Rechten bij een gedwongen opname

Welke rechten heb ik?

Wordt u in een psychiatrische instelling  opgenomen dan is dat meestal een ingrijpende gebeurtenis. Vaak voelt u zich als het ware ‘overgeleverd’ aan het ziekenhuis. Daarom is het goed om te weten dat u rechten hebt. Die rechten staan onder andere in de Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (Wgbo) en in de Wet Bijzondere Opnemingen in Psychiatrische Ziekenhuizen (Wet Bopz).
In de Wgbo staan algemene patiëntenrechten en in de Wet Bopz staat welke rechten mogen worden beperkt als u gedwongen bent opgenomen.

Bekijk een filmpje over uw rechten. Of download alle infomatie in één keer.


Heb ik recht op een behandelingsplan?

Ja.

Zodra u bent opgenomen maakt uw hulpverlener samen met u een behandelingsplan. In dat behandelingsplan staat wat er met u aan de hand is en hoe de behandeling wordt aangepakt.

Als u gedwongen bent opgenomen dan is dat omdat u door een psychische stoornis gevaarlijk geacht wordt voor uzelf of voor anderen. Het doel van de opname is dan om dat gevaar weg te nemen, door het behandelen van de psychische ziekte. In uw behandelingsplan staan daarom maatregelen om die psychische ziekte te behandelen en om het gevaar te stoppen.
Bent u opgenomen met een zelfbindingsverklaring of zelfbindingsmachtiging, dan wordt u in principe behandeld zoals in de zelfbindingsverklaring staat.


Heb ik recht op informatie?

Ja.

U hebt informatie nodig voordat u kunt meepraten over uw behandelingsplan. De behandelaar vertelt in begrijpelijke woorden over uw ziekte, over zijn voorstel voor behandeling en over andere mogelijkheden van behandeling. Hij legt uit wat hij met de behandeling wil bereiken, hoe lang die zal duren en hoe groot de kans is dat de behandeling werkt. Hij laat u ook weten welk risico een behandeling heeft. Zo zal hij u bijvoorbeeld voorlichten over mogelijke bijwerkingen van medicijnen.

Voorbeeld: U bent opgenomen omdat u zó somber bent dat u niet meer wilt eten en alleen nog maar op bed ligt. Volgens uw hulpverlener bent u depressief. Hij bespreekt met u manieren om de depressie te verhelpen. Hij verwacht dat medicijnen in combinatie met gesprekstherapie goed zullen helpen. Ook legt hij uit dat de medicijnen slaperigheid, een droge mond en vermindering van seksuele gevoelens kunnen veroorzaken.

Al deze informatie hebt u nodig. U kunt namelijk pas toestemming geven voor een behandeling als u voldoende erover weet en begrijpt. Vraag dus alles wat u weten wilt.

Maar misschien wilt u bepaalde informatie juist niet krijgen, bijvoorbeeld over de bijwerkingen van medicijnen of over een diagnose die uw verdere leven diepgaand verandert. Laat dat dan aan de hulpverlener weten. Hij zal daar zoveel mogelijk rekening mee houden.


Heb ik recht op informatie op papier?

Als u het lastig vindt om alle informatie te onthouden, dan kunt u de hulpverlener vragen om de belangrijkste zaken voor u op te schrijven. Vraag bijvoorbeeld om een afschrift van het behandelingsplan. U krijgt  van de instelling de huisregels en schriftelijke informatie over de klachtenprocedure.
U krijgt ook schriftelijke informatie over uw rechten volgens de Wet Bopz. Ook ontvangt u op schrift welke hulpverlener verantwoordelijk is voor uw behandeling. U krijgt een kopie van de ibs (inbewaringstelling), de rm (rechterlijke machtiging) of de zelfbindingsmachtiging.

Mag de hulpverlener informatie voor mij achterhouden?

Soms.

Vindt de behandelaar dat bepaalde informatie erg schadelijk voor u is, dan mag hij die informatie tijdelijk achterhouden. Dat mag hij alleen in uitzonderlijke gevallen doen en pas na overleg met een collega. Als het nodig is, zal de hulpverlener iemand uit uw naaste omgeving inlichten.

Voorbeeld: U bent in een psychische crisis. Nu blijkt dat u ook een ernstige lichamelijke aandoening hebt. De hulpverlener besluit u dat niet te vertellen, want hij is bang dat het u teveel wordt en dat u zelfmoordgedachten krijgt. Zodra het beter met u gaat krijgt u alsnog de informatie over uw aandoening.


Krijgen anderen informatie over mij?

Niet zomaar.

