|
Stichting PVP, vertrouwenspersonen in de zorg
15e jaargang nummer 4 winter 2005
Inhoudsopgave
Voorwoord
Geachte lezer,
Patiëntenvertrouwenspersonen doen goed werk. Dat hoor ik wel eens van mensen en
collegas. Het opkomen voor zwakkeren en kwetsbaren, het tegengaan van onrecht en
machtsongelijkheid. Mooi hoor. En ook nog bij zon moeilijke groep mensen. Best knap.
Als het niet zo cynisch klonk, zou je bijna zeggen dat wij kwetsbaren en onrecht nodig
hebben om ons mooie werk te kunnen doen. Ik vind zelf niet dat ik goed werk doe, laat
staan dat ik dat zou zeggen. Ik wil wél mijn werk goed doen en, net zo belangrijk, als
dat lukt vind ik daarin plezier. Ik vind het leuk om mensen ergens mee te kunnen helpen.
Maar ik onderscheid me daarin niet van de hulpverleners die, zoals het soms wordt gesteld,
aan de andere kant hun werk doen.
Op het PVP-affiche dat op afdelingen hangt, staat aan de onderkant de zin De pvp
staat aan uw kant! en aan de zijkant: Staat u er alleen voor?. Ik zou
die teksten er het liefst afknippen. Ze kunnen naar mijn gevoel een soort moreel
onderscheid suggereren met de hulpverleners en daarbij een vage schijn van
goed tegenover slecht oproepen. En ook al weet ik dat het niet zo
bedoeld is, als ik verpleegkundige was zou ik die teksten niet prettig vinden om te lezen.
Natuurlijk kan het voor de cliënt die teleurgesteld of kwaad is over de hulpverlening op
dat moment heel prettig en functioneel zijn om zich gesteund te voelen door iemand die
voor hem partij kiest tegenover diezelfde hulpverlening. Ik zou dat denk ik als cliënt
ook graag willen, maar ik hoop toch ook dat ik dan een pvp zou treffen die zou proberen om
de afstand van dat moment met mijn hulpverleners eerder te verkleinen dan verder te
vergroten. Ik hou eigenlijk ook niet van klachten. Dat is lastig voor een pvp, maar
gelukkig houd ik wel van mensen (als ik ze eenmaal ken) en vooral van oplossingen. Daarom
wil ik dat klachten zo snel mogelijk opgelost worden en ik doe dat liever samen mét de
hulpverlening dan door me tegenover hen op te stellen. Soms lukt dat, soms niet. En in
beide gevallen ligt dat zelden aan slechts één van de betrokkenen. Begrijp me goed, ik
vind de basiskenmerken van de pvp (partijdigheid, onafhankelijkheid en ontvankelijkheid)
belangrijk en juist, maar om goed dit werk te kunnen doen heb ik geen moreel onderscheid
met de hulpverlening nodig.
Rest mij u plezier te wensen bij het lezen van deze PVP-krant. Veel verhalen over
ervaringen van mensen, en niet zo veel juridische overwegingen deze keer. Echt een krant
voor een lange wintermaand.
Eddy Raymann, patiëntenvertrouwenspersoon in Amsterdam
Jonge mensen vinden separatie juist vaak ingrijpender
Dwangmedicatie dikwijls erger dan separatie
Als er dwang moet worden toegepast, wat vindt u dan erger: medicatie of separatie? Deze
vraag is afgelopen zomer gesteld aan vierhonderd mensen die op dat moment in een
instelling voor geestelijke gezondheidszorg waren opgenomen. Cliënten die beide
dwangtoepassingen hebben meegemaakt, blijken dwangmedicatie vaak ingrijpender te vinden
dan separatie. Ook mensen die nog nooit dwang meemaakten, zien vaker op tegen
dwangmedicatie.
Hoewel veel cliënten benadrukken dat alle dwang erg is, vindt meer dan de helft
dwangmedicatie erger. Een cliënt: Ik weet niet meer het onderscheid tussen nood- en
dwangmedicatie. Het was allemaal tegen mijn zin. Het was vernederend omdat ik werd
vastgehouden en omdat mijn broek naar beneden werd getrokken.
Leeftijd
Het valt op dat jonge mensen juist separatie vaker ingrijpender vinden (vergeleken met
dwangmedicatie) dan ouderen. Een cliënte van achttien jaar kreeg onder dwang injecties en
zat regelmatig in de separeercel. Ze vertelt over die periode: Het was allebei erg,
heel erg. Maar terwijl ik dwangmedicatie kreeg, mocht ik tenminste af en toe naar buiten,
de stad in. Als ik in de separeercel zat, mocht dat nooit. Ik voelde me daardoor
afgesneden van iedereen, vooral van mijn vriendje en mijn vriendinnen
Die kon ik
niet eens bellen als ik in de separeercel zat. Toen ik nog bij mijn ouders woonde, mocht
ik ook nooit ergens naar toe. Daarom vond ik die separatie zo erg. Nu heb ik geen dwang
meer. Mijn medicatie neem ik vrijwillig, elke drie weken een spuit.
Impotent
Jonge cliënten vinden het veelal erger om opgesloten te worden, dan om gedwongen
medicatie te krijgen. Een mogelijke verklaring is, dat jonge mensen vooral hun
bewegingsvrijheid belangrijk vinden. Oudere cliënten denken er vaak anders over. Zo
vertelt een vijftigjarige man: De dwangmedicatie beïnvloedt mijn hele zijn. Het
geeft vervelende bijwerkingen. Door de dwangmedicatie ben ik impotent. En die medicatie
helpt ook nog eens niet. Ik heb er een klacht tegen ingediend, maar geen gelijk
gekregen.
Nieuwe generatie
Een andere mogelijke verklaring voor de voorkeur van jongere cliënten voor medicatie
ten opzichte van separatie is misschien de verbeterde werking van de nieuwe generatie
medicijnen. De nieuwe generaties psychiatrische medicatie werken meestal beter dan
vroeger. Misschien krijgen oudere cliënten vaker medicijnen die al langer bestaan. De
nieuwere medicijnen geven bovendien minder last van bijwerkingen. Een mevrouw, die al
langere tijd dwangmedicatie krijgt, vertelt: Ik denk dat ik te veel medicatie krijg,
hoewel ze nu na jaren een middel gevonden waar ik geen last van heb. Wel moet ik
regelmatig bloed laten prikken en dat is erg vervelend.
Geen vertrouwen
Veel cliënten geven aan dat ze dwang heel erg vinden, om welke vorm het ook gaat. Een
cliënt: Dwang is altijd slecht. Je staat met je rug tegen de muur. De dwang heeft
mijn vertrouwen in de behandelaar volledig weggevaagd. Een andere cliënt zegt over
haar ervaringen: Ik vind zowel de dwangmedicatie als de separatie even erg: een
foltering. Dat dwang ten koste gaat van het vertrouwen, benadrukken veel cliënten:
Je voelt je een nummer, een object. Het vertrouwen in de behandelaar is er niet
meer. Sommige cliënten weten niet dat er een separeercel bestaat voordat ze erin
terechtkomen. Een cliënt, die sinds drie maanden is opgenomen, vertelt: Ik wist
niet eens wat een separeercel precies was. Via mijn vader had ik ooit vaag begrepen dat
zoiets bestond, en dat je daar niks mee te maken moest krijgen. Totaal onverwacht sloten
ze me op. Ik wist niet wat de bedoeling was, of en hoe ik er weer uit kon komen. Dat
maakte me heel erg bang.
Verwachtingen
De mensen die wél gesepareerd zijn, maar nog nooit gedwongen medicatie kregen, noemen
separatie juist erger dan dwangmedicatie. Dat ligt misschien voor de hand vanuit hun
ervaring. Toch denkt nog bijna een derde van deze mensen dat dwangmedicatie nóg erger
moet zijn. Wat vinden de cliënten die wel dwangmedicatie kregen, maar nooit in de
separeercel zijn geweest? Men zou verwachten dat zij juist dwangmedicatie erger vinden.
Opmerkelijk is dat maar vier van de ondervraagde cliënten (1 %) dwangmedicatie heeft
gehad zónder in de separeercel te hebben gezeten. Van deze vier mensen vinden er drie
dwangmedicatie erger dan separatie.
