Welke rechten heb ik bij een vrijwillige opname?

Wordt u vrijwillig in een ggz-instelling opgenomen, dan heeft u bepaalde rechten, zoals het recht op informatie, het kunnen geven van toestemming voor een behandeling en de bescherming van uw privacy.

Deze rechten staan in de Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (Wgbo).

Bekijk dit filmpje over uw rechten.

 

 Heb ik recht op informatie?

Ja.
U hebt informatie nodig voordat u kunt meepraten over uw behandelingsplan. De behandelaar vertelt in begrijpelijke woorden over uw ziekte, over zijn voorstel voor behandeling en over andere mogelijkheden van behandeling. Hij legt uit wat hij met de behandeling wil bereiken, hoe lang die zal duren en hoe groot de kans is dat de behandeling werkt. Hij laat u ook weten welk risico een behandeling heeft. Zo zal hij u bijvoorbeeld voorlichten over mogelijke bijwerkingen van medicijnen.

Voorbeeld: U bent opgenomen omdat u zó somber bent dat u niet meer wilt eten en alleen nog maar op bed ligt. Volgens uw hulpverlener bent u depressief. Hij bespreekt met u manieren om de depressie te verhelpen. Hij verwacht dat medicijnen in combinatie met gesprekstherapie goed zullen helpen. Ook legt hij uit dat de medicijnen slaperigheid, een droge mond en vermindering van seksuele gevoelens kunnen veroorzaken.

Al deze informatie hebt u nodig. U kunt namelijk pas toestemming geven voor een behandeling als u voldoende erover weet en begrijpt. Vraag dus alles wat u weten wilt. Hier leest u meer over het toestemmingsvereiste.
Maar misschien wilt u bepaalde informatie juist niet krijgen, bijvoorbeeld over de bijwerkingen van medicijnen of over een specifieke diagnose. Laat dat dan aan de behandelaar weten. Hij zal daar zoveel mogelijk rekening mee houden.
 

Recht op informatie op papier

Als u het lastig vindt om alle informatie te onthouden, dan kunt u de hulpverlener vragen om de belangrijkste zaken voor u op te schrijven, dat is men echter niet verplicht.
 

Mag de hulpverlener informatie voor mij achterhouden?

Soms.
Vindt de behandelaar dat bepaalde informatie erg schadelijk voor u is, dan mag hij die informatie tijdelijk achterhouden. Dat mag hij alleen in uitzonderlijke gevallen doen en pas na overleg met een collega. Als het nodig is, zal de hulpverlener iemand uit uw naaste omgeving inlichten.

Voorbeeld: U bent in een psychische crisis. Nu blijkt dat u ook een ernstige lichamelijke aandoening hebt. De hulpverlener besluit u dat niet te vertellen, want hij is bang dat het u teveel wordt. Zodra het beter met u gaat krijgt u alsnog de informatie over uw aandoening.
 

Krijgen anderen informatie over mij?

Niet zomaar.
Hulpverleners hebben een beroepsgeheim. Alleen leden van het behandelteam krijgen de nodige informatie over u. Aan anderen mag de behandelaar alleen informatie geven als u daarvoor toestemming geeft, of als het moet op grond van de wet. Soms mag de hulpverlener op grond van de wet en zonder uw toestemming informatie aan anderen geven:
  • Als u wilsonbekwaam bent verklaard zal de hulpverlener uw vertegenwoordiger inlichten.
  • Als u de behandelaar iets hebt verteld dat hij beslist niet mag verzwijgen.
Voorbeeld: U vertelt uw behandelaar dat u van plan bent een kennis iets aan te doen. De behandelaar neemt uw plan serieus en wil uw kennis waarschuwen. U geeft daar geen toestemming voor en wijst de behandelaar op zijn beroepsgeheim. Om eventuele schade te voorkomen waarschuwt hij uw kennis toch.
  • Als de hulpverlener informatie voor u achterhoudt omdat hij denkt dat die erg schadelijk voor u is, mag hij die soms wel aan anderen doorgeven.
 

Moet de behandelaar aan mij toestemming vragen voor behandeling?

Ja.
De behandeling begint pas als u hebt ingestemd met het behandelingsplan. Tegen de hulpverlener mag u zeggen wat u niet aanstaat in het behandelingsplan. Hij zoekt dan samen met u naar alternatieven. Ook voor een verandering in het behandelingsplan is uw toestemming nodig.
In bepaalde situaties mag een behandelaar u ook onder dwang behandelen. Bijvoorbeeld in een noodsituatie.
 

Mag ik van gedachten veranderen?

Ja.
U mag uw toestemming altijd weer intrekken. Het is mogelijk dat u toch niet tevreden bent over de behandeling. Samen met de behandelaar kunt u zoeken naar iets anders, maar u kunt ook stoppen met de behandeling. In bepaalde situaties mag een behandelaar u ook onder dwang behandelen. Bijvoorbeeld in een noodsituatie.