Hulpverleners hebben een beroepsgeheim. Alleen leden van het behandelteam krijgen de nodige informatie over u. Aan anderen mag de behandelaar alleen informatie geven als u daarvoor toestemming geeft, of als het moet op grond van de wet. Soms mag de hulpverlener op grond van de wet en zonder uw toestemming informatie aan anderen geven:

• Als u wilsonbekwaam bent verklaard zal de hulpverlener uw vertegenwoordiger inlichten.
• Als u de behandelaar iets hebt verteld dat hij beslist niet mag verzwijgen.
• Als de hulpverlener informatie voor u achterhoudt omdat hij denkt dat die erg schadelijk voor u is, mag hij die soms wel aan anderen doorgeven.

Voorbeeld: U vertelt uw hulpverlener dat u van plan bent een bekende iets aan te doen. De behandelaar neemt uw plan serieus en wil uw kennis waarschuwen. U geeft daar geen toestemming voor en wijst de hulpverlener op zijn beroepsgeheim. Hij waarschuwt uw kennis toch, want zo kan hij hem behoeden voor waarschijnlijk ernstige schade.
 

Moet de behandelaar aan mij toestemming vragen voor behandeling?

Ja.

De behandelaar moet u om toestemming vragen voor de behandeling. Geeft u toestemming, dan kan de behandeling plaatsvinden. Tegen de hulpverlener mag u zeggen wat u wel of juist niet aanstaat in het behandelingsplan. Hij zoekt dan samen met u naar alternatieven. Ook als de behandelaar iets aan uw behandeling wil veranderen, dan moet hij met u overleggen
Soms mag een behandelaar u ook zonder uw toestemming behandelen. Het toepassen van dwang mag alleen als het echt niet anders kan. Er gelden regels voor.
 

Mag ik van gedachten veranderen?

Jazeker, u mag uw toestemming altijd weer intrekken. Het is mogelijk dat u toch niet tevreden bent over de behandeling. Samen met de hulpverlener kunt u zoeken naar iets anders.  

Voorbeeld: In overleg met uw hulpverlener heeft u besloten medicatie te gebruiken tegen uw slapeloosheid. Na een paar weken wordt u bang dat u verslaafd raakt aan dit slaapmiddel. U trekt uw toestemming in en praat erover met de hulpverlener. Hij stelt voor over te gaan op een ander middel dat minder verslavend is en u gaat daarmee akkoord.

U mag dus een behandeling weigeren of een deel daarvan. In bepaalde situaties mag uw behandelaar u ook zonder uw toestemming behandelen. Het toepassen van dwang mag alleen als het echt niet anders kan.


Wie kan beslissen als ik dat zelf niet kan?

U kunt tijdelijk zó ziek of in de war zijn dat de behandelaar vindt dat u niet in staat bent om zelf te beslissen. Hij stelt een bepaalde behandeling voor, maar krijgt de indruk dat u de informatie niet begrijpt.

Hij verklaart u dan wilsonbekwaam en zal iemand anders om toestemming vragen. Hij benadert één van de volgende personen die u kunnen vertegenwoordigen:
• uw eventuele partner;
• uw wettelijk vertegenwoordiger (curator, mentor, ouder, voogd);
• degene die u hebt aangewezen om voor u te beslissen;
• uw naaste familie.

 
Wat als ik het niet eens ben met mijn vertegenwoordiger?

Ook als u wilsonbekwaam bent, hebt u het recht om behandeling te weigeren. Dat kan zelfs als uw vertegenwoordiger wél met die behandeling instemt. De hulpverlener zal dan in beginsel toch uw weigering moeten respecteren.
Wat kan ik doen als ik het niet eens ben de beslissing van de behandelaar om mij wilsonbekwaam te verklaren?
U kunt dit bespreken met uw behandelaar. De pvp kan u daarbij ondersteunen. U kunt ook een klacht indienen bij de Bopz-klachtencommissie.
 

Mag ik de afdeling verlaten?

Niet zomaar.

U heeft recht op bewegingsvrijheid.
Bij een gedwongen opname mag u de instelling alleen verlaten als uw behandelaar of de geneesheer-directeur u daarvoor toestemming geeft.  U heeft wel het recht op bewegingsvrijheid in de instelling en op het terrein van de instelling. U heeft dus het recht de afdeling te verlaten. Toch mag uw behandelaar u soms tegen uw wil op de afdeling houden. Dit mag als:

• De behandelaar vindt dat het verlaten van de afdeling te grote risico’s heeft voor uw gezondheidstoestand;
• Om strafbare feiten te voorkomen. Bijvoorbeeld, als de behandelaar bang is dat u drugs gaat verkopen;
• Om de orde in de instelling  te bewaren. Bijvoorbeeld, als de behandelaar bang is dat u zich buiten de afdeling agressief gedraagt.