Signaleringsplan
In de wet staat, dat de behandelaar bij het toepassen van dwang hoort te kiezen voor
het minst ingrijpende middel. Hoe de cliënt over de verschillende vormen van dwang denkt,
is daarom belangrijk bij het kiezen van het minst ingrijpende middel. Toch is het nog lang
niet overal zo dat de mening van de cliënt ook wordt gevraagd. En áls de behandelaar al
weet hoe de cliënt erover denkt, houdt hij daar lang niet altijd rekening mee. In een
signaleringsplan kan de cliënt soms wel opgeven wat er het beste kan gebeuren als het
mis gaat. Tegenwoordig werkt men steeds vaker met dergelijke
signaleringsplannen.
Discussie
Hulpverleners discussiëren onderling wel veel over dwang. Ook onder psychiaters zijn
er voor en tegenstanders van separatie ten opzichte van dwangmedicatie. Sommige
psychiaters menen dat separatie minder ingrijpend is dan dwangmedicatie, omdat
dwangmedicatie ingrijpt in het lichaam en separatie niet. Andere psychiaters kiezen liever
voor dwangmedicatie, omdat de werking daarvan bewezen is en de werking van separatie niet.
De Wet Bopz geeft geen voorkeur aan tussen de verschillende vormen van dwang, in ieder
geval niet wat betreft de ingrijpendheid (zie kader). Het gaat erom, wat in een bepaalde
situatie het minst ingrijpende alternatief is. Het standpunt van de cliënt hoort bij die
keuze een rol te spelen.
FW
Vijf soorten dwang
De Nederlandse wet (Wet Bopz, artikel 39) kent vijf verschillende soorten dwang. Het
gaat om de volgende dwangmiddelen of -maatregelen:
separatie (insluiting in een lege kamer)
dwangmedicatie (een injectie, drankje of pillen)
vrijheidsbeperking (niet naar buiten mogen)
fixatie (vastbinden aan stoel of bed)
gedwongen vocht of voeding (slangetje door de neus of in de arm)
In de praktijk komt separatie als dwangmiddel het meeste voor. Volgens schatting wordt
er in Nederland ongeveer 18.000 keer per jaar een cliënt gesepareerd.
Des avonds rusten menschen en dieren
De nacht in de psychiatrie
De morgenstond heeft goud in den mond, en des avonds rusten menschen en dieren.
De vastgestelde dagverdeeling worde stipt opgevolgd. Arbeid en uitspanning wisselen
geregeld af.
Dit is een huisregel uit vroeger tijden, uit het toenmalige gesticht Meerenberg. Oud,
maar nog niet verouderd, anders dan in het taalgebruik. In instellingen voor geestelijke
gezondheidszorg worden rust- en slaaptijden nog steeds gemarkeerd door vaste tijdstippen
en regulerende voorschriften. Want immers, hoe kun je iemand behandelen als hij zich niet
aan hetzelfde dagen nachtritme houdt als de rest van de wereld, of op zijn minst als
therapeuten en artsen? Ondanks de vaste rust- en slaaptijden, is het s nachts niet
altijd zo rustig als het volgens de regels zou moeten zijn.
In dit artikel belichten we de nacht in de psychiatrie vanuit verschillende
invalshoeken. Paul, een doorgewinterde cliënt uit Utrecht, geeft ongezouten zijn mening
over zaken die meer aandacht behoeven in de nacht. Ook komt een verpleegkundige aan het
woord over hoe zij naar de nacht kijkt. En natuurlijk ook aandacht voor vragen en klachten
die pvpen krijgen over wat er s nachts allemaal wel en niet gebeurt.
De cliënt en de nacht
Paul, al 30 jaar cliënt in de psychiatrie, lid van de cliëntenraad van het WA-huis te
Utrecht: Het ergste vind ik s nachts de gehorigheid. Gebouwen in de
psychiatrie zijn vaak van slechte kwaliteit. Ook in beschermde woonvormen zie je dat vaak:
kartonnen muren. Daardoor hoor je ieder kuchje van je buurman, muziek, gesnurk. En als je
op de afdeling een buurman hebt die onrustig is, kun je je eigen slaap wel vergeten. Ik
vind dat dáár meer aandacht voor moet zijn s nachts: de rust. Vaak zeggen
verpleegkundigen als je niet kunt slapen: neem maar wat extra pillen. En dan
wordt er verteld dat je slaapproblemen het gevolg zijn van je psychose. Nou, daar ben ik
het dus niet mee eens. Ik ben al 30 jaar cliënt, en heb al heel wat gezien van de nacht.
Het is precies andersom. Ik zie vaak dat mensen redelijk goed binnenkomen, door onrust en
gehorigheid op de afdeling een paar nachten slecht of niet slapen, en hop! de psychose
breekt alsnog door. Als je niet genoeg slaapt, dan heb je ook minder weerstand, zo is het
toch? Daarom zeg ik: er moet meer aandacht zijn voor de rust op de afdelingen s
nachts. Zodat patiënten kunnen slapen. Want het belang van nachtrust wordt enorm
onderschat in de psychiatrie. Als mensen niet kunnen slapen, worden ze alleen maar
onrustiger, gaan ze spoken, en hebben andere patiënten daar ook weer last van. Wat mij
betreft mogen de regels voor rust op de afdeling s nachts dus vaak best wat
strenger.
Kijk, er moet natuurlijk wel menselijk mee worden omgegaan. Je moet iemand die
niet kan slapen niet verplichten om de hele nacht op bed te blijven liggen. Dat gaat niet.
Als je niet kunt slapen, moet je bij de verpleging terecht kunnen voor een kopje koffie en
een praatje. Maar dan wel ín het kantoor, en niet op de gang of in de huiskamer! Tegen
rondspoken op de afdeling mogen best strakke regels zijn. De verpleging moet
daarvoor natuurlijk wel óp de afdeling zijn, en controle houden. Dus echt opletten wat er
gebeurt op de afdeling. Wat je vaak ook ziet, is dat patiënten hun kamerdeuren niet zelf
op slot kunnen doen. Onrustige patiënten die gaan dwalen, kunnen dan zo bij anderen de
kamer in. Dat geeft natuurlijk geen gerust idee! Daarom moeten alle mensen zelf hun kamer
af kunnen sluiten, zodat ze zich veilig kunnen voelen en dan ook weer beter slapen.
Want de veiligheid op de afdeling is soms heel erg hoor! In die 30 jaar dat ik patiënt
ben, is er toenemende overlast van drugs en dat soort dingen. Patiënten zijn vogelvrij
overgeleverd aan dealende afdelingsgenoten. In de jaren 70 had je
afdelingen voor rustige, en afdelingen voor onrustige patiënten. Nu mengen ze rustige met
onrustige mensen, en daardoor is er gemiddeld veel meer onrust in groepen. Dit is een
slechte ontwikkeling. Ik ben niet zo optimistisch over de psychiatrie. Er zijn steeds
langere wachtlijsten om door te gaan naar een vervolgafdeling, waardoor mensen soms
maanden op de verkeerde plek zitten, tussen veel ziekere mensen. Hier worden mensen ook
niet rustiger van. En door de bezuinigingen op het personeel is er veel minder toezicht op
afdelingen, veel minder begeleiding, alles moet snel en vlug. Dit veroorzaakt ook meer
onrust. Zowel overdag als s nachts. En nogmaals: het belang van rust en slaap wordt
onderschat! Daarom vind ik: betere, minder gehorige gebouwen, afsluitbare deuren, en goede
regels voor het behoud van rust in de nacht.
De verpleegkundige en de nacht
Marijke, verpleegkundige op een gesloten afdeling: De ene keer is het druk, de
andere keer rustig in de nachtdienst. Hier is het zo geregeld dat op de gesloten afdeling
altijd iemand is. Er zijn in totaal drie nachtdiensten in dit gebouw, die gedurende de
dienst vaste koffiemomenten hebben met elkaar. Die zijn dan altijd in het kantoor op de
gesloten afdeling. Daar is het dus nooit onbemand. Tja, wat doe je s nachts... als
het rustig is, zit je soms ook wel eens te lezen, te internetten, film te kijken. Maar
sommige nachten loop je continu te rennen: een escalerende situatie, opnames van nieuwe
cliënten, contacten met politie, veel mensen die uit bed komen. Als mensen uit bed komen
of aangeven niet te kunnen slapen, dan voeren we alleen een gesprek als het écht niet
anders kan. Anders worden mensen veel te wakker, juist van het gesprek, en is de nacht
helemaal onderbroken. Terwijl juist het idee is dat ze een dag- en nachtritme leren
hanteren en vasthouden. Uit bed mag, even een beker melk, even een sigaretje, maar daarna
moeten de mensen wel weer terug naar de kamer en proberen te slapen. Echt opstaan, dingen
gaan doen, tv kijken, dat soort dingen willen we dus niet. Koffie drinken ook niet; want
van koffie word je wakker, en dat is nu net niet de bedoeling. Televisie kijken, muziek
luisteren en douchen vinden we ook niet goed omdat het overlast geeft voor de andere
cliënten.
