft al veel opnames, behandelingen en bijbehorende
behandelaars achter de rug als hij wordt geplaatst op de afdeling jeugd van een
ggz-instelling. Zoals gebruikelijk op die afdeling, krijgt Pieter een casemanager, Janine,
toegewezen. Al tijdens het eerste gesprek met haar gaat het mis. Pieter voelt zich niet
serieus genomen en heeft een heel ander idee over de inhoud van de behandeling dan Janine.
Pieter uit zijn frustraties vaak door fysieke agressie en ook deze keer loopt het volledig
uit de hand. Janine schakelt de politie in. Pieter wordt in de boeien geslagen en
meegenomen naar het bureau. In volgende gesprekken gaat het niet veel beter, Pieter en
Janine slagen er niet in om een goede behandelrelatie te krijgen. Pieter wil een andere
behandelaar en nadat hij dit een aantal keren zonder resultaat mondeling heeft verzocht,
laat hij zich bijstaan door een buurvrouw. De buurvrouw heeft gesprekken met Janine en de
verantwoordelijk psychiater en schrijft ook een brief met daarin het verzoek om een andere
behandelaar. Het helpt niet. Hoewel er door de instelling erkend wordt dat het voor Pieter
niet makkelijk is om voor de zoveelste keer aan een behandelaar en behandeling te wennen,
vinden ze het juist om die reden belangrijk om het met Janine in ieder geval nog een half
jaar te proberen. Pieter wil dit absoluut niet, het is niet zijn schuld dat hij zoveel
verschillende behandelaars heeft gehad. Bovendien is dit dan ook de eerste keer dat hij
zelf om een andere behandelaar vraagt. Hij legt zijn klacht voor aan de klachtencommissie
die een eind met hem mee kan gaan. Wanneer je oorlog met je behandelaar hebt,
moet je stoppen. De klacht is dan ook gegrond.
Onveilig
De klacht van Janneke heeft tot gevolg dat de instelling zich nogmaals gaat buigen over
het veiligheidsbeleid. Janneke vindt het moeilijk om zich veilig te voelen en mensen te
vertrouwen. Ze is in het verleden veelvuldig gepest en mishandeld. Ze dacht dat ze in een
psychiatrisch ziekenhuis wat dat betreft veilig zou zijn. Niets is minder waar. Al snel
wordt ze door medecliënten gepest. Eerst alleen uitgescholden, maar later wordt ze ook
regelmatig geslagen. Eén keer zo erg dat ze er een aantal kneuzingen en blauwe plekken
aan overhoudt. Janneke legt haar klacht voor aan de klachtencommissie omdat ze vindt dat
de leiding van de afdeling onvoldoende heeft ingegrepen. Ze heeft vaak melding gemaakt van
het pesten en elke keer werd haar alertheid beloofd. Helaas voor Janneke zonder concreet
resultaat.
Dat Janneke gepest is, staat voor de klachtencommissie niet ter discussie. Voor zover
is de klacht dan ook gegrond. Ook over de zorgplicht van de leiding om dit soort situaties
te bestrijden bestaat geen twijfel. Toch is dit deel van de klacht volgens de commissie
ongegrond. De commissie vindt dat het niet aannemelijk is gemaakt dat de leiding in
gebreke is gebleven op dit punt.
(De namen en de inhoud van de casussen zijn in deze rubriek enigszins veranderd om
herkenning te voorkomen.)
FSC
Rechtspraak
De PVP-krant zet ieder nummer interessante rechtspraak in de psychiatrie op een rij.
Deze keer diverse uitspraken over rechterlijke machtigingen (rm), waarom ze wel of niet
verleend worden en een samenvatting van het vaak lange verhaal achter de aanvraag ervan.
Te gast in psychiatrisch ziekenhuis
Voor een vrouw wordt een machtiging tot voortgezet verblijf gevorderd. Reden voor deze
vordering is het feit dat ze uitsluitend als gast in het psychiatrische ziekenhuis wil
blijven. De behandelend arts stelt dat het ziekenhuis daarvoor niet bedoeld is. Bovendien
vreest de arts dat als er geen machtiging komt de vrouw uit het ziekenhuis ontslagen zal
moeten worden, terwijl zij naar zijn oordeel aan een geestesstoornis lijdt en een gevaar
vormt.
Aan de vrouw is inmiddels voorwaardelijk ontslag verleend. Een voorwaarde is echter dat
ze zelfstandige woonruimte zal betrekken en niet bij haar ouders gaat wonen, aangezien
deze mensen door het gedrag van hun dochter dreigen te decompenseren. De vrouw zelf is van
mening dat ze helemaal geen patiënt is, geen gevaar vormt en ook niet thuishoort in het
psychiatrisch ziekenhuis. Ze vindt het onzin om naar woonruimte te zoeken omdat ze over
vier weken naar het buitenland vertrekt.
