|
Stichting PVP, vertrouwenspersonen in de zorg
27-08-08
Bijdrage aan congres Dwang en Wet
Ronald de Koster van Stichting PVP,
leverde een bijdrage aan de Werkconferentie 'Dwang en de Wet - Hoe
willen wij het?', georganiseerd door het Landelijk Platform GGz
over de evaluatie van de Wet Bopz en nieuwe wetgeving op 6 mei
2008 in Amersfoort.
Aanleiding
In de Wet Bijzondere opnemingen in
psychiatrische ziekenhuizen, kortweg Wet Bopz, wordt de gedwongen
opname en behandeling van personen geregeld die door een
psychiatrische aandoening een gevaar voor zichzelf of hun omgeving
vormen. De werking van de wet wordt iedere vijf jaar geëvalueerd.
De derde evaluatie van de Wet Bopz werd in 2007 afgesloten met het
uitbrengen van het rapport “Voortschrijdende inzichten”. In
het rapport wordt geconstateerd dat de Wet Bopz op hoofdlijnen
voldoet aan de oorspronkelijke doelstellingen en in de praktijk
redelijk functioneert. Desalniettemin zijn 41 aanbevelingen
geformuleerd om het functioneren van de wet te verbeteren. De
evaluatiecommissie verwacht bovendien dat de Wet Bopz niet
toekomstbestendig zal zijn. Inmiddels wordt er door de ministeries
van VWS en Justitie voortvarend gewerkt aan nieuwe wetgeving, die
behoorlijk grote veranderingen ten opzichte van de huidige Wet
Bopz lijkt te gaan vertonen. De consequenties ervan voor cliënten
en verwanten kunnen ver gaan. Hierbij gaat het onder andere om de
uitbreiding van de mogelijkheid om tot gedwongen behandeling over
te kunnen gaan. Om deze reden organiseerde het LPGGz, daartoe
geïnspireerd door haar Werkgroep Dwang en Drang, voor dinsdag 6
mei 2008 de werkconferentie ´Dwang en de Wet´.
Stichting PVP
Ronald de Koster van de Stichting PVP
vertelt aan de hand van een gedetailleerde casus over een aantal
knelpunten in de huidige wetgeving. In die casus komt naar voren
dat de huidige wetgeving gemakkelijk kan leiden tot een vijandige
relatie tussen de cliënt en de hulpverleners.
Luisteren
In de casus kan de cliënt haar verhaal niet kwijt, wat leidt tot
formele klachtenprocedures, dwangbehandeling, en het vroegtijdig
beëindigen van de contacten met de hulpverlening. Dit leidt tot
frustraties bij de familie, bij de hulpverleners, bij de cliënt
en ook bij de pvp. Als de pvp bij de cliënt informeert hoe zij de
gang van zaken rondom de behandeling heeft ervaren, zegt zij dat
de pvp eigenlijk de enige was in de instelling die naar haar
verhaal heeft geluisterd.
Recht op nazorg
In de nieuwe regeling ziet hij een belangrijk winstpunt in de zin
dat nu ook het recht op nazorg duidelijk wordt vastgelegd. Hij
pleit ervoor dat net zoals bij de indicatiecommissies voor
verpleeghuizen er ook een afdwingbaar recht op zorg wordt
vastgelegd in de nieuwe regeling. Of de commissie ook klachten
moet gaan behandelen, vindt hij twijfelachtig. Het kan dan
voorkomen dat de commissie een oordeel wordt gevraagd over haar
eigen handelen. De expertise van de huidige klachtencommissies zou
dan ook in één keer verdwijnen.
Vluchten kan niet meer
Dat dwang nu ook in thuissituaties mogelijk wordt, vindt hij
discutabel: “Waar is de cliënt dan nog echt veilig?”
Respect voor oordeelsbekwaamverzet
Dat wilsbekwaamverzet of oordeelsbekwaamverzet (deze
uitdrukking zou de lading beter dekken) tegen behandeling
gerespecteerd wordt is ook een voordeel. Dat de huisregels van
instellingen ook regels mogen stellen voor een therapeutisch
klimaat en veiligheid, vindt hij een voordeel. In zijn werk ziet
hij nog wel eens patiënten het onderspit delven op afdelingen
waar het drugsgebruik nauwelijks kan worden aangepakt.
Menselijke benadering niet in regels vast
te leggen
Er gaat kortom veel veranderen, winstpunt is dat de patiënt
centraal staat en dat er meer maatwerk kan worden geleverd. Roland
is gematigd positief. Wat echter niet in regels is vast te leggen
en wat telkens terugkeert is de roep om aandacht en tijd van
behandelaars en een menselijke benadering.
Meer informatie
|