Op sommige afdelingen komen ook crisistelefoontjes binnen van cliënten die een
telefoon-op-recept-afspraak hebben. Daar ben je dan ook als nachtdienst voor, om die
cliënten op te vangen. En verder doe je administratie die je nog moet doen. Soms is de
nacht juist heel handig om een achterstallig klusje op te knappen, of je wat uitgebreider
te verdiepen in iets. Maar daar kun je niet op rekenen, want rustig is een nachtdienst dus
lang niet altijd.
De pvp en de nacht
Een patiëntenvertrouwenspersoon werkt s nachts niet. Toch krijgen pvpen
regelmatig klachten binnen over de nacht. Hoeveel klachten dat op jaarbasis zijn, is niet
duidelijk omdat daar geen aparte registratie van wordt bijgehouden. Een rondgang langs
enkele pvpen leverde het volgende op. De klachten die regelmatig voorkomen, zijn
klachten over de verpleging die te weinig aandacht heeft voor cliënten die niet kunnen
slapen. Cliënten vinden dat ze vaak te snel weer terug naar bed worden gestuurd, terwijl
ze liever even hun verhaal willen vertellen. Ook willen cliënten s nachts soms even
wandelen, warme melk maken of een sigaretje roken. Op sommige afdelingen is dit
toegestaan, op andere afdelingen niet. Dit lijkt overigens vaak meer afhankelijk te zijn
van de souplesse van de nachtdienst, dan van strenge afdelingsregels. Cliënten voelen
zich ook niet altijd veilig op de afdeling. Als mogelijke oorzaken wordt genoemd dat er te
weinig personeel aanwezig is s nachts.
Als er te weinig personeel aanwezig is, hebben cliënten het idee dat ze zelf moeten
zorgen voor hun medecliënten, wanneer het slecht met hen gaat. Ook zaken die Paul
hierboven in zijn verhaal noemde, komen in klachten bij de pvp aan de orde. Cliënten
kunnen regelmatig hun eigen kamerdeur niet afsluiten, medecliënten kunnen zo ongewenst de
kamer binnenlopen, terwijl de cliënt ligt te slapen. Geluidsoverlast is ook een probleem
op sommige afdelingen. Cliënten die s nachts op muren bonken of op andere wijze
geluidsoverlast veroorzaken, maar ook de nachtdienst die de slaapkamerdeur bij de controle
te hard open doet of te hard praten en lopen in de gang, waardoor cliënten wakker worden.
Kortom
Instellingen verschillen, verpleegkundigen verschillen, en cliënten verschillen. Het
is daarom nauwelijks mogelijk om in algemeenheid te stellen hoe de nacht in de psychiatrie
verloopt. Toch is de nacht belangrijk, en vaak een onderbelicht aspect van het verblijf in
een psychiatrische kliniek. Hoe er omgegaan wordt met problemen en gebeurtenissen die in
de nacht voorkomen, hangt vaak af van de dienstdoende verpleging. Cliënten hebben daarom
nog wel eens het gevoel overgeleverd te zijn aan hun luimen. Verpleegkundige
Marijke geeft aan dat verpleegkundigen ervoor moeten zorgen dat cliënten hun nachtrust
krijgen, en daarom bijvoorbeeld proberen gesprekken s nachts zo kort mogelijk te
houden. Cliënten die te lang wakker zijn, leren zo geen goed dag- en nachtritme en kunnen
(geluids)overlast veroorzaken voor medecliënten.
De morgenstond heeft goud in den mond, en des avonds rusten menschen en
dieren.
Gelukkig worden cliënten tegenwoordig niet meer geconfronteerd met dergelijke
huisregels. Maar vaak ervaren cliënten wel de ongeschreven regel: s nachts wordt er
geslapen en al het overige is daaraan ondergeschikt. Maar de behoefte van cliënten aan
nachtrust houdt meer in dan slapen: veiligheid, een luisterend oor, wat ontspanning en een
beetje contact. Wat uit veel klachten en verhalen van cliënten naar voren komt, is dat
zij het hiervoor van groot belang vinden dat er goede afspraken met het verpleegkundig
team zijn en een goede overdracht van wat er s nachts gebeurt. Zodat wat zij
individueel nodig hebben s nachts het uitgangspunt is, en niet de geschreven en
ongeschreven regels.
CvdB/WW
Ter illustratie, enkele voorbeelden uit de pvp-praktijk:
Piet komt met de volgende klacht bij de pvp. Hij wilde vannacht een sigaretje roken,
omdat hij niet kon slapen. Thuis rookte hij als hij s nachts niet kon slapen, ook
altijd even een sigaretje of twee. Op de afdeling mocht hij alleen in de rookkamer roken.
Helaas zat deze deur op slot. De verpleegkundige deed, na enig aandringen, de deur open.
Piet moest wel beloven dat hij maar één sigaretje zou roken. Piet voelde zich als een
klein kind behandeld.
Maartje klaagde erover dat ze s nachts niet met het personeel over haar problemen
mocht praten. De nachtdienst was even naar haar toe gekomen, maar toen ze wilde vertellen
wat haar dwars zat, werd haar gezegd dat ze maar moest wachten tot de dagdienst aanwezig
was.
Frank kon s nachts niet slapen. Hij wilde voor de gezelligheid even bij de
verpleging zitten. De dienstdoende verpleegkundigen zaten echter video te kijken, en waren
niet gesteld op de aanwezigheid van de cliënt. Hij werd weggestuurd. Toen Frank dit
weigerde, escaleerde de zaak en belandde Frank in een isoleercel.
Elvira voelt zich niet prettig op de afdeling. Normaal is er s nachts altijd een
verpleegkundige, maar nu is het zomervakantie. Iedereen is op vakantie en daardoor kan er
s nachts geen verpleegkundige aanwezig zijn. Wanneer de cliënten s nachts
hulp nodig hebben, dan kunnen ze bellen met de verpleegkundige van een andere afdeling.
Elvira vindt dit niet fijn, want ze is bang dat als het s nachts niet goed gaat met
een cliënt, dat de medecliënten elkaar dan op moeten vangen.
Maikel is verliefd op Gea. Op hun afdeling wordt er streng op toegezien dat cliënten
de nacht alleen doorbrengen op de kamer.s Nachts sloop Maikel echter naar de kamer
van Gea en kroop bij haar in bed. Helaas worden ze betrapt door de nachtverpleging. Maikel
wordt streng toegesproken en de volgende dag overgeplaatst naar een andere afdeling.
Maikel en Gea vinden dit niet leuk.
Melissa kan s nachts niet meer slapen. Vannacht kwam Pim zomaar haar kamer binnen
lopen. Toen hij niet wilde weggaan, gilde ze. De verpleging kwam meteen en haalde Pim uit
haar kamer. Nu is ze bang dat dit vaker gebeurt. Ze wil graag een slot op haar kamer.
Verhaal PVP
Verschillende werkelijkheden
Patiëntenvertrouwenspersoon Halling IJzerman heeft onlangs voor een kring van
medewerkers van een crisisdienst in het land een voordracht gehouden over de
werkelijkheid van de cliënt. Het voornaamste wat hij hierbij deed, was het
achtereenvolgens schetsen van de situatie van twee cliënten: van Bert en van Marbella. Om
samen met zijn toehoorders weer eens vast te stellen, hoe veel kanten de werkelijkheid
heeft. In die werkelijkheid heeft een medewerker regelmatig te laveren tussen het recht op
zelfbeschikking van de cliënt en de plicht tot het leveren van goede zorg. IJzerman
eindigt op ludieke wijze met een hoeveelheid potjeslatijn, dat hij tot veler opluchting in
aansprekend Nederlands vertaalde.