Voorbeeld: In overleg met uw hulpverlener heeft u besloten medicatie te gebruiken tegen uw slapeloosheid. Na een paar weken wordt u bang dat u verslaafd raakt aan dit slaapmiddel. U trekt uw toestemming in en praat erover met de hulpverlener. Hij stelt voor over te gaan op een ander middel dat minder verslavend is en u gaat daarmee akkoord.

U mag dus een behandeling weigeren of een deel daarvan. Als u alle behandeling weigert kan dat ertoe leiden dat uw behandelaar uw opname beëindigt. Meer informatie over ontslag leest u hier.
 

Wie kan beslissen als ik dat zelf niet kan?

Het kan zijn dat uw behandelaar vindt dat u tijdelijk niet in staat bent om zelf te beslissen. Hij stelt een bepaalde behandeling voor, maar krijgt de indruk dat u de informatie niet begrijpt.
Hij verklaart u dan wilsonbekwaam en zal iemand anders om toestemming vragen. Hij benadert één van de volgende personen die u kunnen vertegenwoordigen: Lang niet alle patiënten hebben een curator of een mentor. Meestal zal de hulpverlener daarom een partner of familielid benaderen.
De curator en de mentor zijn vertegenwoordigers die de rechter heeft benoemd.
 

Wat als ik het niet eens ben met mijn vertegenwoordiger?

Ook als u wilsonbekwaam bent, hebt u het recht om behandeling te weigeren. Dat kan zelfs als uw vertegenwoordiger wél met die behandeling instemt. De hulpverlener zal dan in beginsel toch uw weigering moeten respecteren. Alleen als behandeling nodig is om ernstig nadeel voor uzelf te voorkomen, kunt u tegen uw wil worden behandeld. Als u onder die omstandigheden het ziekenhuis wilt verlaten, dan zou de hulpverlener een ibs of rm voor u kunnen aanvragen, en u daarmee tegenhouden.

Wat kan ik doen als ik het niet eens ben de beslissing van de behandelaar om mij wilsonbekwaam te verklaren?

U kunt dit bespreken met uw behandelaar. De pvp kan u daarbij ondersteunen. U kunt ook een klacht indienen bij klachtencommissie.
 
 

Mag ik de afdeling verlaten?

Ja. Als u vrijwillig bent opgenomen, mag u de afdeling en de instelling verlaten als u dat wilt. Maar bent u zo vaak weg dat behandeling niet meer mogelijk is, dan kan uw behandelaar de opname beëindigen.

Mag ik contact hebben met familie en vrienden?

Ja.
Tijdens uw opname  hebt u recht op contact met mensen buiten de instelling. U mag telefoneren, bezoek ontvangen en corresponderen. Hierbij hoort u wel rekening te houden met de huisregels. Die geven onder meer aan wanneer er bezoekuur is en waar u kunt telefoneren. Uw post mag niet worden achtergehouden en mag ook niet worden gelezen.
 

Mag ik mijn eigen spullen meenemen bij een opname?

Ja.
Bij een opname mag u natuurlijk uw eigen spullen meenemen. Die blijven ook uw eigendom. Wel stelt de zorginstelling grenzen aan de hoeveelheid spullen die u mag meebrengen, want de ruimte op de afdeling en op de kamer is beperkt.
 

Mag ik beschikken over mijn eigen geld?

Ja.
Alleen als u door de rechter onder curatele bent gesteld of als u een bewindvoerder hebt gekregen, kunt u niet meer over uw eigen geld beslissen. Het is mogelijk dat u uw geld niet zelf wilt beheren omdat uw hoofd er niet naar staat. Dan kunt u de verpleging of een maatschappelijk werker vragen om u te helpen. U kunt het beheer van uw geld ook uit handen geven. De toestemming daarvoor kunt u altijd weer intrekken.
Als het echt nodig is, kan de instelling tijdelijk tegen uw zin het beheer van uw geldzaken overnemen. Bijvoorbeeld wanneer u opeens grote schulden maakt. Zijn er langdurig maatregelen nodig, dan vraagt men bij de rechter een onderbewindstelling of een curatele aan.

Mag ik een overplaatsing weigeren?

Ja.
Soms is het nodig dat u naar een andere afdeling verhuist. Meestal gebeurt dat omdat u toe bent aan een behandeling die u alleen op een andere afdeling kunt krijgen. Overplaatsing kan ook het gevolg zijn van een reorganisatie binnen de instelling. U kunt overplaatsing weigeren als de overplaatsing betekent dat u een behandeling krijgt waarvoor u geen toestemming hebt gegeven.
 
Voorbeeld: Na een lange behandeling bent u weer helemaal opgeknapt. Daarom stelt de hulpverlener voor dat u verhuist naar de resocialisatie-afdeling. Daar kunt u zich het beste voorbereiden op de terugkeer in de maatschappij. PRINT DEZE INFORMATIE