De rechtbank is van oordeel dat er bij de vrouw geen sprake is van de door de wet
bedoelde bereidheid om vrijwillig in het ziekenhuis te blijven. Het is immers niet de
bedoeling van de wetgever geweest dat er ook sprake is van de nodige bereidheid als
betrokkene uitsluitend als gast in het ziekenhuis wenst te verblijven. De rechtbank
overweegt verder dat de vrouw, die zonder machtiging uit het ziekenhuis zal vertrekken,
een gevaar zal veroorzaken omdat ze dan zal terugvallen op haar ouders. Nu ook aan de
andere wettelijke criteria is voldaan, verleent de rechtbank de machtiging. (Rb Zwolle
14-11-2001, BJ 2002, 31.)
Burenzorg
Bij de Rechtbank Amsterdam wordt een voorlopige machtiging verzocht voor een
zelfstandig wonende man. De rechtbank is van oordeel dat de geestelijke stoornis van de
betrokkene geen substantieel gevaar oplevert en dat om die reden geen machtiging afgegeven
wordt. De man verwaarloost zichzelf niet. Weliswaar is zijn eetpatroon niet in
overeenstemming met wat normaal wenselijk wordt gevonden, maar van opvallende vermagering
is geen sprake. Zijn woning zou beter opgeruimd kunnen worden, maar is niet ernstig
vervuild. Hoewel de man zijn post niet tijdig opent, is dat onvoldoende om te stellen dat
betrokkene zijn financiën slecht beheert. Hij betaalt zijn huur op tijd.
Ter zitting heeft de man verklaard dat hij voetbalt en bij een zangkoor zit en uit
niets is gebleken dat deze informatie onjuist zou zijn. De buurtregisseur heeft verklaard
dat de buren geen overlast van de man ondervinden, maar dat zij zich slechts zorgen om hem
maken. De rechtbank concludeert dat niet voldaan is aan het vereiste gevaar en dat evenmin
sprake is van maatschappelijke teloorgang, zodat het verzoek wordt afgewezen. (Rb
Amsterdam, 5-3-2002, BJ 2002, 33.)
Goede baan en sociaal leven kwijt
Bij de Rechtbank Amsterdam wordt een voorlopige machtiging verzocht voor een jonge
vrouw, die ten gevolge van haar wanen zichzelf verwaarloost en zich maatschappelijk te
gronde richt.
Voordat zij ziek werd, had de vrouw een goede baan en een druk sociaal leven. Inmiddels
is zij haar baan kwijt, haar vrienden zijn verdwenen en van haar drukke sociale leven is
niets meer over. Zij is niet meer in staat om voor zichzelf te zorgen, zit de hele dag in
het huis van haar ouders of dreigt zichzelf te schaden door haar reis- en zwerfgedrag. Zij
weigert medicatie en behandeling omdat ze zelf vindt dat ze niet ziek is. De familie zorgt
voor haar en houdt haar thuis.
Haar raadsman voert aan dat, zo er al sprake is van gevaar, dit kan worden afgewend
buiten een psychiatrisch ziekenhuis omdat de vrouw terug kan vallen op het steunkader van
haar familie, bij wie ze immers al wordt verzorgd.
De rechtbank komt tot de conclusie dat de vrouw gevaar veroorzaakt door een stoornis
van de geestvermogens, te weten een psychose mogelijk in het kader van een waanstoornis.
Dit gevaar bestaat uit maatschappelijke teloorgang en zelfverwaarlozing en kan niet buiten
een psychiatrisch ziekenhuis worden afgewend. Een voortdurend verblijf in het huis van
haar ouders maakt geen einde aan haar geïsoleerde positie, maar versterkt die
daarentegen. De rechtbank overweegt daarnaast dat het steunkader van haar familie niet
doorlopend ter beschikking kan staan, daar de moeder al heeft aangegeven de continue zorg
voor haar dochter niet langer aan te kunnen.
Nu bij de vrouw ook de nodige bereidheid tot verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis
ontbreekt, verleent de rechtbank een voorlopige machtiging voor de duur van zes maanden.
(Rb.Amsterdam, 09-04-2002, BJ 2002 27.)
Hoorplicht verzaakt
Nadat het voorwaardelijk ontslag van een patiënt is ingetrokken en hij gedwongen
(her)opgenomen is in een psychiatrisch ziekenhuis, vraagt hij het oordeel van de rechtbank
over de gang van zaken.