Bert
Het zal een week of vier geleden zijn dat ik hem voor het eerst ontmoette. Bert. Hij
kwam wat aarzelend mijn kamer binnen en vroeg of ik de pvper was. Dat
was ik. In zijn stem lag die merkwaardige mengeling van geringschatting en toenadering die
ik wel vaker bespeur bij jongeren wanneer ze iets van mij nodig hebben. Van volwassenen
valt over het algemeen weinig goeds te verwachten, dus het is aan mij om te bewijzen dat
ik een uitzondering op die gouden regel ben. Voorlopig werd ik uit hoofde van mijn functie
gedoogd. Mogen ze, terwijl je dat niet wil, zomaar je ouders inlichten dat je hier
zit? Ik bedenk dat ik nu heel genuanceerd kan gaan doen, maar voel daarvoor niet de
ruimte. Nee, dat mag niet zomaar, zeg ik, scorend zonder te liegen.
Dan heb ik een klacht, zegt Bert opgelucht, want de crisisdienst
heeft dat dus wel gedaan, terwijl ik het verboden had. In de manier waarop hij het
woord verboden uitsprak lag een autoriteit besloten waar hij gezien zijn
leeftijd nog niet helemaal aan gewend was. Je wilt dus niet dat je ouders weten dat
je hier bent? Nee, daar hebben ze niks mee nodig. Er klinkt nu ook wat
argwaan in zijn stem. Dus ik laat het waarom niet maar even achterwege.
Nou Bert, vanaf je zestiende jaar krijg je ineens een stuk meer over jezelf te
zeggen, tenminste, in de gezondheidszorg dan. Hulpverleners moeten met jou overleggen en
mogen alleen met je ouders over jou praten als jij dat goed vindt. Oké
dan!!, Bert kijkt met een sardonisch lachje naar buiten, waar hij ineens ongekende
mogelijkheden vermoedt.
Daar wil hij het dan ook wel eens over hebben, want hij wordt de laatste tijd van alle
kanten belaagd door alles en iedereen. Zijn ouders zitten voortdurend achter hem aan en
bemoeien zich overal mee. Waarmee? Nou, met wie zijn vrienden zijn; en of hij wel of niet
moet doorgaan met zijn opleiding; hoe hard de muziek mag; of hij op tijd zijn insuline
neemt; en of hij wel of niet mag blowen. Maar nu hij hier op de PAAZ is wil hij effe niks
meer met ze te maken hebben. Of ik dat snap? Tuurlijk, lieg ik, ondertussen
met gemengde gevoelens denkend aan mijn jongste dochter die laatst ook al zoiets riep en
nog zestien moet worden. En wie belagen hem nog meer dan? Hoeveel tijd ik nog hèb, vraagt
hij overmoedig. Dan blijken vooral de huisarts en de crisisdienst de boosdoeners te zijn.
Kijk, die huisarts doet gewoon wat mijn ouders goed vinden. En wat ik helemaal een
vuile streek vind is dat ie achter mijn rug om de crisisdienst gebeld heeft. Zooo
sneaky, hè! Ik wist niet eens wat dat was, crisisdienst!
Dus die lui moest hij in het begin ook hé-le-máál niet. Die lieten zich ook maar
sturen door zijn ouders en die huisarts. Hij vond het zo laf allemaal: dan kunnen zijn
ouders hem zelf niet meer aan en dan gaan ze het zó proberen. Ze dreigden hem al met een
dwángopname. Hallo! Kan dat zo maar? Kunnen ouders zo maar beslissen dat je gedwongen
opgenomen wordt?! In ieder geval besloot hij toen toch maar op gesprek te gaan bij de
crisisdienst, omdat de boel steeds meer uit de klauwen ging lopen. Hij sliep ook slecht.
Logisch. Maar daar krijgt hij nu medicatie voor. Hoe hij nou toch op de PAAZ terecht
gekomen is?
Na de zoveelste ruzie met Pa was hij kwaad weggelopen. Gewoon...wég. Hij is toen bij
het spoor terecht gekomen en liep daar wat doelloos rond. Dat blijkt dus ook al niet te
mogen want hij werd er weggehaald door de politie en naar het politiebureau gebracht. En
daar had je ze weer: de crisisdienst. Ze hebben een poosje op hem ingepraat en toen is hij
maar akkoord gegaan met een opname. Naar huis kon hij toch niet, wilde hij niet. Bovendien
was hij toch wel bang voor een ibs. Dus wat moest ie?
Maar het voelt wel als een nederlaag. Vooral naar zijn ouders. Krijgen ze toch nog hun
zin. Daarom wilde hij ook niet dat ze te horen zouden krijgen dat hij hier zit en wat er
gaat gebeuren. Maar ja, het kwaad is al geschied, ze zijn inmiddels ingelicht. Dus heeft
klagen dan nog zin? Ik leg uit dat ik binnenkort een lezing geef bij die crisisdienst
waarin dit onderwerp ook aan de orde komt. Verder zal Bert in zijn dossier laten opnemen
dat zijn ouders voortaan alleen met zijn gerichte toestemming over hem geïnformeerd
zullen worden. Hij zal me nog bellen of dat gelukt is.
Marbella
De telefoon gaat. Aan de lijn is Marbella, een vrouw van drieëntwintig die ik al eens
gesproken had, in de tijd dat zij in behandeling was bij de afdeling Jeugd. Ze wilde toen
weten of ze zelf mocht bepalen om te stoppen met die behandeling. Of ze even langs kan
komen, want ze heeft morgen een afspraak met de crisisdienst en ze weet niet goed of ze
daar naar toe moet gaan. Ze heeft behoefte om een aantal zaken op een rijtje te zetten om
voor haarzelf een afweging te kunnen maken. Een paar uur later komt ze binnen en valt
meteen met de deur in huis.
Iedereen is gek geworden en bezig om haar een ibs aan te smeren, vooral haar ouders.
Marbella woont nog thuis en het gaat de laatste tijd helemaal niet goed met haar.
Tegenslag op tegenslag krijgt ze te verwerken. Het is uit met haar vriend, vervolgens gaat
het thuis niet goed, én ze is in de ziektewet. Kortom: Marbella bevindt zich in zwaar
weer. Logisch toch dat het je af en toe naar de strot vliegt en je de boel kort en klein
wil slaan? Stom natuurlijk, maar dan ben je nog niet gek!! En het enige wat Pa doet als
hij het uit de hand vindt lopen is de hulptroepen bellen! Maar praten: hó
maar! Alsof een opname de oplossing is voor alle problemen. Ze heeft dat allemaal al
eerder meegemaakt. Als puber is ze ook al de psychiatrie ingestuurd, eigenlijk alleen maar
omdat haar vader niet met haar overweg kon. Ook toen liet de hulpverlening zich voor zijn
karretje spannen. Nee, natuurlijk leverde dat niets op! Er werd thuis altijd óver haar
gepraat, nooit mét haar. Dat moest maar in de therapie gebeuren. Nou, mooi niet dus! Ze
kwam daar niet voor zichzelf. Ze kwam daar omdat ze móest. Ze is er niet met ruzie
weggegaan hoor, ze is er gewoon mee gestopt zodra ze wist dat dat kon. Dat had ik haar
toen nog verteld, wist ik nog wel?
Ja, dat wist ik nog wel. Ik kon me ook nog het telefoontje herinneren van haar vader,
die mij toen vroeg of ik wel besefte wat ik gedaan had. In ieder geval moet Marbella nu
niets meer. Nu mag Pa zelf eens in therapie om er achter te komen waarom hij zijn dochter
altijd afwijst als het er op aankomt. En hoe zit het nou met die afspraak bij de
crisisdienst?, vraag ik voorzichtig. Die crisisdienst? Die danst ook al naar
de pijpen van Pa. En van de politie. Het is toch te gek voor woorden dat ze na een
telefoontje van Pa of van de politie komen opdraven. Hebben ze niks beters te doen? Als ik
in een hotelkamer spullen kapot smijt dan moet ik dat toch zelf weten. Het zijn mijn
spullen. En als ik hotelspullen kapot maak kunnen ze gewoon een rekening sturen! Nou
goed, ze is dan naar aanleiding van dat gedoe in het hotel uiteindelijk met haar moeder
meegegaan naar de crisisdienst en daar zijn wat afspraken gemaakt over vervolgcontacten.