Beperkt de behandelaar uw bewegingsvrijheid, dan moet hij u een papier geven waarop staat waarom hij dat doet.
Bent u het niet eens met de beslissing van de behandelaar om uw bewegingsvrijheid te beperken, dan kunt u dat bespreken met uw behandelaar. De pvp kan u daarbij ondersteunen. U kunt er ook een klacht over indienen.


Mag ik contact hebben met familie en vrienden?

Ja.

Tijdens uw gedwongen opname hebt u recht op contact met mensen buiten de instelling. U mag telefoneren, bezoek ontvangen en corresponderen. Hierbij hoort u wel rekening te houden met de huisregels. Die geven onder meer aan wanneer er bezoekuur is en waar u kunt telefoneren. Uw post mag niet worden achtergehouden en mag ook niet worden gelezen.
U mag altijd contact opnemen met de patiëntenvertrouwenspersoon, met uw advocaat, met een justitiële autoriteit en met de Inspectie voor de Gezondheidszorg.

Bij een gedwongen  opname, kan het recht om te telefoneren of bezoek te ontvangen worden beperkt, maar alleen om één van de volgende drie redenen:
1. Als uw gezondheid door het contact ernstig te lijden heeft. Bijvoorbeeld, u maakt zich zo druk aan de telefoon dat u er uitgeput van raakt.
2. Door het contact wordt de orde in het ziekenhuis verstoord. Bijvoorbeeld, u kunt door het bezoek zo onrustig worden dat u medepatiënten lastig valt.
3. Om strafbare feiten te voorkomen. Bijvoorbeeld als u anderen telefonisch bedreigt.

Beperkt uw behandelaar uw recht op bezoek of telefoonverkeer, dan moet hij u een papier geven waarop staat waarom hij dat doet.
Bent u het niet eens met de beslissing van de behandelaar om uw recht op bezoek of vrij telefoonverkeer te beperken, dan kunt u dat bespreken met uw behandelaar. De pvp kan u daarbij ondersteunen. U kunt er ook een klacht over indienen.


Mag ik mijn eigen spullen meenemen bij een opname?

Ja.

Bij een opname mag u natuurlijk uw eigen spullen meenemen. Die blijven ook uw eigendom. Wel stelt de instelling grenzen aan de hoeveelheid spullen die u mag meebrengen, want de ruimte op de afdeling en op de kamer is beperkt.
Bij een gedwongen opname worden gevaarlijke voorwerpen van u afgenomen. Ook een heel gewoon voorwerp, zoals een vork, kan al gevaarlijk zijn. De instelling neemt deze voorwerpen in bewaring en geeft u een ontvangstbewijs. Drugs en wapens geeft men aan de politie af. Men kan u fouilleren op het bezit van gevaarlijke voorwerpen en kan post in uw aanwezigheid openen om te controleren of er gevaarlijke voorwerpen in zitten.
 

Mag ik beschikken over mijn eigen geld?

Ja.

Alleen als u door de rechter onder curatele bent gesteld of als u een bewindvoerder hebt gekregen, kunt u niet meer over uw eigen geld beslissen. Het is mogelijk dat u uw geld niet zelf wilt beheren omdat uw hoofd er niet naar staat. Dan kunt u de verpleging of een maatschappelijk werker vragen om u te helpen. U kunt het beheer van uw geld ook uit handen geven. De toestemming daarvoor kunt u altijd weer intrekken.

Als het echt nodig is, kan de instelling tijdelijk tegen uw zin het beheer van uw geldzaken overnemen. Bijvoorbeeld wanneer u opeens grote schulden maakt. Zijn er langdurig maatregelen nodig, dan vraagt men bij de rechter een onderbewindstelling of een curatele aan.
Over curatele en de onderbewindstelling vindt u hier meer informatie.


Mag ik een overplaatsing weigeren?

Ja.

Soms is het nodig dat u naar een andere afdeling verhuist. Meestal gebeurt dat omdat u toe bent aan een behandeling die u alleen op een andere afdeling kunt krijgen. Overplaatsing kan ook het gevolg zijn van een reorganisatie binnen het ziekenhuis. U kunt overplaatsing weigeren als de overplaatsing betekent dat u een behandeling krijgt waarvoor u geen toestemming hebt gegeven.

Voorbeeld: Na een lange behandeling bent u weer helemaal opgeknapt. Daarom stelt de hulpverlener voor dat u verhuist naar de resocialisatie-afdeling. Daar kunt u zich het beste voorbereiden op de terugkeer in de maatschappij. PRINT DEZE INFORMATIE