Voor de heropneming verbleef betrokkene in zijn eigen woning, waar hem tijdens een
gesprek met zijn sociaal-psychiatrisch verpleegkundige werd meegedeeld dat zijn
behandelaars een langdurige klinische opname gewenst achtten, waarop betrokkene te kennen
gaf dat niet te willen. Door de behandelaar(s) zelf is hij niet gehoord. Vervolgens is hij
pas op de hoogte gesteld van de intrekking van het voorwaardelijk ontslag op het moment
dat hij daadwerkelijk van huis werd opgehaald omdat men bang was dat hij, om opname te
voorkomen, naar het buitenland zou vertrekken.
Volgens de behandelaar was intrekking van het voorwaardelijk ontslag onder meer nodig,
omdat zijn moeder tijdens een familiegesprek - waarbij betrokkene overigens zelf niet
aanwezig was - had gezegd dat het weer slechter ging met haar zoon en hij geluidsoverlast
veroorzaakte. Daarnaast had een overbuurman van betrokkene verteld dat hij, kort voor zijn
heropname, bezig was met brandende kaarsen voor zijn zolderraam. Volgens zijn behandelaar
moet het gedrag van de betrokkene worden opgevat als crisissignalen, die duiden op het
begin van een decompensatie.
Ten tijde van de (her)opname was echter geen sprake van decompensatie, verklaart de
toenmalige behandelaar. De man was niet psychotisch of agressief. De rechtbank is van
oordeel dat de patiënt gehoord had moeten worden voor het nemen van de beslissing tot
intrekking van het voorwaardelijk ontslag. De behandelaars hebben niet voldaan aan de
hoorplicht zoals omschreven in artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht.
Er waren volgens de rechtbank geen redenen om van het horen af te zien. Ook vindt de
rechtbank dat de man de voorwaarden die aan het voorwaardelijk ontslag verbonden waren,
niet heeft overtreden. Er was immers tijdens de heropname geen sprake van decompensatie
Om die reden was van een wettelijke plicht tot opname evenmin sprake.
De rechtbank vernietigt dan ook de beslissing van de geneesheer-directeur vanwege het
schenden van de hoorplicht en vanwege het ontbreken van gronden voor de intrekking van het
voorwaardelijk ontslag. (Rb Amsterdam 9-01-2002, BJ 2002, 24.)
Latent gevaar
Een patiënt wordt vanuit een algemeen psychiatrisch ziekenhuis voor crisisinterventie
geplaatst in een Kliniek Intensieve Behandeling. Daar wordt hij direct gesepareerd. Na
enkele dagen wordt de separatie omgezet in afzondering op de eigen kamer van de patiënt.
Het geheel duurt een kleine drie weken. Gedurende die periode mogen de ouders van de
patiënt hem niet bezoeken. Elf dagen na opname worden de separatie en de afzondering in
het behandelingsplan van de patiënt opgenomen en vindt melding van dwangbehandeling aan
de inspectie plaats. De klachtencommissie van het ziekenhuis, waar de patiënt zich in
eerste instantie toe wendt, toetst de separatie/afzondering aan art. 40 Wet Bopz
(beperking van de bewegingsvrijheid in en rond het ziekenhuis) en verklaart de klachten
ongegrond. De patiënt wendt zich vervolgens tot de rechtbank.
De rechtbank verklaart de klacht tegen de beperking van het bezoek ongegrond, nu het
ziekenhuis aannemelijk heeft gemaakt dat van het bezoek van de ouders ernstige nadelige
gevolgen voor de gezondheidstoestand van de man te duchten waren.
Met betrekking tot de klacht tegen de separatie/afzondering oordeelt de rechtbank dat
de klachtencommissie deze ten onrechte heeft behandeld als een klacht tegen een beperking
van de bewegingsvrijheid, nu de behandelend psychiater heeft verklaard dat de maatregel
met name werd opgelegd omdat ernstig gevaar voor de patiënt zelf en voor anderen als
gevolg van zijn geestesstoornis was te duchten. De rechtbank concludeert dan ook dat
separatie/afzondering aanvankelijk plaatsvond in het kader van de toepassing van Middelen
en Maatregelen (art. 39 Wet Bopz) en, na de maximum termijn van 7 dagen, in het kader van
dwangbehandeling op de voet van art. 38 lid 5 Wet Bopz. Naar het oordeel van de rechtbank
heeft het ziekenhuis voldoende aannemelijk gemaakt dat er sprake was van een ernstig
latent gevaar voor de patiënt zelf en anderen. Bijvoorbeeld de mogelijkheid van
brandstichting in de kliniek. Dit gevaar kon alleen door separatie/afzondering worden
afgewend. Echter na termijn van 7 dagen voor het toepassen van Middelen en Maatregelen had
het behandelingsplan in de separatie/afzondering moeten voorzien, maar dat is pas vier
dagen later geschied. De rechtbank acht de afzondering gedurende die dagen dan ook
onrechtmatig en verklaart de klachten op dat onderdeel gegrond. Voor het overige worden de
klachten ongegrond verklaard. (Rb s Hertogenbosch 26-07-2002, BJ 2002, 40.)