Maar ze weet niet of ze daar mee verder gaat, want er is weer wat gebeurd: ze was gewoon
aan het winkelen in de supermarkt waar ze vroeger werkte, minding her own business, toen
de kassajuffrouw het nodig vond om iets te roepen over haar ziekteverzuim. En plein
public!! Ik bedoel: dan ontplóf je toch?!
Het volgende moment stond de politie alweer op de stoep en werd ze meegenomen. En ja
hoor, het duurde niet lang of daar kwam de crisisdienst alweer aankakken. Of ik niet
psychotisch ben, of suïcidaal. En dan moet je nog uitkijken wat je zegt, want je hebt zo
een ibs aan je broek. En dan moet ik nu zeker maar weer doen of mn neus bloedt en
weer vrolijk in gesprek gaan met ze? Dacht het niet! Ik vertrouw ze niet meer. Ze hebben
mij teveel petten op. Ik slik mn pilletjes wel en voor de rest bekijken ze het maar
met zn allen! Boos beent Marbella mijn kantoor uit, mij achterlatend in een
oorverdovende stilte.
Epiloog
U hebt nu de verhalen van Bert en Marbella uit hun eigen mond gehoord. En nu al blijkt
hoe moeilijk het is om van de werkelijkheid verslag te doen. Welke werkelijkheid? Wiens
werkelijkheid? En nu we het er toch over hebben: Wat is er zo belangrijk aan de objectieve
werkelijkheid? Als we die werkelijk konden bevatten, wat hadden we dan daadwerkelijk in
handen? Zouden we dan beter af zijn? Het tekent zich ook al af dat de crisisdienst moet
laveren tussen allerlei belangen en zich daarbij als gezondheidszorgorganisatie
voortdurend beweegt in het spanningsveld tussen de twee medisch-ethische hoofddeugden: het
primum non nocere, in dubio abstine (in de eerste plaats geen kwaad doen, en
bij twijfel niets doen) aan de ene kant; en het ubi pus evacua (waar pus zit
verwijderen) aan de andere kant. Heel verantwoord allemaal, maar het beroerde is dat de
cliënt zich in zwaar weer bevindt, alle betrokken stuurlui zo hun eigen idee hebben over
welke koers gevaren moet worden en het vertikken om aan wal te blijven. Twijfel wordt niet
geduld en dat zet behandelaars onder druk.
De cliënt komt dan nogal eens al of niet terecht overigens - tot de conclusie
dat hij óf door de hond óf door de kat gebeten wordt hij wórdt gebeten. In die
gemoedstoestand is het heel moeilijk om iemand vertrouwen te geven en hoop te hebben op
een wending ten goede. Of, zoals soldaat Jekkers, een echte Hagenees, verzuchtte tegen
mijn vader, toen zij op een ijskoude novembernacht naast elkaar ieder in hun eigen
schuttersputje lagen: Semper penis sergeant, semper penis. Wat betekent
dat, soldaat? vroeg mijn vader, ook al geen latinist. Dat betekent:
Altijd het haasje, sergeant, laten we het daar maar op houwen. Altijd het
haasje.
H.IJ.
Signalen
Soms komt een pvp tekortkomingen tegen in een instelling. Als die tekortkomingen
afbreuk doen aan de rechten van cliënten, vraagt de pvp hier aandacht voor bij de
desbetreffende afdeling en/of leidinggevende in een zogenaamd signaal:
mondeling of schriftelijk vraagt de pvp de tekortkoming op te heffen. Sommige onderwerpen
blijven met enige regelmaat terugkeren. In deze PVP-krant doen we van een aantal van deze
recidivisten verslag.
Gaat er al een belletje?
In de separeer van twee afdelingen ontbreekt een belverbinding met de verpleegpost. Een
ernstige zaak als je in de separeer wordt verpleegd. Volgens het individuele behandelplan
vinden er weliswaar op vastgestelde tijdstippen contactmomenten plaats tussen de
verpleegkundigen en de cliënt. Echter als om wat voor reden dan ook de cliënt tussendoor
hulp nodig heeft of iets wil vragen, moet daarvoor de mogelijkheid aanwezig zijn om
contact te maken met de verpleegkundigen. In de nachtelijke uren is het niet
ongebruikelijk dat een cliënt van 22.00 uur tot de volgende ochtend in de separeer
verblijft, zonder dat daarbij de mogelijkheid van een persoonlijk contactmoment (met de
deur open) geboden wordt. Juist dan, als alles stil is en de slaap niet wil komen, is het
essentieel dat de cliënt contact kan maken met de verpleegkundigen.
De pvp verwijst naar de eigen werkinstructie van het ziekenhuis, waarin de aanwezigheid
van een belverbinding met de verpleegpost duidelijk wordt omschreven. De directie erkent
de tekortkoming en zal deze op één afdeling verhelpen. Op de andere afdeling zal de
situatie blijven totdat op korte termijn de nieuwbouw in gebruik zal worden genomen. De
separeer in de nieuwe afdeling voldoet aan alle voorschriften.
Overal bereikbaar, maar niet in de psychiatrie
Hoe huisregels veranderen in de loop van de tijd wordt onder andere duidelijk aan de
hand van de opkomst van de mobiele telefonie. Voor de tijd van de mobiele telefoon werden
patiënten gebeld op het nummer van de instelling waar zij verbleven. De medewerker van de
telefooncentrale verbond het telefoontje door naar de afdeling en daarna naar de patiënt.
De verpleegkundigen hadden dus ook grip op de stroom van telefoontjes die binnenkwamen.
Met de intrede van de mobiele telefoon kunnen patiënten zonder tussenkomst gebeld worden,
wat voor de meeste patiënten een grote verbetering betekende van hun bereikbaarheid en
mogelijkheden om contact te houden met hun leefwereld. Langzaam aan pareerden instellingen
het gebruik van de mobiele telefoon met (huis)regels, om het gebruik van de mobiele
telefoon te reguleren. Veelal is er consensus over het feit dat gedurende therapietijden
en maaltijden de telefoon uit staat. Soms verschijnen er toch weer nieuwe regels, die het
gebruik van de mobiele telefoon verder willen beperken. De argumenten die daarvoor worden
aangedragen, getuigen ook van een voortgaande ontwikkeling. Zo verbiedt een instelling
patiënten het gebruik van de mobiele telefoon op elk tijdstip en elke plaats, aangezien
het mobiele telefoonverkeer de werking van het draadloze alarmsysteem stoort. Daardoor kan
de veiligheid van personeel en patiënten in het geding komen. Onlangs stapte de
instelling over op een nieuw alarmsysteem.
De pvp in de instelling schrijft hierop een signaal om het verbod op de mobiele
telefoon op te heffen. Navraag bij diverse medewerkers leert dat het nieuwe systeem minder
gevoelig zou zijn voor de effecten van het mobiele telefoonverkeer. Het is weliswaar niet
uitgesloten dat een mobiele telefoon het alarmsysteem kan storen, maar dit geldt zeker
niet voor alle mobiele telefoons. Op een enkele afdeling is op eigen initiatief van de
medewerkers van de afdeling het beleid al versoepeld, zonder dat dit tot problemen heeft
geleid met het alarmsysteem. Volgens de pvp is hiermee de maatregel van een algemeen
verbod op de mobiele telefoon buitenproportioneel te noemen. De instelling reageert helaas
afwijzend op het verzoek. Zij voert hierbij aan, dat nog niet op alle afdelingen het
nieuwe alarmsysteem is geïnstalleerd. Daarnaast zijn er nog te veel onverklaarbare
storingen, die toch mogelijk verband houden met de mobiele telefoon.
Alcoholgebruik na ontslag op voorwaarden
Het gebruik van alcohol binnen de instelling is vaak verboden. Veelal legt de
instelling dit vast in de huisregels. Daarmee is het verbod algemeen bindend voor alle
patiënten. Volgens het modelreglement huisregels van GGZ Nederland past een dergelijk
algemeen verbod op alcohol niet binnen het kader van de huisregels. Het dient een plaats
te krijgen binnen de individuele behandelovereenkomst van de patiënt. Geregeld schrijven
pvpen signalen over dit onderwerp.
Zo schreef onlangs een pvp het volgende signaal. De instelling waar de pvp werkt, maakt
gebruik van een beleidsstuk over het gebruik van alcohol (en drugs) tijdens de
behandeling. In een apart gedeelte wordt ingegaan op de situatie, waarbij patiënten de
regels overtreden terwijl zij met een Bopz-maatregel zijn opgenomen c.q. worden behandeld.
Op één aspect van dit beleidsstuk vestigt de pvp de aandacht. Dit gedeelte geldt voor de
patiënten die op voorwaarden met ontslag zijn gegaan. Als zij in de thuissituatie alcohol
gebruiken, volgt hierop standaard het intrekken van het voorwaardelijke ontslag.
De pvp wijst in zijn signaal op de regelgeving die geldt voor het intrekken van een
voorwaardelijk ontslag. Volgens artikel 47 Wet Bopz moet het ontslag worden ingetrokken
als er sprake is van een uit de stoornis voortkomend gevaar van de patiënt. Het ontslag
kan worden ingetrokken wanneer de patiënt de voorwaarden van het ontslag niet (meer)
nakomt. Zelfs al zou het gebruik van alcohol een voorwaarde voor ontslag zijn, past een
standaard intrekken van het voorwaardelijke ontslag niet binnen de regelgeving. Per
situatie zal moeten worden bekeken of de overtreding van de voorwaarden heeft geleid tot
een gevaar dat zodanig groot is dat een intrekken van het ontslag noodzakelijk is. De
instelling reageert met een schrijven, waarin zij stelt het helemaal met de zienswijze van
de pvp eens te zijn. Zij zal het beleid aanpassen en dit kenbaar maken binnen de
instelling.
RdK
Rechtspraak
Klachtrecht en de rol van de inspectie
De Wet klachtrecht cliënten zorgsector (Wkcz) is op enkele punten gewijzigd. De
wijzigingen betreffen de handhavings- en toezichtsmechanismen, de verplichtingen rond de
jaarverslaglegging en een meldingsplicht van ernstige situaties met een structureel
karakter. Ook de Kwaliteitswet zorginstellingen (Kzi) is gewijzigd. En de Inspectie heeft
bij dit alles nieuwe taken gekregen. De ontwikkelingen op een rij.
Tot nu toe konden cliënten en de cliëntenraad via de kantonrechter afdwingen dat de
zorgaanbieder de wettelijke verplichtingen naleeft in het kader van de behandeling van
klachten. Dit systeem is verlaten. In plaats daarvan houdt nu de Inspectie voor de
Gezondheidszorg (IGZ) toezicht op de naleving van de uit de Wkcz voortvloeiende
verplichtingen (nieuw art. 3a Wkcz). Bovendien kan de Minister van VWS aan de
zorgaanbieder schriftelijke aanwijzingen geven als hij van oordeel is dat de wet niet, in
onvoldoende mate of op onjuiste wijze wordt nageleefd (nieuw art. 3 Wkcz). Een dergelijke
aanwijzing specificeert de te nemen maatregelen, de gronden daarvoor en de termijn
waarbinnen de zorgaanbieder eraan moet voldoen. De minister is bevoegd tot toepassing van
bestuursdwang met het oog op de handhaving van aanwijzingen (nieuw art. 3b Wkcz). Dit
alles betekent dat de cliënt die van mening is dat de zorgaanbieder tekortschiet in het
kader van klachtenbehandeling, zich voortaan kan wenden tot de Inspectie.
De verplichtingen rond het openbaar jaarverslag zijn uitgebreid. Naast het aantal en de
aard van de door de klachtencommissie behandelde klachten, dient nu ook aandacht te worden
besteed aan onder meer de klachtenregeling, de samenstelling van de klachtencommissie, de
strekking van de oordelen en aanbevelingen van de commissie en de aard van de maatregelen
welke door de zorgaanbieder genomen zijn naar aanleiding van de oordelen van de commissie
(nieuw art. 2 lid 7 Wkcz). De uiterste datum voor toezending van het jaarverslag is
opgeschoven van 1 april naar 1 juni (nieuw art. 2 lid 9 Wkcz).
Het laatste nieuwe element in de Wkcz is de meldingsplicht voor klachtencommissies. Als
een klacht zich richt op een situatie waarbij structureel sprake is van onverantwoorde
zorg (een ernstige situatie met een structureel karakter), stelt de
klachtencommissie de zorgaanbieder daarvan in kennis (nieuw art. 2a Wkcz). Indien aan de
commissie vervolgens niet blijkt dat de zorgaanbieder in verband hiermee maatregelen
treft, meldt de commissie de klacht aan de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ).
Niet alleen de klachtencommissie heeft een meldingsplicht; ook de zorgaanbieder zelf
dient krachtens de gewijzigde Kwaliteitswet calamiteiten en seksueel misbruik te melden
aan de Inspectie (nieuw art. 4a Kzi). Het niet naleven van genoemde meldingsplicht van de
zorgaanbieder is een overtreding, die gestraft kan worden met hechtenis van ten hoogste
zes maanden of met een geldboete van momenteel maximaal? 11.250,- (nieuw art. 7a Kzi).
Calamiteiten worden gedefinieerd als niet-beoogde of onverwachte gebeurtenissen die
betrekking hebben op de kwaliteit van zorg en die hebben geleid tot de dood van een
patiënt of cliënt van de instelling of tot een ernstig schadelijk gevolg voor zo iemand.
De meldingsplicht heeft betrekking op calamiteiten die in de instelling hebben
plaatsgevonden.
Onder seksueel misbruik verstaat de wet grensoverschrijdend seksueel gedrag
waarbij sprake is van lichamelijk, geestelijk of relationeel overwicht. Het gaat om
seksueel misbruik waarbij een patiënt of cliënt dan wel een hulpverlener van de
instelling is betrokken. Seksueel misbruik van hulpverleners onderling is uitgezonderd.
De hier besproken wetswijzigingen zijn inmiddels een aantal maanden in werking. De
IGZ
heeft een circulaire toegezegd waarin haar visie op de implementatie van de genoemde
meldingsplichten wordt verwoord. Deze circulaire is van belang, omdat de nieuwe wetgeving
een aantal onduidelijke open normen bevat. Zo ontbreken termijnen waarbinnen de
zorgaanbieder moet reageren op door de klachtencommissie voorgelegde meldingen. Ook de
onderlinge verhouding tussen en mogelijke samenloop van de verschillende
meldingsprocedures (art. 2a Wkcz en art. 4a Kzi) behoeven nadere toelichting. De
circulaire wordt voor het eind van dit kalenderjaar verwacht.
SPKW
De observatiemachtiging komt eraan
Met het oog op de aanstaande inwerkingtreding van de observatiemachtiging wordt
aandacht besteed aan deze aanvulling van de Wet Bopz. Achtereenvolgens passeren de revue:
de opzet van de maatregel, de bijbehorende interne rechtspositie en wat praktische zaken.
Opzet
Op 1 januari 2006 treedt de observatiemachtiging in werking. De wettelijke regeling van
deze nieuwe maatregel is te vinden in de artikelen 14h, 14i en 35a van de Wet Bopz. Een
observatiemachtiging heeft tot doel iemand in een psychiatrisch ziekenhuis te doen opnemen
ten einde te onderzoeken of betrokkene een geestesstoornis heeft die hem of haar gevaar
voor zichzelf doet veroorzaken. Afhankelijk van de resultaten van dit onderzoek kan
eventueel een aansluitende gewone machtiging (voorlopige machtiging, voorwaardelijke
machtiging of rechterlijke machtiging op eigen verzoek) volgen. Het criterium
voor een observatiemachtiging is dan ook anders dan bij de overige machtigingen van de Wet
Bopz: een ernstig vermoeden dat sprake is van gevaar als gevolg van een geestesstoornis,
volstaat. Verder is van belang dat het criterium beperkt is tot gevaar voor de persoon
zelf. In tegenstelling tot de andere machtigingen gaat het niet om gevaar voor anderen. De
observatiemachtiging is dus niet bedoeld om bijvoorbeeld overlast tegen te gaan.