Terecht rekent de rechtbank hier af met de wijze waarop de klachtencommissie de klacht
tegen de separatie/afzondering heeft getoetst aan art. 40 Wet Bopz. Voor beperkingen op de
voet van art. 40 gelden immers geheel andere (en lichtere) criteria dan voor het toepassen
van Middelen en Maatregelen en/of dwangbehandeling. De door de wetgever beoogde
rechtsbescherming bij ingrijpende dwanginterventies zou gemakkelijk ondergraven kunnen
worden indien het ziekenhuis wordt toegestaan deze onder het lichtere criterium van art.
40 te brengen. Discussie is voorts mogelijk over de vraag of afzondering in de eigen kamer
van de patiënt valt onder het begrip afzondering in het Besluit middelen en maatregelen
Bopz. Afzondering wordt daar omschreven als het insluiten van een patiënt in een
speciaal daarvoor bestemde eenpersoonskamer. Verdedigd kan worden dat de eigen kamer
van de patiënt niet onder die definitie valt. Er is echter, vanuit het oogpunt van de
rechtsbescherming van de patiënt, veel voor te zeggen dat er wel degelijk sprake is van
afzondering (zeker als de deur wordt afgesloten, zoals in deze casus het geval was), maar
dat deze niet wordt uitgevoerd in een speciaal daarvoor bestemde eenpersoonskamer.
Zieke moeder verwaarloost kinderen
Bij de Rechtbank Amsterdam wordt een voorlopige machtiging verzocht voor een vrouw die
door een geestesstoornis haar kinderen verwaarloost. De verwaarlozing van de kinderen
houdt in dat zij achterlopen in hun psychische en fysieke ontwikkeling. Hun moeder is niet
in staat hen goed te begeleiden. Onder invloed van haar ziekte wil ze één van de
kinderen, die in een medisch kleuterdagverblijf is geplaatst in verband met zijn
ontwikkelingsachterstand, thuishouden. Het jongste kindje komt zelden tot nooit buiten en
krijgt te weinig stimulans om zich te kunnen ontwikkelen.
Het gezin krijgt al van diverse instanties hulp, maar deze hulp stagneert door de
ziekte van de moeder. Ook is een ondertoezichtstelling van de kinderen overwogen, waarbij
een gezinsvoogd het gezin begeleidt bij de opvoeding van de kinderen, maar in deze
situatie levert dit niet meer op dan de hulp die al geboden wordt. Een eventuele
uithuisplaatsing van de kinderen zou het contact met de andere gezinsleden verbreken,
zodat ook dat geen goed alternatief is. De moeder heeft haar raadsvrouwe gezegd dat zij
bereid is om medicatie te nemen, maar haar echtgenoot (en vader van de kinderen) verklaart
dat dit al langere tijd tevergeefs geprobeerd is.
De rechtbank is het met de psychiater eens dat de schade aan de ontwikkeling van de
kinderen voornamelijk wordt veroorzaakt door de stoornis van de moeder.
Nu adequate alternatieven buiten het psychiatrisch ziekenhuis ontbreken en de vrouw
onvoldoende bereidheid toont tot verblijf in het ziekenhuis, wordt de machtiging verleend.
(Rb. Amsterdam 03-01-2002, BJ 2002.)
GK
COLOFON
Als u vragen heeft naar aanleiding van deze PVP-krant, of als u vragen of klachten
heeft over uw behandeling of verblijf in de instelling, neem dan contact op met de pvp in
uw regio (naam en telefoonnummer kunt u vinden op de posters in de instelling, of u kunt
bellen met de landelijke Helpdesk PVP, T 0900 4448888).
Aan deze PVP-krant werkten mee: Carla Andringa, Ad Deenen, Jan Willem van Drunick,
Arianne de Geus, Roeland Hofstee, Geri Koelewijn, Eddy van der Meer, André de Mol,
Frédérique Schleidt-Couprie, Ton Stoop
Coördinatie en correctie: Carla Andringa en Frédérique Schleidt-Couprie
Eindredactie en bewerking: Mandy Beekman en José Onderdenwijngaard
Fotos/illustraties: Arianne de Geus, Frédérique Schleidt-Couprie en de VMDB
De PVP-krant verschijnt vier maal per jaar.
Oplage: 7000
Adres redactie:
F.C. Dondersstraat 9
3572 JA Utrecht
T 030 2718353
F 030 2716256
redactiekrant@pvp.nl
www.pvp.nl
Ontwerp en druk: TGO Uden
Overname van artikelen/illustraties is uitsluitend toegestaan met bronvermelding.
ISSN: 1380-1996
|