Wat betreft de rechterlijke procedure zijn de bepalingen over voorlopige machtiging
grotendeels van overeenkomstige toepassing. Zo moet er een onafhankelijke geneeskundige
verklaring zijn en moet de betrokkene door de rechter worden gehoord. De
observatiemachtiging heeft een geldigheidsduur van ten hoogste drie weken. De termijn
begint te lopen op de dag van opname in het psychiatrisch ziekenhuis. Als er tussentijds
een inbewaringstelling wordt gelast, schort de observatiemachtiging op. Als een
aansluitende machtiging wordt verzocht, duurt het gedwongen verblijf -in afwachting van de
beslissing van de rechter- ten hoogste twee weken langer, dus maximaal vijf weken in
totaal.
Interne rechtspositie
Bij het verblijf in het ziekenhuis zijn de mogelijkheden voor dwangtoepassing geringer
dan bij de andere dwangopnemingen. De betrokkene die wordt geobserveerd, kan niet worden
onderworpen aan dwangbehandeling, noch aan toepassing van middelen of maatregelen. Een
controle van poststukken en het beperken van bezoek of telefoonverkeer zijn evenmin
toegestaan. Wel kan er een plaatsing op de gesloten afdeling volgen. Er is zelfs een extra
grond aan de regeling toegevoegd om tot een dergelijke vrijheidsbeperking over te gaan:
plaatsing op een gesloten afdeling is mogelijk als dit noodzakelijk is voor het benodigde
onderzoek.
Doelmatig?
De wetgever had bedenkingen over de doelmatigheid van de maatregel. Gevreesd wordt dat
sommige personen die zich reeds aan zorg onttrekken, nog ongrijpbaarder zullen worden.
Daarom moet evaluatie uitwijzen of de nieuwe machtiging een nuttig instrument is. Deze
evaluatie dient binnen twee jaar na inwerkingtreding uitgevoerd te zijn. De regeling van
de observatiemachtiging vervalt een jaar na het uitbrengen van het evaluatieverslag,
tenzij de regering op grond van de conclusies van die evaluatie anders bepaalt.
Het Ministerie van VWS heeft een brochure uitgegeven met informatie over de
observatiemachtiging. Deze brochure kan opgevraagd worden bij de afdeling
publieksvoorlichting (T 070 3407890) of geraadpleegd op internet www.minvws.nl/images/boekje-observatiemachtiging_tcm10-69135.pdf
SPKW
(On)gegrond
In de rubriek (On)gegrond bespreekt de redactie zaken die cliënten aan de
klachtencommissie hebben voorgelegd. Deze keer krijgen drie cliënten een
gegrond van hun klachtencommissie te horen. Het gaat achtereenvolgens om een
klacht over het niet doorverwijzen van de instellingshuisarts, over een te lang durende
separatie en tenslotte over een onverwacht geëiste AWBZ-bijdrage.
Huisarts
Terug uit het ziekenhuis dient een cliënt een klacht in gericht tegen een huisarts bij
de klachtencommissie. Volgens de cliënt heeft de huisarts hem niet tijdig verwezen naar
het ziekenhuis. Het gevolg daarvan is dat zijn navel nu operatief verwijderd is. In het
klaagschrift schrijft de cliënt dat hij naar het spreekuur van de huisarts van de
instelling is gegaan, omdat hij last had van een bult bij zijn navel. Hij heeft eerder
zon bult gehad en die is toen operatief verwijderd. De huisarts schrijft een zalf
voor. Omdat de zalf niet werkt, gaat de cliënt terug naar de huisarts. In het
klaagschrift schrijft hij daarover dat hij over een periode van twee maanden de huisarts
herhaaldelijk gevraagd heeft om een verwijzing naar het ziekenhuis. Omdat hij die niet
krijgt neemt de cliënt uiteindelijk contact op met zijn eigen huisarts van buiten de
instelling. Die geeft hem wel een verwijzing. Kort daarna volgt een opname in het
ziekenhuis. De bult maar ook zijn navel worden operatief verwijderd. De chirurg heeft
volgens de cliënt gezegd dat het verwijderen van de navel niet nodig was geweest, wanneer
hij eerder verwezen was. De huisarts betreurt het dat het zo gelopen is. Hij heeft
echter nooit de indruk gehad dat de cliënt een verwijzing wilde hebben. Ook had hij de
indruk dat de cliënt het eens was met het gevoerde beleid. De arts was dan ook verbaasd
te horen dat de cliënt via de eigen huisarts een verwijzing heeft gekregen. Volgens de
arts was er overigens ook geen acute noodzaak om te verwijzen.
Hoewel er volgens de commissie misschien geen acute noodzaak was voor een verwijzing,
was er gedurende het verloop wel sprake van een verwijsindicatie, aangezien er over een
periode van twee maanden geen verbetering kon worden vastgesteld. Daarbij komt, volgens de
commissie, dat het duidelijk was dat de cliënt zich ongerust maakte en last had van de
bult. De commissie verklaart de klacht gegrond. Zij maakt daarbij wel de opmerking dat zij
het standpunt van de klager niet deelt dat bij eerdere verwijzing de navel bespaard zou
zijn gebleven.
Separeer
Al langer dan een maand verblijft een cliënt in de separeer. Hij is gesepareerd nadat
hij op de afdeling een gevaarlijke situatie heeft veroorzaakt. Hij dient een klacht in bij
de klachtencommissie over de duur van de separatie. Naar zijn idee is er geen volstrekte
noodzaak hem zolang te separeren. Hij veroorzaakt namelijk geen gevaar. Hij heeft de
indruk dat zijn behandelaar heeft besloten de separatie voort te zetten totdat er een plek
voor hem beschikbaar is op een andere afdeling. Een intake bij die andere afdeling laat
nog even op zich wachten. Waarschijnlijk komt er daar voor hem pas over twee weken een
plek vrij. Volgens de verweerder zijn er wel degelijk inhoudelijke redenen de separatie
voort te zetten. Er is geen sprake van directe dreiging, maar volgens de verweerder is de
cliënt wel achterdochtig en oninvoelbaar. Gezien de ernst van het incident, de kans op
herhaling en het psychisch toestandsbeeld is besloten de separatie voor te laten duren.
Wel heeft de cliënt twee tot drie mobilisatiemomenten van een half uur op de afdeling.
Aangezien de klacht zich richt op te duur van de separatie en niet op de aanvang van de
separatie, oordeelt de klachtencommissie alleen over voortzetting van de separatie.
Volgens de commissie is het aan de verweerder om de noodzaak voor de voortduring
aannemelijk te maken. Daarbij zijn de stukken waar dat uit zou moeten blijken van belang.
Die stukken ontbreken. Zo zijn er geen medische stukken, geen verpleegkundige rapportages
en geen incidentmeldingen waarin gevaarlijke situaties beschreven staan. Doordat de
verweerder niet concreet maakt wat hij bedoelt met oninvoelbaar,
dreiging en achterdochtig, kan de commissie niet vaststellen of
het voortduren van de separatie noodzakelijk is. Daarbij komt dat er een brief is van de
eerste geneeskundige, waaruit blijkt dat het plan is de separatie voor te laten duren tot
de overplaatsing naar de andere afdeling. Het gebrek aan plaats op een andere afdeling is
een organisatorische reden om de separatie voort te laten duren. Volgens de commissie kan
een separatie om een dergelijke reden niet. Voorzetting van de separatie kan alleen op
behandelinhoudelijke gronden plaatsvinden. De commissie neemt het standpunt in dat de
behandelaar niet geslaagd is in het aantonen van de noodzaak voor de voortduring van de
separatie. Zij verklaart de klacht gegrond.
Wonen
Een cliënt mag met ontslag. Omdat hij geen onderdak heeft, biedt de instelling hem
woonruimte aan in een aan de instelling toebehorende woonvoorziening. Bij hem is de indruk
gewekt dat hij daar niet voor hoeft te betalen. Hij ging ervan uit dat hij als bewoner van
die woonvoorziening niet opgenomen was en om die reden geen recht had op eten en drinken
van de instelling. Om dezelfde reden maakte hij ook geen gebruik van begeleiding en
therapieën van de instelling. Tot zijn verbazing ontving hij na een half jaar een brief
van het zorgkantoor waarin gemeld werd dat hij een hoge bijdrage AWBZ moest gaan betalen.
Niet alleen de cliënt was verbaasd. Ook zijn bewindvoerder en case-manager waren
onaangenaam verrast. De cliënt dient een klacht in bij de klachtencommissie. Hij klaagt
erover dat zijn status gedurende het verblijf in de woonvoorziening onduidelijk is
geweest. Hij was opgenomen bij de instelling zonder dat hij zich daar van bewust was. Hij
heeft nu ten onrechte zelf in zijn levensonderhoud moeten voorzien en heeft niet de zorg
gekregen waar hij als cliënt van de instelling recht op had. Ook vindt hij dat hij
hierdoor financiële schade heeft geleden.
De commissie oordeelt dat er geen kwade opzet in het spel is. Gelet op de
omstandigheden vindt zij het een goede zaak dat cliënt de woning in de aan de instelling
toebehorende woonvoorziening is aangeboden. Op het moment dat duidelijk was dat de cliënt
een langere periode gebruik zou maken van de woning, had de instelling zijn status helder
moeten maken en hem die voorzieningen moeten bieden waarop hij als cliënt recht
had. De instelling heeft hem gedurende een langere periode niet als volwaardige cliënt
erkend, maar hem als bewoner van de woonvoorziening gedoogd. Volgens de commissie is niet
voldaan aan de eisen die aan een opname en de zorg voor een cliënt gesteld mogen worden.
Zij verklaart de klacht gegrond.
AdM
Verhaal cliënt
Mijn opleiding tot mens
Hoe is het om als jonge, hoogbegaafde, maar ook communicatief beperkte vrouw lange tijd
als cliënt door te brengen in de psychiatrie? En aan te lopen tegen allerlei obstakels?
En tegen machteloosheid van de hulpverleners? Lees het verhaal van de 24-jarige Sabine de
Beer, door haar zelf geschreven.
"Slim ben ik inderdaad, maar dat niet alleen. Al een aantal jaar weet ik dat ik
het syndroom van Asperger heb, een stoornis in het autistisch spectrum. Daardoor heb ik
moeite om contact te maken met andere mensen. Ook ben ik zo snel afgeleid dat ik moeite
heb met lezen en nadenken. Voor mijn eerste psychose, nu vier jaar geleden, studeerde ik
natuur- en wiskunde. Ik heb op het UMC (Universitair Medisch Centrum - red.) nog aan de
goede kant van de balie gestaan, ik hield me er bezig met onderzoek. Drie maanden later
was ik opgenomen. Door de restverschijnselen van de psychose raakte ik in een ernstige
depressie en werd ik suïcidaal. Ik werd een aantal keren opgenomen, in verschillende
instellingen voor Geestelijke Gezondheidszorg (ggz). Ik heb nog wel getracht mijn studie
weer op te pakken, maar het bleek te belastend. Zo werkt mijn geheugen veel minder
efficiënt dan voor mijn psychose. Dat herstelt zich minder dan ik had gehoopt. Inmiddels
probeer ik een nieuwe toekomstvisie te ontwikkelen. Ik ben lid van een cliëntenraad,
schrijf artikelen voor diverse bladen, schrijf poëzie, en werk als vrijwilliger bij een
informatieloket voor cliënten in de ggz. Allemaal best leuk, maar niet mijn droom. Die
heb ik moeten opgeven. En dat kost mij nog dagelijks moeite.
Conflicten en machteloosheid verpleging
Sinds ongeveer een jaar verblijf ik op de open opnameafdeling. Er heerst daar vaak een
gespannen sfeer, omdat verschillende mensen uit allerlei sociale milieus er met elkaar
moeten samenleven, temeer omdat er maar één huiskamer en maar één televisie voor 14
mensen is. Vooral tijdens de maaltijd zit ik regelmatig met kromme tenen, en daar ben ik
niet de enige in. Er wordt bijvoorbeeld geschranst met alle bijbehorende beelden en
geluiden. Ik wil mijn normen en waarden niet aan een ander opdringen, maar wat ik dan om
me heen zie staat wel in schril contrast met mijn eigen opvatting van fatsoen. Het verpest
mijn maaltijd behoorlijk. In spanningen tussen cliënten onderling kan de pvp niet
bemiddelen, omdat elke cliënt bij haar terecht moet kunnen. De pvp zal dus meestal
doorverwijzen naar de verpleging.
De rol die verpleging speelt in conflicten tussen cliënten onderling, laat te wensen
over. Te vaak doet men serieuze conflicten af als kinderachtig gedrag,
wellicht in de hoop op die manier de partijen gerust te stellen. Het tegendeel is meestal
het effect, want door deze spanningen als kinderachtig te bestempelen,
diskwalificeer je iets dat menselijk is. Of er wordt nadrukkelijk gezegd dat cliënten
zelf hun ruzies moeten oplossen. Het afnemen van de autoritaire rol van de verpleging en
de toenemende verantwoordelijkheid voor de cliënt zelf, ligt daar ongetwijfeld aan ten
grondslag. Onderschat wordt echter hoeveel stress conflictsituaties veroorzaken en hoe ze
daardoor de behandeling in de weg staan. Toch ben ik van mening dat de
verantwoordelijkheid voor het oplossen van onderlinge problemen bij de cliënten ligt. De
rol van de verpleging moet zijn dat zij ons methodes aanreiken om tot een goede oplossing
te komen. Het onderwerp boeit me erg, ik ben momenteel bezig een workshop te schrijven
waarin verpleegkundigen leren op ideale wijze conflicten te hanteren tussen cliënten
onderling.
Inspraak
Op zich is het interessant om in de cliëntenraad te zitten. Al vind ik dat een raad
eigenlijk overbodig zou moeten zijn: de instelling zou naar mijn mening het recht op
inspraak door de cliënt voor een groot deel over moeten nemen. Cliënten zijn namelijk
slechts gedeeltelijk belastbaar en de cliëntenraad van een doorsnee instelling wordt
feitelijk door 2 á 3 mensen gedragen, die vaak niet representatief zijn voor de
cliëntenpopulatie, en die bovendien hun werk vaak onzichtbaar voor de grote groep
cliënten verrichten. Ik geef er de voorkeur aan om met de instelling te praten, maar in
de praktijk komt dat vaak neer op praten tegen de instelling. Ik vind de cultuur in de
instelling in dat opzicht ouderwets. Het liefst zou ik zien dat cliënten regelmatig
rechtstreeks om hun mening wordt gevraagd met betrekking tot het te voeren beleid, zowel
op afdelings- als op instellingsniveau. Eigenlijk zoals ik gewend was op de universiteit.
Het ontbreekt hier aan formele inspraak. Wat mij betreft wordt het tijd dat de
cliëntenraad dezelfde bevoegdheden krijgt als de ondernemingsraad.
Eenzaamheid
Door mijn toestand is mijn visie op het leven ingrijpend veranderd. Toen ik
student-assistent bij de Wetenschapswinkel Natuurkunde was, zaten mensen met ernstige
vochtoverlast in hun benen op mij te wachten, tot zij eindelijk aan de beurt waren. Nu
weet ik hoe het voelt om van anderen afhankelijk te zijn. En om zelf onderdeel te zijn van
de medische doos van Pandora. Inmiddels heb ik ook gemerkt dat de eenzaamheid als cliënt
wordt vaak door hulpverleners wordt onderschat. Het niet kunnen uitvoeren van mijn ideeën
creëert een enorm isolement. Dat wordt nog versterkt doordat ik - vanwege mijn
prikkelovergevoeligheid - vaak andere mensen moet mijden. Ik verveel me daardoor vaak
verschrikkelijk. Want lezen of muziek luisteren geeft ook teveel prikkels. Vaak zit ik dan
ook te wachten tot de avond valt. En meer programmaonderdelen dan nu kan ik niet aan,
omdat ik dan overbelast raak. Tegenstrijdig genoeg ontstaat er een enorme leegte door deze
discrepantie tussen de noodzaak van rust en de behoefte aan inspanning. Wat dat betreft
ben ik blij met de aandacht die het rapport Een keten van lege zondagen, een
aantal jaar geleden kreeg. Alhoewel veranderingen maar zeer langzaam tot stand komen.
Natuurlijk vooral door geldgebrek. Ik denk dat het thema tijdsbesteding
voorlopig standaard bovenaan de lijst van punten van cliëntenraden zal blijven staan. En
ik blijf doorgaan.
Sabine de Beer
Reacties op dit artikel zijn welkom, via het redactieadres.
|